Lopende zaken 2022

DIG poëzie

nieuw leven baarmoeder en nostalgie

Jonathan Griffioen

nieuw leven baarmoeder

vandaag ben ik een ongrond,
en awkward, om te dragen,
in mijn herinnerbeelden, ook
een zoon van mijn moeder, moe,
voor mijn moeder onhandig om te dragen,
een log, lomp lot, mijn moeder is er
als een veld voor haar baarmoeder,
die in haar ijsbeert
die al haar organen bezocht heeft
als hypochondrie
de ijzervreter die in haar rondraast
en ontsnapt is, via de keel

mijn moeder en zoon
met haar something aan de hand
in de dorpskern van wijk
op weg naar de reiswinkel
die we omwille
van mijn (zoons) reisgidsobsessie
(die mij als de lucht lijkt te omvatten)
willen bezoeken

we zitten bij ellen aan ellens bureau
we roken met ellen samen sigaretten
heel de d-reizen staat blauw van de rook

ik krijg het benauwd zoals vaak en moeder heeft het
raam voor me geopend
door ellen te vragen of het raam open mag

ik krijg reisgidsen mee naar huis
ik ben een ongrond, ik ben hier half,
maar ik houd van de toekomst
we stappen in moeders rode renault 5
hier is het veilig, op ons schijnt de zon

de deursloten zijn ingekapseld in leer,
de tralies op de ramen
lijken raamkozijnen
de tuin is een onzichtbare muur




Beeld door Paul Richer (Franse arts en kunstenaar) uit de publicatie getiteld: Gonflement du cou chez un hysterique (1889). Opgenomen in het Creative Commons-archief, met de kop: ‘Is your womb wandering?’




nostalgie

weet je nog die motorisch gestoorde
mannen van ondergemiddelde intelligentie
gedrieën in de rookblauwe boerderij
aan de rim van een bos (de bomen
bovengronds gesperde takken
van één ondergrondse eik)

we omarmden eenieder
en de nachtbrassingaal was eeuwig

de zomer duurde er twee weken langer
en je had als je iets zei gewoon gelijk

ook over ruud (makkelijk, die
knatser zat in zijn eentje te drinken)
je had gelijk als je iets zei over ruud
want ruud is ruud
dat ruud zich misdraagt,
is des ruuds
kan je op varen

aan de horizon scheen onuitblusselijk de zon
de eenvoudige zon
ruud de dorpsgek
die zo kon huilen als er geen bier meer over was
voelde dat ook
op zijn huid

maar nu zijn er mensen
die zich zoals ruud
ook ging doen op den duur
organiseren
in anonieme bewegingen

en nu klopt het niet meer
wat we heel zeker zeggen
steeds willen zeggen
alsof het waar is omdat het waar is
wat ik wil zeggen
dat wat ik niet meer mag zeggen
van een heel kleine groep
een heel kleine groep
sylvana simons
is in haar eentje een heel kleine groep


Jonathan Griffioen (1987) is geboren in Amsterdam en groeide op in Wijk bij Duurstede. Over zijn jeugd in dat kleine stadje schreef hij in zijn debuut Wijk (2015). De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Griffioen haalde de halve finale van het NK Poetry Slam 2015. In 2018 verscheen zijn tweede bundel, Gedichten met een mazda 626 waarvoor hij de J.C. Bloemprijs 2019 kreeg. De bundel stond ook op de longlijst van de Grote Poëzieprijs 2019. In 2022 kwam de caleidoscopische bundel De (t)huiszittergod uit, waarin Griffioen het wezen van de waanzin onderzoekt.

Meer van deze auteur