De website opent in het midden,
bij het voor- oftewel: het middenwoord.
Dit is tevens het objectieve niveau
van de waarneming in de werken.
Dit is rechts op de pagina te zien,
bij de scrollbar.

Als je naar beneden scrollt, richting zien,
wordt een zeker iemand steeds meer
een personage in een verhaal.

Scroll je naar boven, richting kijken,
dan kom je geleidelijk aan terecht bij werken
waarin de maker reflecteert op zijn eigen positie.

 schrijvers 

kijken –

objectief –

zien –

 colofon 



schrijvers



A

   

Anoniem

   

Cornelis Abbehuizen


AvA

   

Amanda van Alebeek

   

Filijn Hermanns


EvdH

   

Elsemieke van der Heijden

   

Johan de Wit


GF

   

Gwen Fieneke

   

Claudiaszoon


IvD

   

Ilke van Deventer

   

Joek Luppels


IH

   

Isabelle Hagen

   

Bartholomeus Aarsbergen


KG

   

Kimiko Goodings

   

Jakob Van Santen


LvdO

   

Layla van der Oord

   

Tim van der Werf


LL

   

Lotte Landman

   

Sep Haasnoot


MK

   

Minne Kersten

   

Johan Meulenberg


PhD

   

Philippa Driest

   

Gerrit O’Wilmensel


PO

   

Pim Oudheusden

   

Tut’hanka Huygens


PT

   

Pieter Tensen

   

Theodoor Hollebroek


SB

   

Sabine Beck

   

Onno Langendijk


FvG

   

Fleur van Greuningen

   

Ilias Hoogeveen


Iedereen heeft een bolhoed op, een paraplu in de rechterhand
waar we op leunen, en

we knikken instemmend

.
Ook ik. Ik weet niet waarom, we doen het gewoon.
Phil staat op, eet nog een frietje, en springt
met een zucht uit het raam.

GF

  aju-paraplu

GF

Mijn jeugd, mijn zoete jeugd. Een moeder die me kust als ik moet gaan slapen. Ze ruikt naar sigaretten en parfum. Zodra ze de trap afloopt, roep ik dingen als
 aju-paraplu
en mijn moeder roept ze terug. Dan sluit ze de woonkamerdeur en hoor ik hoe mijn ouders de afwas doen. Gerinkel en gemompel terwijl ik aan mijn piemel friemel en kijk naar de knuffels op de planken die ik eng vind. Maar dat heb ik nooit durven zeggen. Ik wil niet alleen zijn, ik wil niet oud worden, ik wil voor altijd in deze kamer blijven met mijn moeder en mijn vader beneden.

        het potlood drukt de huid opzij

AvA

1       Hij wendt zijn hoofd af. Er gaat een zachte deining door zijn te ruim zittende vlees. Hij slaat zijn armen over elkaar en ademt hoog, alsof de lucht ergens in zijn keel blijft steken en zijn longen nooit bereikt. Zijn ogen liggen diep in zijn gezicht, omgeven door donkere schaduwen die de kleur van zijn ogen verhullen. Hij tekent wenkbrauwen boven zijn ogen.
 Het potlood drukt de huid opzij ‌
die boven zijn ogen te veel is. Zijn kleine, slappe, besneden geslacht hangt koud tussen zijn geschoren benen.
2       In het café laat hij zich op een stoel naast het raam zakken. Enkele minuten later knikt hij naar de serveerster. Ze brengt hem een voorverwarmd glas cognac. Nerveus kijkt hij naar buiten. Er zijn nauwelijks voorbijgangers. Hij slaat zijn benen over elkaar en nipt. Hij kijkt van de tafel naar zijn glas en van het glas weer naar buiten. De serveerster werpt een vluchtige blik op haar horloge als ze hem een tweede glas serveert. Hij schraapt zijn keel om iets te zeggen maar hij weet niet wat, en het blijft stil. De serveerster neemt haar vaste positie achter de bar weer in en recht haar rug.

3       Thuis laat hij zich in zijn fauteuil vallen, schudt zijn lange jas van zich af en wurmt zich in zijn kamerjas. Zijn dunne kat strijkt miauwend langs zijn benen. Hij trekt de gordijnen dicht, klapt het scherm van zijn laptop open en sluit de webcam aan. Tom83 verschijnt in beeld. Hij peutert een stukje cornflakes tussen zijn tanden weg dat is vast blijven kleven en bukt zich.

 zijn
       meest
        vruchtbare
       geit

EvdH

Op reis in India kwam er een man op hem af, nadat Phil een geit had gered uit het water. De geit bleek van de man te zijn en het was
 zijn meest vruchtbare geit‌
. Als dank mocht Phil een avondmaal met de familie nuttigen. Na het hoofdgerecht kwam de jongste dochter uit de slaapkamer naar de woonkamer. De man schonk zijn dochter aan Phil als dank en beloning voor zijn dappere daad. Phil weigerde ondanks veel aandringen van de man. Het meisje droeg een gouden ring en haar vader gaf Phil deze ring waarin de initialen van zijn dochter stonden gegraveerd. Deze ring moest Phil bewaren en hem elke dag herinneren aan het meisje. Als hij weer eens zou terugkomen naar India voor het meisje, dan mocht hij haar om haar hand vragen.
Dan neemt de docent een stoel weg en lopen ze weer door het lokaal.
Phil wil de

de stoelendans

winnen, want ze krijgen per kwartier betaald.
In de eerste ronde duwt hij een meisje opzij om de stoel te pakken.
‘Sorry’, zegt hij.
‘No, you’re not.’
Hij haalt zijn schouders op.


LvdO

kleine barstjes schieten
razendsnel in het rond

MK

De ruit in de badkamer is beslagen. Phil heeft weer eens te lang en te heet gedoucht. Een zacht tapijtje van condens heeft zich over elk badkamermeubel getrokken. Even staat hij daar, in het midden. Zijn hoofd lijkt voor het eerst leeg. Dan knikken zijn knieën en laat hij zich op de roze tegelvloer zakken.

Hij kijkt op, naar de muur met de ruit. In de ruit is de overkant niet langer zichtbaar. Door de condens is het uitzicht een dansende vlek geworden, waarin alle kleuren worden verdeeld over duizenden druppeltjes op het glas. Hij bedenkt dat alles daarachter nu slechts bestaat bij de gratie van dat het er altijd was. De overbuurman, die elke dag om kwart over negen een sigaret rookt bij zijn ochtendkoffie en zich daarna op de bank installeert. De vrouw in haar peignoir die de balkonplant water geeft, waarbij het water vrijwel altijd overloopt, met geschreeuw van voorbijgangers tot gevolg. Hij heeft ze beide nog nooit gesproken, dat zou hij eens moeten doen. Hij zou sowieso vaker contact moeten leggen met mensen, echte mensen. Niet alleen met de mensen die hij verzint.

Maar niet nu, nu hoeft het niet. Er is geen overbuurman en er is geen vrouw in peignoir; er zijn alleen kleurvlekken die van alles kunnen betekenen. Net als hij denkt zich niet meer met het raam te hoeven bezighouden, lijkt het te breken,
 kleine barstjes schieten razendsnel in het rond.‌ De man rilt als eerste reactie, maar kijkt dan beter. Het was niet het glas dat brak, maar de condens. Langzaam beginnen druppels contact met elkaar te zoeken. Ze verzamelen zich in slierten, als in een fijn vertakt wegennet. Van de linker tot de rechterhoek, van boven naar beneden. Waar ze elkaar ontmoeten, klampen ze zich aan elkaar vast, daar vermengen de kleuren, en rollen druppels naar beneden. Langzaam trekken de druppels sporen van het uitzicht achter zich aan.

Het paarsblauwe kader dat geen diepte of vlakte kent, hangt als een ruimte in de zaal;
ik kan me erin verliezen, het is een ruimte waarin ik me thuis voel en waarin ik thuiskom.

Laat dat maar aan mijn fantasie over

.   Het verenigt de gekte, het intellect, de orde en de beschaving ineen. Het is mijn tweede moeder, mijn God, mijn neuksessie, mijn zielenmaat.

A

het werd er voller en
voller totdat er geen
ruimte meer was voor
mij, toen ben ik op
mezelf gaan wonen in
het bos

IH

voor mij zal
het wachten korter zijn

IvD

                     



 A U D I O 

                     


een spijkerbroek
            en een blauw vest

MK

Over de keukenstoel die naast het bed staat, hangt
  een spijkerbroek en een blauw vest‌
 waarvan de rits kapot is. Toch trekt hij het vest nog vaak aan.Vesten kan je immers open laten hangen zonder dat ze kapot lijken. Hij hoeft niet lang na te denken over wat hij vandaag aan zal trekken. Phil heeft het gevoel dat je soms kan hebben als je gaat zwemmen en je weet dat je straks toch een zwembroek aantrekt. Dan maakt het niet uit welke kleren je in de tussentijd draagt. Hij neemt zelfs de moeite niet om een onderbroek te trekken uit het rekje dat tussen een stapel truien en een scheefgezakte plank is geklemd. Phil trekt zijn spijkerbroek over zijn blote billen aan.
Het was een grote witte, geordende kinderkamer. Zijn ouders hadden een werkster, die al het speelgoed voor hem opruimde als hij gespeeld had. Hij hield van boomstammen en van fluitjes. Dus had hij bamboefluitjes op zijn kamer, en schildpadden die hij wedstrijdjes liet doen. Als het aan hem lag, bouwde hij een tent, draaide hij oerwoud-muziek en oefende hij zijn lokroep. Als zijn ouders thuiskwamen ruimde hij alles op, en werd hij weer

het kind dat zijn ouders graag zagen

.

A

ik vreemdere verzoeken gehad

SB

Ze vroegen me mijn kleding uit te trekken. Om alles uit te trekken en dan weer aan te trekken, en dan weer uit te trekken.
 Ik heb vreemdere verzoeken gehad.‌
Als zij hier iets mee denken te winnen vind ik het helemaal prima. Ik begin met mijn schoenen en sokken. Vreemd eigenlijk, dat ik altijd met de onderkant begin. Ik zou bijvoorbeeld ook van boven naar beneden kunnen werken.

Hoe lang zouden ze willen dat ik zo naakt blijf staan? Ik zal tot tachtig tellen en dan weer beginnen met aankleden. Of misschien ook niet. Misschien moet ik wachten tot ik het gevoel heb dat het moment daar is, dat het goed voelt.


middenwoord


Deze website gaat over een zeker iemand. Een zeker iemand, die in januari 2014 naakt model stond voor een groep studenten. Een zeker iemand, wiens portret niet getekend maar geschreven werd, wiens lichaam niet in vlakken maar in woorden op papier werd geschetst. Een zeker iemand, die zoveel namen draagt als er studenten waren. Een zeker iemand, die in elk verhaal een andere identiteit kreeg, en die uiteindelijk de aanleiding vormde om te kijken naar het kijken zelf.

Het project

 EEN ZEKER IEMAND‌

is een tentoonstelling van tekstueel werk dat is gemaakt tijdens de workshop die Annelein Pompe en Caroline Ruijgrok gaven in het kader van De Maand van het Materiaal, op de Afdeling Beeld en Taal van de Gerrit Rietveld Academie. In deze workshop werd een naaktmodel zo objectief mogelijk beschreven in plaats van getekend; schrijven naar de waarneming. Dit vormde het beginpunt voor de ontwikkeling van een personage, en een geschreven (of beeldende) reflectie op het kijken zelf.

de bovenrug is boller dan zijn
met ligplek bedrukte billen


EvdH

De mond is een zacht gebogen lijn waarvan de hoeken naar beneden lopen.

Onder zijn mond valt een schaduw

door de uitstekende, ronde kin. Zijn nek is breed en ondersteunt zijn hoofd. Alhoewel hij geen strakke kaaklijn heeft, is er een schaduwlijn zichtbaar onder zijn kaak en kin die zijn nek van het hoofd scheidt. Af en toe beweegt er in zijn keel een grote opgeblazen bult als van een kikker.

IH

een onverschillige vleesmassa

LvdO

Plukje haar, haar, lok aan de zijkant, lok aan de andere zijkant maar dan korter. Linkerschouder hoog, rechterschouder laag, deuk in rechterschouder, hoek in linkerschouder. Moedervlek, groot, klein één, twee, deuk, ruggengraat naar beneden. Ader, blauwe ader, naar beneden bilspleet, naar rechts bil met plooi, omhoog, plooi, plooi,
weer de moedervlek
.
                     

EvdH

Zijn heupen staan recht, ondanks dat hij met zijn bovenlijf iets naar achteren staat en zijn gewicht op zijn linkervoet rust. Zijn gestalte is groots, zijn buik spreekt – althans, valt op, ja, valt het meest op; direct wanneer je hem ziet staan.

Hij staat daar als een Grieks standbeeld

maar dan een sterfelijke versie. Niets aan hem is verheerlijkt, of goddelijk. Daarvoor staat hij te wankel op zijn voeten.
                                

A

zijn rechterbil hangt lager dan zijn linkerbil, hij steunt meer op het ene
been dan op het andere

LvdO

Hij heeft een vrij groot hoofd

MK



Zelfs als ik het met twee handen zou vastpakken zou dat niet passen. Er zou nog tweemaal vingerlengte extra nodig zijn om het hoofd helemaal in te kunnen sluiten. Zijn gezicht heeft iets weg van een zachte aardappel. Een knoestige uitstekende neus, die glanst door een dun laagje vet. De wangen en kaken zou ik beschrijven als flanken. Kijk, paarden hebben dat ook, van die grote vlakken waaronder veel spiermassa en een stelsel van trektochten zit die soms door de oppervlakte heen zichtbaar worden.
wat maakt deze man tot een overwinning?

LvdO

kraaienpootjes
aan de verkeerde
kant van het oog

LL



De man draagt een vol hoofd, met een zwaar gezicht en langgerekte vlezige oorlellen waar plukjes haar, heel donkergrijs, overheen vallen tot halverwege de oorschelp. Een gemiddeld voorhoofd, waarmee ik bedoel niet uitzonderlijk hoog of laag, maar wel met een merkwaardige verdikking naar de wenkbrauwen toe die nog niet de wenkbrauw zelf is; een soort hele lichte opgezwollen reep boven de ogen die uiteindelijk inderdaad richting twee wenkbrauwen gaat. Twee slordige, terloopse wenkbrauwen. Er lijkt te veel huid te zijn daar waar de wenkbrauw een neus wordt. Er zijn zijwaartse plooien ontstaan, kraaienpootjes aan de verkeerde kant van het oog‌, kraaienpoten die over de neusbrug lopen. De wimpers zijn zeer licht van kleur of zijn afwezig. Paarse stevige neusvleugels met een witte waas, ofwel: glans die over de grote poriën heen gelegd lijkt te zijn. Twee reepjes als lippen die een verloop hebben van vleeskleur naar wat paarser mondinwaarts. Geen baardgroei maar schraalgroei, niet persé oncharmant, niet zo schurfterig als het woord klinkt maar het is schraal daar waar baard hoort. Schaduw achter de oorlel, dus het licht komt van schuin boven. Kleine kralen als ogen in een zeekleur, loodgrijs, met een schittering van zilverstift, omsloten door oogleden van warm gewreven bijenwas die met de minuten langzaam smelten. Alsof hij vette tranen huilt terwijl zijn mond gehoorzaam lacht. Alsof hij langzaam vet regent en de plas op de grond aanvult zodra hij het lokaal verlaat. Of misschien begint hij juist pas te smelten zodra hij is vertrokken. Hij brand op als een kaars tot we alleen nog weten waarvan hij gemaakt was en waar hij stond; twee eilanden van bijenwas waar zijn voeten stonden, in het westen van het lokaal. Als de man een ruïne is, hoe trek ik zijn muren dan weer omhoog? Ludwig was zijn naam in het klaslokaal maar zodra hij de gang op liep en het pand verliet heette hij Dries. Nu hij daar is, waarvan ik niet weet waar daar is, ben ik hem Siem gaan noemen. Over een paar dagen heet hij Phil. Wat voor waarneming is een herinnering? Hoe ouder de herinnering hoe meer hij spiegelt. Ik ben hem kwijt geraakt in de aanwezigen, in de twee meisjes die gehurkt in een deuropening hun sigaretten rookten, in de vacht van de miereneters en de jongen die mijn haar invlocht. Hoe zeef ik de herinnering tot een waarneming die weer zuiver wordt? Hoeveel tijd moet iemand aanwezig zijn om hem in afwezigheid zuiver te herinneren? Phil, je bent anderen geweest de laatste dagen, maar vandaag hoorde ik weer wie je was op het moment dat de buurvouw haar kat riep. Ik heb haar dit vaker horen doen. Ze fluit dan van hoog naar laag en precies in die klank vond ik je terug, in die treurig gestemde toon die de wind zelf lijkt te zijn, een toon die verwaait en ijzig is, een toon waarop ik jou gehoorzaam achter een boom vandaan zie komen waar je een tijdje heel vreemd maar onopgemerkt in je blootje stond. ‘Oké’, zou je dan zachtjes zeggen. Oké, ik heb je gehoord en ik kom mee naar binnen en ga daar in mijn blootje aan de keukentafel zitten, dan drinken we melk.
  billenkruis ellenboog

IvD





 A U D I O 

vanaf hier         lijkt de afstand      tussen je kin en je neus    net zo groot           als de afstand    tussen je teen         en je knie

IvD

h o n d e r d e n

               
                

b o z e   m i e r e n



            


 A U D I O 

                   

IvD

maar hoe anders dan
mijn gedachten zullen
die van hem zijn?

A

 Je billen, ze zijn stevig, maar plat.

     De benen eronder, solide.

Je linker bil is een beetje opgestuwd,

  de andere hangt.

   Alsof je bips twijfelt.

PT

de pezen in zijn voet
worden dan even zichtbaar
als dikke onderhuidse stokjes

SB


                                

 A U D I O 

         Zijn gezicht is niet zichtbaar en ik stel me voor hoe het zou zijn als hij één oog zou hebben. Eén oog, dat naar voren staart en zich afvraagt of ik misschien ook maar één oog heb. Of drie. Of ik
 een reserve-oog
heb dat ik hem kan lenen, omdat hij verlangt naar diepte.

PhD

    De ogen schieten heen en weer,
    twee bewegende ballen,
    in iedere oogkas één.

Als ze me aankijken kijk ik weg


    zoals ik in de trein doe wanneer ik word betrapt door
    degene die ik minuten lang ongegeneerd heb zitten
    bestuderen.

SB

Zijn huid is rossig, oranje rood. Zijn kaaklijn is, in tegenstelling tot zijn wenkbrauwen weinig vastbesloten; zijn gezicht loopt over in zijn nek. Dit komt doordat zijn wang uitloopt, zakt,
het lijkt wel een hamsterwang te zijn, alsof hij iets bewaart achter zijn lippen.

       
Een teken van ouderdom
,
dat, naarmate je er meer aandacht aan besteedt,
ook steeds meer aandacht vraagt.

A


de kleur van je ogen
kan ik vanaf hier
niet zien, maar donker
zullen ze niet zijn

IvD

punk in
                                  paradiso

PT






             

 A U D I O 





De borstkas
waar een plakkaat
haar op groeit met
een diameter van drie cm.
Het is niet veel, maar toch:
het is haar, in 

een cirkel


met wildgroei daar rondom.


LL

Je hebt een 
een extreem lange lok
aan de linkerhelft
van je gezicht die je achter je oor geslagen hebt. Met die lok lijk je iets
te zeggen van: ‘Ik wil nog jeugdig zijn’, maar je huid spreek je tegen.

PT


een bed van bruin schaamhaar

A


Zijn benen liggen als een organisch gevormde letter ‘V’ uit elkaar. Zijn piemel hangt naar links, tegen
  een bed van bruin schaamhaar ‌
aan. Eens in de zoveel tijd – om de drie ademteugen – trekt hij zijn buik iets verder in dan anders, om hem daarna weer op te laten bollen. Zijn borstkas lijkt af te lopen in de richting van zijn sleutelbeen, zijn rood uitgeslagen nek en zijn vooruitstekende kin.
           het is vol en
begroeid met blonde haren

IH




 A U D I O 

                 

een toverplek,
een toverbal

LL


De grijze, naar geel neigende eelt op zijn stofzolen, maat 41, doen denken aan gezonde voeten van een Zwitserse wandelaar, hoewel hij vermoedelijk niet heel veel wandelt maar liever ligt, aan de rode ovale ligplek op zijn onderrug te zien, die langzaam wegtrekt. Blijkbaar het steunpunt van de rug, de zwaarteverdeler, de martelaar van een liggend lijf,


  een toverplek, een toverbal; ‌


likt de lucht eraan dan verkleurt hij.

dit moet de hoofdgroep zijn

MK

Rechtsboven op het schouderblad liggen er de meeste verzameld, een grote donkere met twee lichtbruine daar rechtsboven.
  Dit moet de hoofdgroep zijn, ‌
want ze zijn perfect rond. Als je met een pen de lijn zou doortrekken naar het linker schouderblad dan zou je daar een erg drukke tekening krijgen want hier liggen ze gespikkeld met zijn — het lijkt wel — honderden. Verder zit er volgens mij ook nog een op de linkerdij, maar die kun je vanaf hier
niet zien.

 V I D E O 

                       





         pak het velletje beet

MK


Alleen de vier kleine tenen van elke voet bewegen.
De

wiebeltenen

lijken naar de grond te grijpen.
De grote teen blijft, net als de rest van je lichaam, onbeweeglijk stil staan.


IvD

zijn voeten klinken alsof     het
zachte       zweetvoeten zijn

LL

ik prik met mijn wijsvinger
      door de eerste laag

PhD

Hij heeft zijn shirt uitgedaan en is met zijn rug naar mij toe gaan staan. Ik zie het, Phil wiebelt met zijn heupen en drukt zijn vingers steviger in zijn nek. Met mijn wijsvinger duw ik in zijn vlees en laat een dikke witte afdruk achter. Phil zet een stap naar voren, maar ik grijp hem bij zijn heupen en tuur als door een sleutelgat door de blauwe vlek, vlak boven zijn bilspleet. Ik zie al iets, of ik al iets zie.
 Ik prik met mijn wijsvinger door de eerste laag‌
en voel zijn heupbotten beweging inzetten. Maar ik houd hem vast, wacht nog heel even, ik wil nog heel even. De tweede laag is moeilijker, met mijn nagel probeer ik een gaatje te maken in het vlies.
  adam zonder eva,
     zonder appel en
           zonder adamsappel


EvdH

         

Naast het borsthaar steken twee mannenborsten uit en één roze tepel. De tepel kleurt mooi bij de rode vlekjes die de man op zijn huid heeft en dan met name op de arm. Diezelfde arm leunt op de bolle buik en door de houding zie je de scheiding van de spieren op de boven- en onderarm. Onderaan de bolle buik is een huidplooi die vanaf de rug loopt en een duidelijke scheidslijn vormt tussen de onder- en bovenkant van zijn lichaam. Aan de voorkant een diepe navel, daaronder het krullende schaamhaar en een besneden piemel. De kuiten zijn duidelijk gespierder dan de bovenbenen. Billen, die vallen tegen. De knieën trekken de aandacht. Ze zijn rood en bedekt met littekens.


Zijn voeten plat en aan twee kanten gedeukt.



EvdH

                 Ik zou willen dat het me niks deed, zijn bloot-zijn. Het geeft dit schrijven wel iets raars. Ik kijk wanneer Phil in de goede hoek zit, de hele tijd naar zijn piemel en

ik wed tien tegen één dat iedereen dat doet‌.
Ik vraag me alleen af wie het ook benoemt, dat ding. Pim sowieso 150 keer, zoveel is zeker. Ikzelf ook, want ik wil er geen doekjes om winden, om de piemel van Phil. Hoe langer ik over mezelf nadenk, hoe ik er hier bij zit, hoe ik Phil beschrijf, hoe vreemder het wordt.

PT

Hoe langer ik kijk, hoe meer me opvalt dat zijn blik is blijven hangen bij één van de studenten. Hij kijkt haar aan en blijft haar aankijken. Langzaam begint hij te verzitten op zijn stoel. De man versterkt de greep van zijn handen op zijn knieën, buigt zich voorover en ik zie hem roder worden. Aderen op zijn handen en bij zijn hals zwellen op en zelfs
  het wratje bij zijn linkeroog begint te trillen‌
.

EvdH

Ik kijk eerder door hem heen dan dat ik nog náár hem kijk.

Ik ben onderhand al zo aan hem gewend geraakt

dat ik nog precies weet hoe hij eruit ziet wanneer hij hier straks niet meer staat. Naakt, met een dikke moedervlek op de linkerkant van zijn rug.

PT

deeg

FvG

‘Een fors lichaam,’ zou mijn moeder zeggen.
Ik zou zeggen: het is alsof het lijf is ingepakt in
deeg. Een dun laagje op het gezicht, een dikkere laag naar de heupen toe en een klont op de buik.
      Ik word afgeleid door Isabelle. Ze zit naast me en tikt loom met haar pen tegen de zijkant van één van de pas aangeschafte stoelen. Er is er gisteren al één gesneuveld. De stoelen zien er ingenieus uit, maar als kruk voor de gemiddelde kunstacademiestudent is het uitklapgedeelte toch te zwak. Met de pen die ik kreeg voor mijn eindexamen, ontleed ik de man voor me met woorden.
      In zijn rug zit een geul, een drooggevallen rivier met op de bodem de wervelkolom. Dun-getrokken deeg volgt de bedding. Aan de andere kant, onder de buik, hangt in het midden een reststukje. Een lief bolletje omringd door een verstilde wolk bloem. Het licht dat erdoor valt, wordt mat. Eronder de benen, die nog niet bewerkt lijken. Deeg dat hangt te wachten op een roller.
      Waar de stipjes over het ingepakte lijf vandaan komen, weet ik niet. Zou het volkoren zijn? Of een mengsel van diverse graansoorten, te koop bij toeristische molens? ‘Grootmoeders mix’ waarschijnlijk. Het is zijn moeder, een oma al. Gebogen over het aanrecht voor het smalle raam in een oude molen. Als ik dichterbij kom, blijkt ze van plastic. Om mij heen rennen en gillen klasgenootjes uit mijn nieuwe groep 2. We zijn op schoolreis, op bezoek bij de korenmolen. Gordijnen met rood-witte ruitjes, een uitgerangeerde zwarte kolenkachel en een meelzak met muizen eromheen. De man die ons rondleidt, tilt de zak op, laat ‘m weer vallen en stoot daarmee een nagemaakte muis om. ‘Vroeger dacht men dat ze werden geboren uit meel.’
      Een kwartier later staan we buiten. De juf telt ons op het ritme van het ruisende riet. De winter is nog maar net voorbij. Verderop zie ik de houten witte brug liggen. Mijn moeder vertelde al vaker dat ze daar vroeger ging zwemmen. Zij en haar vriendjes en vriendinnetjes uit het dorp. Ze reden er naartoe, gooiden hun fietsen in het gras en sprongen van de reling. Soms durfde mijn moeder niet.
      Als er ijs lag, gingen ze schaatsen, onder de brug door. Mijn moeder kon staan waar ze in de zomer alleen kon vallen. Ik zie haar, stil als de pop, maar niet van plastic. Ik weet niet waar mensen in mijn verbeelding van zijn gemaakt. Ze draagt een muts die van wol lijkt, de muts die ik ken uit het Sinterklaasboek met de ouderwetse tekeningen. Het is mijn lievelingsboek, ook al weet ik niet wat kaatseballen zijn. Of juist daarom.
      ‘Jullie moeten in dezelfde auto gaan zitten als waarmee je gekomen bent! Dus loop even naar de moeder met wie je bent meegereden!’ gilt de juf met de wind mee.
      Waar we heen gaan, is een verrassing. Maar ik ken de omgeving, herken de weg, zie toilethokjes verschijnen die ik al eerder gezien heb. We zijn bij de plas waar we in de zomer vaak gaan zwemmen: mijn moeder, mijn tante, mijn nichtje en ik.
      We stropen zelf onze kinderbroeken op, of laten het doen door de moeders. Met een schep en emmer loop ik naar het water. ’Niet te ver!’ hoor ik achter me. ‘Ook Marc niet!’
      Het water is best koud. Schuchter zet ik een paar passen en kijk achterom. Veel vriendinnetjes heb ik niet, want we zijn nog maar pas van het dorp naar de stad verhuisd. Toch herken ik de directeur van mijn school die opeens opduikt vanaf de parkeerplaats. Hij is met zijn vrouw. Wat toevallig,’ zegt de juffrouw. Ik geloof haar. Het duurt jaren voordat ik inzie dat het niet toevallig was, zoals het niet toevallig was dat Sinterklaas op de deur bonsde als mijn vader of oom net even naar de wc was.
      Het begint te miezeren. Een lentebui. Scheppen en emmers worden opgeruimd, terwijl de druppels donkere stippen maken. Ik weet dan nog niet dat het zand begint te lijken op het deeg waarmee heel veel jaren later een model wordt ingepakt.
jij naakt, wij moe

GF


           

 A U D I O 

met welke ogen wil je bekeken worden?

met welke ogen word je bekeken?

IH

een echte ekoplaza-klant

IvD

Het feit dat hij zijn grootse lichaamsdeel zonder schaamte toont, overtuigt mij ervan dat het zijn grootste trots is. Vreemd, weliswaar, want zijn bolle buik lijkt me niet iets om trots op te zijn. Normaal zou ik zo’n soort buik bestempelen als het type bierbuik, maar de rest van zijn verschijning geeft mij het idee dat hij
  een echte EkoPlaza-klant‌
is; een bierbuik zal het dus niet zijn. De losse pluk haar die in een klein staartje op zijn schouder ligt, lijkt de laatste restant van een onbezonnen hippietijd. En hoewel deze al ver achter hem moet liggen, lijkt hij deze periode maar moeilijk achter zich te kunnen laten. Zijn buik, zijn overdreven lange pluk haar, het lijken monumenten voor een tijd die al lang voorbij is.

wat zegt een achterkant over iemands leven?

LL

Net boven zijn bil – hoewel ik nu zie dat de overgang van bil naar rug haast niet aan te wijzen is, want een stukje bil zou best al onder de benaming rug kunnen vallen en vice versa – enfin, net boven zijn linkerbil zit oneffen huid die niet uit littekens bestaat. Het doet me denken aan een klein zwart stukje papier dat onder de huid is geraakt en die met het vlees vermengt tot een grauw stukje huid. Goed, de bil, de lok en het zwarte onderhuidse papiertje. Waarom vallen me alleen de dingen op die afwijken, terwijl er zoveel vlees te zien is dat hetzelfde oogt maar het niet is? Het lichaam van de man verraadt weinig van zijn dagelijkse handelingen of wellicht kijk ik niet goed of misschien zijn de sporen van zijn leven aan de voorkant te zien.
 Wat zegt een achterkant over iemands leven?‌
Zijn bolle rug bijvoorbeeld die halverwege omkeert en juist hol wordt, een geologische verschijning, deze man, wat zegt dit over zijn leven? Om nog maar te zwijgen over de meanderende rimpels op zijn bovenbeen die doen vermoeden dat hij daar pas net uit het cellofaan is gehaald, de afdrukken van het plastic die zich in zijn dijen, daar waar het plooit, voortzetten.
ergens begrijp ik
      de preutsheid             van de amerikanen wel

PT

bram brood is de naam-aangenaam

PO

Niets zo lekker als naakt broodbakken. Dat weet ook deze naakte man die hier voor mij staat. Deze man weet net zo goed als ik dat brood niet goed gist zonder zout zweet. Ik ken deze man, dit is de zoveelste nudistenbakker Bram, met z’n eierkoeken poepwangen en zijne tachtigerjaren oprolcroissant-uit-blik-als-pik,
 Bram Brood is de naam-aangenaam‌
.

Naakt opgerold in ’t warme deeg, het is alsof de vrouw om je heen ligt in plaats van naast, op of onder. Van deeg kneed men met gemak een lijf. Ik meen te herinneren, die banketbakker uit Mexico, die chocoladepenissen verkocht, met z’n eigen als mal, waarna het hele dorp van zijn pik stond te smullen. De bakker weet wat lekker is. Ach brood, kom tot mij en omarm me, voed deze eenzame mond en verspreidt u zich door mijn lichaam, het lichaam dat u gekneed heeft in de vroege ochtend, kom tot mij mijn kind en geniet van deze heug’lijke incest! Nudistenbakker Bram is een gelukkig mens. Wit van het bloem en bruin van het naaktstrand straft hij zijn deeg tot zijn grote genot – en het genot van gewone mensen zoals jij en ik. U dacht toch niet dat men puur-natuurlijk brood kon bakken zonder een puur-natuurlijke bakker?

Keyanis qartoq simut té’ha isva’eha imussiqalit. Ojiba-ekovsdi kaallaaniq awà mawakinha tewaniq-yarihéhà. Ojiba-ekovsdi kaallaaniq qartoqté’ha bovea’ kooyannis da’ékha qurok-bovea’ da’ék’inaha qismut-svea’menahari. Kooyannis devra’iq ojiba-ekovsdi, ojibi muniliq nunaarivea-imussitehanayis Tut’hanka, avviyis quetzal-immuyiskawanai puyannisveddariqv iq’ quetzal-ivveakasdes-adudisq ke’ha-muvanisda’ékha-blis-qartoqté’ha-ojibkooyannis, Tut’hanka Da’ékha muniliq nevvacoatl-bovea’nevvacoatl. Isva’eha ke’haniq da’ekuqi-illit-muwehana, qartoq ojibea tefau’iyeha koyani qurokq ula’u, umea iq’ ame’u. Da’ekuqi nuu’iq’ojib ojineata’u-bovaè’a. Darvidis-macatl, imussitehanayis-isqasi Meccihana, bora’nkaïq ojibkooyannis-caolatl, ojikannis qartoq dsveasipi, nevedokate unnis-tipi’te’roa quetzal-ojibkooyannis bovea’isqisimut. Imussitehanayis kaallaaniq menniliq bovea’iheya.
de moeder


      der moedervlekken

SB

              hijgend dus

LL

Alleen dat vest, dat doet me dan weer meer vermoeden dat hij in de nacht zakjes chips uit het tankstation steelt, die hij hijgend, want hij is voor de zekerheid een weiland in gevlucht,
 hijgend dus‌
naar binnen schrokt, waarna hij zich betrapt voelt door de maan die hem als een politielantaarn open en bloot in het maïsveld laat staan.
de rug is als een vierkant dat
aan de bovenkant uit elkaar
geklapt is, uitgezakte hoeken,
alsof twee mensen gevochten
hebben om zijn schouders

PhD

voeten, de delta

FvG

Het haar waarvan een plukje naar het oog gaat dat
knippert richting de neus die wijst met een boogje
naar de bolvormige kin die verdwijnt in de borstkas
met nog wel dezelfde kleur maar niet daar waar zwart
borsthaar krult in de richting van de ademhaling die
de navel omhoog laat komen, omlaag, omhoog en de
haartjes die glijden naar de verzameling, een file van
haar waar de penis en een bal zich achter lijken te
verschuilen, vluchten in de hal tussen de benen die
lijken te krimpen tot de knie dan weer uitdijen bij de
kuiten en uitvloeien tot
 voeten, de delta

van het lijf waaruit tenen ontstaan die zo veel moge-
lijk lucht willen aanraken.
                       Ik zit hem aan te gapen alsof hij
het nieuwe kapsel van mijn
beste vriendin
is waarvan ik nog niet exact weet wat ik erover moet zeggen.

SB

                 

 V I D E O 


doucheputje

      MK

                 

een bos opgefokt purschuim

PhD

als de uitsmijter van een             pluche kasteel

FvG

zijn                     versgeknipte nagels

PhD



     
       

 A U D I O 

een grote,
wit-geschilderde
vlaggenmast
op een schoolplein,
                    waar meisjes elkaars tassen in ophijsen

PhD

een touwtje aan de navel

FvG

Twee storende roze oogjes in een vlak, een zacht blank vlak. Het lijkt zich naar mij toe te bewegen, als een kwal de ledematen achter zich aan bungelend. Zijn hoofd een nephoofd, sommige dieren hebben dat: de neusgaten of het dessin die afschrikwekkende ogen lijken. Er kan
 een touwtje aan de navel‌
. Zo wordt het een speelgoedstuk.
sedimentatie,                    erosie en verwering

FvG

       
                       

 A U D I O 

Zijn oma bewaarde altijd
thee in het langwerpige bakje
en als hij op bezoek kwam mocht hij hem soms openen om erin te ruiken. Zijn nagels moest hij onder het dekseltje zetten om het open te krijgen. En dat ging wat moeilijk, hij had niet van die lange nagels als zijn oma. Dat maakt de ervaring net wat spannender.



SB

Zoals sommigen wel weten      
heb ik een zwak voor oude mannen.

. Dan stel ik mezelf voor hoe hun levens zijn en wat voor vrienden ze hebben. Phil is ook een oude man, tenminste, oud genoeg om hem aandoenlijk te vinden.



IH

een knieschijf schiet    weg

LL


                           
       

 A U D I O 

roze-gele duinen

IH

ik kijk uit over
 roze-gele duinen‌

waaronder blonde bossen schuilen
die vochtige valleien verbergen

hoe gedachten ijlig waaien
over de streken van liefde
zo onbeschaamd van het geweten
de vorm van het landschap bepalen

ik staar naar het onzichtbare
verhuld achter dikke huid
zoekend naar een scheurtje
welke met wat druk open-splijt

de verwarming suist       
en ze verdwijnt erin

FvG

Pieter maakt een plopgeluid met zijn lip, voeten schuren over de vloer en zij, zij is op. Haar zintuigen nemen het over, het geluid, de bewegingen, ze verhullen haar gedachten, vertroebelen het zicht van boven dat moest zien waar ze hier nu is, en hoe ze dat doet, maar iemand krabt, haalt zijn neus op, slaat een blaadje open. Gelach op de gang, schoenzool geschraap gefluister.

Ze kijkt op.
 De verwarming suist en ze verdwijnt erin‌
, glijdt mee met het water door het hele gebouw, overal stemmen, voeten. Waar verlaat het water de verwarming, waar is de uitgang.
Als we hem zouden tekenen, zou hij kunnen vatten van we van hem maken met onze pen. Nu beschrijven we hem in een vreemde taal. Dat lijkt mij vervelend. En het is hier koud.

Ik ben mijn concentratie allang kwijt.

LvdO

pokken op een mosselschelp,
              leeggegeten,
              opengelaten,
      kalkhuid schoongespoeld,
             schoongepoetst
             met speeksel

PhD

       

 V I D E O 


                               

ik                          en de anderen

PT

De koude zuurstof van dit terrarium waar kille stralen tenen uitrekken tot koten van meerkoeten. De door een kat uitgerukte verenkammen, met resten bloed aan elkaar gelijmd. Ingeklapte molenwieken mens,
 op gelinieerd pulpschepsel schepsels scheppend uit grijze smurrie‌
die in het brein in vervoering is geraakt. Kolkend, klotsend, zuurstof doet gisten, borrelen, heftiger en heviger als een weerbarstige zee. Klotsbak, bonzend op het schedeldak, botsend en uiteengespat.

Tot de gedachtespanen landen op papier, vlekken achterlaten voor de volgende.

FvG

balanceren
tussen m’n kiezen

KG

       


                   

 A U D I O 

tussen neus en lippen

PhD

druk de kogel tegen het wit
ik kijk, strek mijn handen boven
mijn hoofd en hou vast
zo, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3
lekker laten hangen
2, 1
zucht de nul
 tussen neus en lippen‌

door schuur met mijn vinger in de groeven van mijn onderbroek

 V I D E O 

               

               

autocue

FvG


colofon



Het project 

EEN ZEKER IEMAND

is een
tentoonstelling van tekstueel en audio-visueel werk
dat is gemaakt tijdens de workshop die kunstenaars
Annelein Pompe en Caroline Ruijgrok gaven in het kader
van De Maand van het Materiaal, op de Afdeling Beeld
en Taal, Gerrit Rietveld Academie, januari 2014.



Concept website:

Fleur van Greuningen, Lotte
Landman, Annelein Pompe, Caroline Ruijgrok,
Karoline Swiezynski en Willem Sjoerd van Vliet.


Tekstredactie:

Fleur van Greuningen, Lotte
Landman, Caroline Ruijgrok en Willem Sjoerd van Vliet.



Webdesign:

Karoline Swiezynski

Beeldredactie:

Fleur van Greuningen en
Willem Sjoerd van Vliet


Audio:

Willem Sjoerd van Vliet



Teksten & Video’s:

Amanda van Alebeek, Sabine
Beck, Ilke van Deventer, Philippa Driest, Gwen Fieneke,
Kimiko Goodings, Fleur van Greuningen, Isabelle Hagen,
Elsemieke van der Heijden, Minne Kersten, Lotte Landman,
Layla van der Oord, Pim Oudheusden, Pieter Tensen



Met dank aan de

Gerrit Rietveld Academie, afdeling Beeld
& Taal (Gijs Müller)

en Literair Tijdschrift

De Gids