Nieuw Babylon

DIG verhaal

Onderweg

Simone Zeefuik

De tijd vliegt wanneer je de tel kwijtraakt. Of was het juist andersom. Hoe dan ook, ineens is het vijf jaar later. Voor m’n kleinkinderen telt vooral het vooruitzicht van ongelimiteerde catering coins en de bij het vertrek te downloaden studiepunten. Hun Amsterdam heeft er altijd al zo uitgezien maar dat van mij herinnert zich de lelijkheid nog.

“De volgende halte is Azaniaplein. Overstappen voor trams 19 en 94. De Azaniabuurt is sinds juli 2052 een Gevaccineerden Zone. Houd bij het verlaten van de bolt uw QR codes gereed.”

Evenals de andere tramhaltes van de cirkellijn die Amsterdam’s vervallen centrum weer aan Oost en Zuidoost pogen te hechten, wordt ook deze bestemming in verschillende talen aangekondigd op de schermen boven het gangpad. Papiamentu, Yoruba, Tigrinya, Arabisch, Somali, Frans… Ik blijf het bijzonder vinden maar m’n kleinkinderen zijn het gewend. Zij zijn meer geboeid door het vooruitzicht van hun feestelijke bezoek aan deze dekoloniale equivalent van een spookhuis. Ik? Ik ben hier één keer eerder geweest: februari 2048, toen burgemeester Mustafa het lintje doorknipte en het Straatnamenmuseum officieel onderdeel maakte van het culturele landschap van Amsterdam. Of ‘Damsh’ zoals m’n kleinkinderen de hoofdstad noemen. Mustafa noemde het kersverse instituut “een toonbeeld van afscheid, de toekomst van het verleden.”
Dit is de burgemeester die we verdienen: iemand die de bewoners van zowel de voorsteden als de buitenwijken betrekt bij het profiel van onze metropool en die, indien nodig, een strop als een vlinderdas weet te strikken. Het eerste wat ze opknoopte, was de illusie dat geschiedenis onder het mom van ‘educatie’ een open wond dient te blijven. “Het zou zonde zijn van deze miljardeninvestering om onze bolt langs zoveel stilstand te laten rijden. Als jullie nieuwe burgemeester…” Het gejuich dat opsteeg vanuit de Clarence Seedorf Arena overstemde haar eerste poging om haar voornemen voor haar eerste ambtsjaar aan te kondigen: het hernoemen van alle koloniale straatnamen in de wijken rond route van NL’s eerste bolt, een kogelvormige metro die een snelheid van 95 kilometer kan behalen.

Mustafa hield haar woord: de week erna trokken de lokale politici van Lijst Nour de eerste straatnaamborden van de muren. Ze begonnen in Amsterdam-Oost, thuishaven van de eerbetonen aan Carl Linnaeus, Paul Kruger en zijn mede-Afrikaners, Oranje Vrijstaat en Charles Darwin. Vervangen door navigatiepanelen die zowel gelezen als beluisterd konden worden, restte hen nog maar één bestemming: een museum waar de straatnaamborden en standbeelden ter ere van verschillende koloniale terroristen en andere racisten als een soort gefleste geesten tentoongesteld staan.

“De volgende halte is Francescastraat. Uitstappen voor het gemeentehuis, het Straatnamenmuseum, het Ghidei Biidu instituut en de markt. De Waterloopleinbuurt is sinds juli 2052 een Gevaccineerden Zone. Houd bij het verlaten van de bolt uw QR codes gereed.”

De ogen van m’n kleinkinderen glimmen: ze denken nog steeds dat ik met ze meega. “Het feest is toch binnen, oma! Hoe kunt u er dan vanaf buiten over schrijven?!” verwondert Abir. “Wilt u hun nieuwe tentoonstelling niet zien?” vraagt August. Ik bedank en vertel ze nogmaals over m’n voorwaarde om één van de vijf jubileumessays te schrijven: “Ik schrijf er alleen over als ik de noodzaak van de verwijdering kan beamen met m’n afwezigheid.” Hun kinderoogjes gaan van glimmend naar glazig. “Vandaag is het vijf jaar geleden dat de laatste koloniale straat uit Amsterdam is hernoemd. En dat, lievelingen, ga ik echt niet vieren in een gebouw waar ze allemaal hangen!” Abir logt grinnikend hun shuttle keys uit, August belooft dat ze me tijdig zullen Tuxen. “Staat uw geluid aan, oma?” Al die apps maken teveel geluid. “Tuurlijk,” jok ik.

Bij het uitstappen, slaan m’n lievelingen nauwelijks acht op de negen, twee meter hoge sculpturen aan het begin van de Francescastraat. Negen beeldhouwwerken, negen personificaties van de Afro-Nederlandse gemeenschappen die in de 17e eeuw rond het Waterlooplein woonden. Vier zijn met elkaar in conversatie, viif zijn onderweg en verdelen hun routes over de drie verkeersrichtingen van het plein. Negen beelden tot stand gekomen in de ateliers van vier Afro-Nederlandse beeldhouwers die een woord als ‘broedplaats’ alleen maar kennen van hun geschiedenislessen over gentrificatie. Vier representaties van de alledaagsheid van Zwartzijn, vier beloftes om spiegels in plaats van spektakels te smeden. Ik vind ze allemaal beeldschoon maar op dagen dat ik een voorkeur heb voor één van ze, houd ik het meest van het beeld dat, over de Angolalaan, richting Noord kijkt. Ik geniet van de ogen die het gezien moeten hebben toen, op de avond van de aanslag op het Scheepvaartmuseum, een spectrum van rood en oranje zich tegen de hemel van die ene julinacht ontvouwde. “Vanuit de lucht bekeken, lijkt het gat waar eerst het Scheepvaartmuseum stond op een punt. Samen met deze punt, vormt de Angolalaan een uitroepteken op de kaart van Amsterdam!” predikt een gemaskerde woordvoerder in de door de actiegroep gehijackte nieuwsuitzending. Tux vulde zich met berichten over hoe de ontsteker van de explosieven gekoppeld was aan het besturingssysteem van de navigatiepanelen. De Amsterdamse Veiligheidsdienst ontkende het. Toch was het de laatste keer dat in één buurt alle navigatiepanelen tegelijkertijd werden geactiveerd.

“De volgende halte is Station Noord. Uitstappen voor Gargardplein en de markt. De Van der Pekbuurt is sinds juli 2052 een Gemengde Zone. Houd bij het verlaten van de bolt uw QR codes gereed.”

Als een cirkel een begin zou hebben dan zou dit voor mij de eindhalte zijn, het meest verre punt aan de overkant van dat wat je als centraal beschouwt. Met de starliner is het 20 minuten vanaf de Clarence Seedorf Arena en in die tijd wandel ik net zo lief naar het Ayitiplein voor m’n markt. Toch ben ik regelmatig in Noord. Hier op het Gargardplein, het eerste plein in Nederland dat vernoemd is naar een levende persoon die geen lid is van de koninklijke familie, drink ik altijd een theetje voordat ik naar de bioscoop ga. Ik noem het nog steeds Eye. Net zoals ik ook De Tuinen en Gaasperplas bij hun echte namen blijf noemen.

Ik ben meer een starliner-persoon dus ik board zelden een bolt. Toch geniet ik. De filterramen zijn inderdaad prachtig en het is geruststellend om te zien dat een stad zich, na zo’n slopende uitverkoop, wel degelijk terug kan vouwen. Sinds de institutionele boycots en kraakacties van 2023, ook wel de Afro-Nederlandse Winter genoemd, heeft het masker van Amsterdam-Centrum niets dan nagelschade opgelopen. De krassen, getrokken tijdens verwoede pogingen om de macht en illusies van verhevenheid niet uit handen te geven, hebben de porseleinen tronie dusdanig beschadigd dat alleen de scherven ervan minder waard zouden zijn. We wrikten ons los van de uitputting en gijzeling door vertragende diversiteitsworkshops en halfslachtige beloftes om kleur te bekennen. De tijd die we overhielden toen we stopten met uitleggen en verder gingen met uitvoeren, hebben we besteed aan onszelf. Als de centrum-elite niet zo arrogant was in het ontkennen van hun ondergang dan hadden ze misschien nog een toeristische begraafplaats van hun ruïne kunnen maken. Wanneer de drang naar eigenaarschap groot genoeg is, worden zij die jou iets weigeren het symbool van dat wat jij weigert.

“De volgende halte is Zeeburgerdijk. Uitstappen voor het De Rooy en De Palmtheater, de Dappermarkt, The Black Archives en HipHopHuis Amsterdam. De Zeeburgerbuurt is sinds juli 2052 een Gevaccineerde Zone. Houd bij het verlaten van de bolt uw QR code gereed.”

M’n oval trilt. Een Tux van de kleinkids. Ze vinden het Straatnamenmuseum maar saai en vragen of ik al in de buurt van de beelden ben. Ons, heet het werk. Een ode aan Wanneer We Ons Zien, het theaterstuk waarmee vier jaar daarvoor het Kiptheater opende. August houdt van het groepje van vier, maar vandaag mag Abir kiezen. “We staan bij de dame die haar haar gebonden heeft, oma,” besluit Abir. Welke, wil ik weten. Niet die ene. Die andere. Meervoud, we hebben te kiezen. Een verademing. Vroeger, voor de aanloop naar die Winter van 2023, zou ik deze vraag niet hebben kunnen stellen. “Tegenover het Afro-Nederlands Instituut en de HEMA, oma.”

“Tot zo,” beloof ik.

Simone Zeefuik is een Afro-Nederlandse, in Amsterdam-Bijlmer wonende schrijver, cultureel programmeur en organisator wiens werk draait om alledaagsheid, vreugde en social justice. Ze richt zich op imagination as access, het (de)spektakeliseren van Zwartzijn en (digitale) archieven. Ze is programmeur bij het Bijlmer Parktheater in Amsterdam, docent bij Zawdie Sandvliets Afro-Dutch Studies en gembertheecriticus. Van 2021-2023 is Zeefuik program director van de door haar geïnitieerde tijdelijke master Blacker Blackness aan het Amsterdamse Sandberg Instituut. Met haar vak richt ze zich op verbeelding als een methode om representaties van Zwarte mensen en Zwartzijn in kunst en design te dekoloniseren, te decoderen en te vrij(er) te maken.

Meer van deze auteur