Blauwen

DIG essay

I will love you till the end of time

Basje Boer

She feels so sad
And wants the world to know
Just what her blues are all about
Billie Holiday, Lady Sings the Blues

I
Lana Del Rey zingt ‘Blue Jeans’

I will love you,’ zingt Lana Del Rey in ‘Blue Jeans’, ‘till the end of time.’ De ‘you’ waar ze het over heeft ziet eruit als James Dean. Hij draagt een spijkerbroek, en daarboven een wit T-shirt. Hij past haar better dan haar favoriete sweater. En ze weet wel dat love is mean en love hurts (uh oh), maar hij laat haar niet los. Op het artwork dat bij het nummer hoort, de derde single van Del Rey’s doorbraakalbum Born to Die uit 2012, wordt haar hals omklemd door een mannenhand. Op een andere foto worden er vingers in haar mond gestopt. Of hij haar iets wil beloven, vraagt ze. Of hij niet wil vergeten dat hij van haar is. ‘I love you more than those bitches before,’ zingt ze. ‘I will love you till the end of time.’

*

Een hand gaat horizontaal door het beeld en schuift een zwarte panty naar beneden. Hij onthult de blote huid van een bovenbeen. Het is alsof er een gordijn opzij wordt getrokken – de show gaat beginnen. Rechts in beeld ontmoeten dessins in zwart-wit elkaar: de streepjes van een jurk, de cirkels op een kussen, meer streepjes op de bank. Op de voorgrond sieren bleke gele bloemetjes een verwassen kussensloop. Maar het dessin dat centraal staat in de foto tekent zich af op het vrouwenbeen: een blauwe plek in de vorm van een hart.
Heart-Shaped Bruise’ is mijn favoriete foto van Nan Goldin. In het New York van de jaren zeventig en tachtig legde Goldin haar eigen leven en dat van haar vrienden vast – drugs, seks, feestjes, geweld. Een bruiloft, een spelletjesavond, een sterfbed. Beroemd zijn haar foto’s van stellen die kussen, op de bank, in een meer, in bad. Een vluchtige kus op een feestje, een laatste kus in een ziekenhuisbed. Mijn favoriete kus is die van “Monty” en “Rise”. Zij zit bij hem op schoot en houdt zijn gezicht in haar handen. Hij heeft een hand om haar middel en een in haar hals. Weer is er het contrast van patronen: het beige leer van de fauteuil, haar bleke huid en zijn gebruinde armen, haar blauwe spijkerbroek. Op een andere kusfoto verdwijnt de man achter de vrouw. We zien alleen zijn sterke arm, haar wilde zwarte haren, een stukje bloot van haar rug en, pontificaal in beeld, haar diepblauwe jaren-vijftig-jurk met strikjes op de schouderbladen.
Blauw duikt steeds weer op bij Nan Goldin – in ‘Self-portrait in Blue Dress’, in ‘Self-portrait in Blue Bathroom’, in ‘Blue Hills’. Er zijn blauwe luchten, blauwe pruiken, er is blauw licht, blauw water. Blauw is de kleur die hoort bij geweld en bij romantiek. Bij overgave en bij ontkenning. Bij verdriet – having the blues – en bij het uitdragen van dat verdriet – singing the blues. Bij Nan Goldin ziet een kus eruit als een worsteling en geweld als iets intiems – wat iets anders is dan dat ze dat geweld verheerlijkt. Ze fotografeerde haar eigen gezicht, bont en blauw geslagen door haar geliefde, maar ook in het eerste daglicht, zoekend naar een nieuw te volgen pad.

*

Joni Mitchells ‘A Case of You’, van het album Blue uit 1971, opent met een dialoog, die plaatsvindt ‘just before our love got lost’. De ‘you’ uit de titel stelt: ‘I am as constant as a northern star.’ De ‘I’ antwoordt: ‘Constantly in the darkness, where’s that at?’, om te vervolgen met: ‘If you want me, I’ll be in the bar.’ In dat café tekent Mitchell, bijgelicht door het blauwe licht van de televisie, een kaart van Canada. Ze tekent het op de achterkant van een viltje, met gezicht van de ‘you’ er twee keer op, alsof ze hem zoekt, of gevonden heeft. Alsof hij een plaatsbepaling is. ‘Oh Canada.’ Pas in het refrein blijkt dat de ‘case’ uit de titel niet een zaak is, maar een kist. De ‘you’ over wie Mitchell zingt, de Canadees die niemand anders zou kunnen zijn dan Leonard Cohen, zit in haar bloed like holy wine. Hij smaakt so bitter en so sweet. ‘Oh, I could drink a case of you, darling, and I would still be on my feet.’

II
Lana Del Rey zingt ‘Blue Velvet’

Ik hou van de overdrijving van Lana Del Rey. Ik hou van het pathos in haar teksten en de verveling in haar stem. Ik hou van het contrast ertussen. In een filmpje dat werd gemaakt voor een H&M-campagne uit 2012 zingt Lana Del Rey het popliedje waarnaar David Lynch in 1986 zijn film vernoemde, ‘Blue Velvet’. ‘In my heart there’ll always be,’ zingt ze achter een ronde microfoon, haar vingers losjes om de standaard, ‘precious and warm, a memory.’ In het filmpje zien we onder meer drie Del Rey-dubbelgangers, een hypnotiseur, een matroos met liefdesverdriet. Een kleine man in pak met een gleufhoed op. Del Rey staat te zingen in een woonkamer, in een roze angoratrui die ternauwernood haar billen bedekt, maar het voelt alsof het een nachtclub is, compleet met publiek. De vervreemding ligt er dik bovenop, maar wat een lynchiaanse nachtmerrie had moeten zijn blijft steken in de toon van een quirky commercial, of het werk van Erwin Olaf. Het is Lana Del Rey zelf die vervreemdt. Het is haar gespeelde desinteresse, het theater van haar liefdesverdriet, het ongemak waarmee ze beweegt terwijl ze zingt. Het is de overdrijving van haar lippen. ‘And I still can see blue velvet through my tears.’

*

De ‘she’ die blauw fluweel draagt heeft ook blauwe ogen. Ze zijn zelfs bluer than velvet. Ook de nacht is blauwer dan fluweel, zoals het licht zachter is dan satijn en haar zuchten – tender sighs – warmer zijn dan mei. Zo verveeld als Lana Del Rey ‘Blue Velvet’ zingt, zo breekbaar is de versie van Isabella Rossellini in Blue Velvet. Als Dorothy – artiestennaam: ‘The Blue Lady’ – staat ze achter precies zo’n microfoon als Del Rey, niet in een woonkamer maar in The Slow Club, voor rode theatergordijnen en in gedimd licht, met een jazzband achter zich. Dorothy is het tragische middelpunt van Blue Velvet en die toon wordt met dit optreden gezet. Waar Del Rey daadwerkelijk lijkt te zingen over blauw fluweel, al dan niet dat van een kledingstuk dat je bij H&M kunt kopen, daar zingt Dorothy over wat die stof symboliseert: een liefde die is vervlogen maar die voor altijd is opgeslagen in je zintuigen, die blijft voortbestaan in flarden van herinneringen, losse momenten. In de manier waarop het licht valt op iemands gezicht. Hoe fluweel voelt tussen je vingers, hoe een zucht voelt op je huid.
De man van wie Dorothy houdt, zo zal blijken, is een tiran. Hun liefde vervliegt niet maar houdt aan. Misschien verlangt ze ernaar de ‘she’ te zijn waarover zingt – een verheerlijkte ‘she’, een ongrijpbare ‘she’. Een ‘she’ op wie je al je fantasieën kunt projecteren, zoals we dat nu eenmaal doen met vrouwen die op een podium staan, tegen rode gordijnen en in gedimd licht.

*

De nachtclubzangeres is zo’n filmcliché geworden dat hij meer variaties kent dan originelen. Er is de rockversie op blote voeten die Juliette Lewis neerzet in Kathryn Bigelows Strange Days. Er is de over-the-top-cartoonversie van Jessica Rabbit in Who Framed Roger Rabbit? Er is Marilyn Monroe die in Bus Stop kan zingen noch kan dansen en toch de aandacht trekt van een naïeve cowboy zodra ze ‘That Old Black Magic’ inzet. Er is Rita Hayworth die in de film noir Gilda zo’n sensueel optreden geeft dat het uittrekken van één handschoen aanvoelt als een striptease. Ze geeft zichzelf weg aan haar publiek – haar lach, haar dikke rode haar, de rondingen van haar lichaam, de zachte klank van haar stem. Maar eigenlijk zingt ze maar voor één man, voor háár man – Johnny.
Het podium vergroot alles uit. Het spotlicht gaat aan, het geroezemoes verstomt. Wat heb je te zeggen? Welke jij laat je zien? Verschuil je je achter overdrijving, of leg je je verdriet juist bloot?
In Josef von Sternbergs Der blaue Engel uit 1930 speelt Marlene Dietrich een nachtclubzangeres, Lola Lola, die de mannen in het publiek avond na avond het hoofd op hol brengt. Beroemd is de scène waarin ze ‘Ich bin von Kopf bis Fuß Auf Liebe eingestellt’ vertolkt, met één been opgetrokken. Haar hoofd schuin, haar kin laag, haar ogen naar boven gericht. Er is één man in het publiek die Lola Lola zal verleiden en verraden, die zijn liefde voor haar zal bekopen met de dood. In Morocco, een film die Dietrich en Von Sternberg later dat jaar zouden maken, gaat ze volledig gekleed in smoking, maar hier draagt ze alleen de hoge hoed die bij die smoking hoort. Onder haar blote jurkje zijn haar jarretels zichtbaar. Als Lola Lola vergroot ze het vrouwelijke niet uit, zoals Lana Del Rey of Jessica Rabbit, maar vermengt ze het met het mannelijke. Ze contrasteert en verwart. Van top tot teen, zingt ze, staat ze in het teken van de liefde. Liefde is haar hele wereld, und sonst gar nichts. Om vervolgens droogjes op te merken dat de mannen die om haar heen draaien zijn als motten die zoemen rond het licht. ‘En als ze verbranden?’ zingt ze. ‘Tja, daar kan ik ook niets aan doen.’
Lola Lola is een femme fatale van vóór de film noir. Ze is hard zoals alleen vrouwen dat kunnen zijn. Ze zingt over de liefde maar ze voelt niets. Dietrich creëerde het personage samen met Von Sternberg, zoals ze dat steeds deden, in films en daarbuiten. Hij was haar Johnny, haar eenmanspubliek. Samen verheerlijkten ze haar verschijning, zoals de camera dat nu eenmaal zo goed kan.

*

Eerst was er Marlene Dietrichs zittende performance in Der blaue engel. Daarna was er Liza Minnelli’s nachtcluboptreden-met-stoel in Cabaret. En in 1986 was er de clip van ‘Open Your Heart’, waarin Madonna niet optreedt in een nachtclub, maar in een peepshow. De zangeres zit op net zo’n stoel als Minnelli, haar haar is net zo kort en net zo zwart. Maar als ze begint te zingen neemt ze afscheid van haar voorgangster: met een dramatisch gebaar schuift ze de zwarte pruik van haar hoofd en onthult haar beroemde hoogblonde coupe. Het gebaar gaat over in een pose, dezelfde als die ze aanneemt op de hoes van True Blue, waar ‘Open Your Heart’ op staat: hoofd naar achter, ogen gesloten, een en al hals en overgave. Maar het lied dat Madonna zingt gaat niet over overgave, het gaat over controle. Het refrein is een bevel in de gebiedende wijs, voorafgegaan door een dwingend ‘you’ve got to!’ Madonna draagt netkousen, zwarte pumps, lange handschoenen zoals Rita Hayworth, kwastjes aan de punten van haar borsten. Tegen de achtergrond van glimmend blauwe gordijnen danst ze voor een publiek van gestileerde clichés – een cowboy, een schrijver, een neuroot. Dit is het theater van de vrouwelijkheid, of een ironische versie daarvan: de vrouw danst en de mannen staren. De vrouw draagt de veren, de mannen betalen. Maar hier is het niet de man achter de camera die de controle heeft. Er is geen Johnny, of een man die lijkt op James Dean. Geen vingers in de mond, geen beurs bovenbeen. In ‘Open Your Heart’ is het de vrouw op het podium die de controle heeft. ‘You’ve got to!

III
Lana Del Rey zingt ‘Ultraviolence’

Ik google plaatjes van de wolfskers. Is de bloem ervan nu blauw of paars? Zijn de bessen zwart? ‘He used to call me DN,’ zingt Lana Del Rey in ‘Ultraviolence’. ‘That stood for deadly nightshade.’ De wolfskers, lees ik op Wikipedia, is onderdeel van de nachtschadefamilie en wordt ook wel atropa belladonna genoemd, verwijzend naar een oud Italiaans gebruik waarbij vrouwen het sap van de plant in hun ogen druppelden. Het verwoestte hun zicht maar maakte hun pupillen groter, donkerder, glanzender. Het maakte hen mooier. De reden dat Lana Del Rey deadly nightshade werd genoemd, was omdat ‘I was filled with poison, but blessed with beauty and rage’. Toch is het de ‘he’ uit de tekst, Jim heet hij, waarnaar het geweld uit de titel verwijst. ‘He hit me,’ zingt ze, ‘and it felt like a kiss.’

*

Er was eens een koning. Zijn vrouw overleed en hij richtte zich op zijn dochter. Hoe kan een dochter nee zeggen tegen haar vader? De prinses zei ja, maar ze had één voorwaarde: als haar vader haar wilde trouwen, moest hij haar een japon schenken in de kleur van de lucht. Ze dacht dat het hem niet zou lukken. Ze dacht dat ze hem te slim af was, maar ze had het mis. ‘Het azuur zelf,’ schrijft Charles Perrault in zijn sprookje Ezelsvel, ‘door gouden wolken omzoomd, heeft geen schoner blauw dan die prachtige japon had, toen zij voor zijn ogen werd uitgespreid.’ De prinses haast zich om nog meer voorwaarden te stellen, om nog meer jurken te laten maken. De koning gehoorzaamt. Niets liever wil hij dan trouwen met zijn dochter. Zelfs zijn kostbaarste bezit geeft hij haar. De prinses stopt al haar jurken in een kist. Ze vermomt zich door zich te kleden in de huid van een ezel en slaat op de vlucht.

*

Het licht gaat uit. Een spot wordt gericht op Danny – op zijn zwarte vetkuif, de openstaande kraag van zijn roze overhemd, zijn felblauwe ogen. De eerste tonen van ‘Blue Moon’ worden ingezet, een schuifelliedje. Maar als Danny zijn hand uitstrekt wordt die niet gepakt door Sandy, maar door een ander.
We naderen het einde van Grease. Er is een prom, een dragrace. Er is een conflict en een verzoening. Er is een knieval. Danny was steeds de stoere en Sandy de tuttige. Hij droeg leer en zij een roze strik in haar haar. Ze pasten niet bij elkaar, en daarom danst Danny niet met Sandy op ‘Blue Moon’. Maar als ze elkaar in de laatste scène tegenkomen op de kermis hebben ze allebei een make-over onderdaan. Hun transformatie is een liefdesverklaring. Nu is hij de tuttige, en is zij stoer. Waarom is het haar make-over die beklijft? Zingend trekt hij zijn cardigan uit, terwijl zij haar wilde krullen houdt. Haar rode pumps, leren jack, glimmende legging. De sigaret tussen haar rode lippen.
Je maakt jezelf mooier, of je maakt jezelf lelijker. Je luistert naar de naam die je gegeven wordt. Je hult je in leer, of in de huid van een ezel. Je maakt je ogen groot maar je ziet niets meer. Je verdwijnt in het blauw van de lucht, of je bergt je mooiste japon op in een kist. Soms wil je onzichtbaar zijn.

IV
Lana Del Rey zingt ‘Blue Banisters’

Lana Del Rey schetst een zomerdag aan de rand van een zwembad. Drie vrouwen wisselen hun vergaarde wijsheden met elkaar uit. Dat mannen geen interesse hebben in vrouwen die een naam voor zichzelf hebben gemaakt. Dat je nooit gelukkig zult worden als je je notitieboekje vol schrijft met Russische poëzie. Dat je nooit gelukkig zult worden als je een muze bent. De melodie verandert wanneer Del Rey zingt dat die laatste opmerking haar bang maakt. Ze heeft namelijk een man ontmoet, en die haar een belofte heeft gedaan. Iedere mei zal hij terugkeren om haar balustrade blauw te verven. ‘My banisters blue, blue banisters ooh.’ Hij zal haar windvaan repareren, belooft hij, hij zal haar kinderen geven, haar pijn wegnemen. En hij zal haar balustrade blauw verven.
Blauw – het woord, de kleur – is gevlochten door heel Blue Baninsters, het tweede album dat Del Rey uitbrengt in 2021. ‘And there you were with shining stars,’ zingt ze in ‘Textbook’, ‘standing blue with open arms.’ In ‘Beautiful’ vraagt ze zich af of Picasso wel een blauwe periode had gekend als hij nooit verdrietig was geweest. Ze zingt: ‘I can turn blue into something’ en plakt daar het refrein aan vast: ‘Beautiful, beautiful, beautiful like you.’ In ‘Nectar of the Gods’ is blauw ‘fucking crazy’ en in ‘Black Bathing Suit’ beveelt ze: ‘Mail me when you get the blues.’ In het laatste nummer, ‘Sweet Carolina’, zijn diezelfde blues gekrompen, zijn ze klein en aandoenlijk: ‘baby blues’.
Lady sings the blues,’ zingt Billie Holliday, op haar gelijknamige album uit 1956. ‘She’s got them bad.’ Waar gaat ‘Lady Sings the Blues’ over? Over verdrietig zijn of over zingen? Denk aan Billie Holiday en je ziet haar staan, achter haar ronde microfoon, een band achter zich. Misschien is er een rood gordijn, of anders is het glimmend blauw. Denk aan Billie Holiday en je ziet haar optreden. ‘She feels so sad and wants the world to know just what her blues are all about.’
‘Blue Banisters’, het openingsnummer van het gelijknamige album, gaat niet over mannen, maar over vrouwen. Tegen haar vriendinnen, op die dag aan het zwembad, zegt Lana Del Rey dat hun alles gegund is, alles behalve dat ene: ‘the diamonds, the rust and the rain, the thing that washes away the pain’. Maar, vervolgt ze, dat is niet erg, want als het nu mei wordt, komen deze vrouwen langs om haar balustrade te verven. Er wordt een taart gebakken, er rennen kippen rond, iemand is zwanger. Het zijn haar vriendinnen die haar balustrade verven, en niet de man wiens belofte klonk als een dreigement. Ze verven haar balustrade groen, zingt ze, groen en grijs, in plaats van blauw.


Bij dit essay maakte Basje de playlist ‘Lady Sings the Blues’


Basje Boer (1980) is schrijver en redacteur van DIG. Van haar verschenen de romans Nulversie (2019) en Bermuda (2016) en de verhalenbundel Kiestoon (2006). Daarnaast schrijft ze over film en (pop)cultuur, onder meer voor De Groene Amsterdammer en De Filmkrant

Meer van deze auteur