Lopende zaken

De internet gids

Over zee gereisd

Mira Aluç

Ik belde Okan. “Er was een witte motorfiets waar de zeeën werden gevangen.”


Omdat het toch moest gebeuren, omdat we elk telefoongesprek afsloten met “ik bel je”, zocht ik in mijn telefoon naar jouw nummer en drukte op het groene knopje. Jij nam op en vroeg hoe het met me ging en ik zei dat het “wel oké” was en jij zei dat het warm was, maar best, ik vertelde dat ik bezig was met een onderzoek over Turkse terroristen in de jaren zeventig. Dat ik een roman had gelezen waarin af en toe melding werd gemaakt van de man die met zijn vrienden op een motor door de hoogvlaktes was getrokken en gepakt werd in de streek waar jij geboren was.


Mijn jeugd ging voorbij in Sivas. Ik ken ze goed. De weg die vroeger door Yıldızeli liep, is veranderd. Ik was er al tien jaar niet geweest. Er is een zeestraat bij de uitgang van Yıldızeli, een zeestraat die twee vlakten met elkaar verbindt. Uff, nergens ter wereld is het zo koud. Overdag passeerden we Yıldızeli. Er is gewichtscontrole bij de ingang van Sivas; verkeerscontrole.


“Maar die man die dat boek heeft geschreven, is hij dan vóór? Voor de communisten?”
“Nee, hij maakt af en toe melding van die gebeurtenis om zijn verhaal in de tijd te zetten. Dat de lezer weet: Ah, toen gebeurde dat, dus speelt het verhaal zich af in de zomer van 1971.”
“Hoe heet die schrijver dan?”
Ik noemde de naam en wist dat jij dat wilde weten om na te gaan of je hem kende. Dit was iets wat je altijd deed, waardoor ik als kind het idee had gekregen dat jij iedereen kende, net als Sinterklaas, maar wist al dat je hem niet kende.
“Nee, ken ik niet, maar die achternaam betekent ‘hij die van ene naar andere plek gaat’, hoe noem je dat ook alweer, niet nomade, maar zoals ik.”
“Migrant?”
“Juist. Migrant, dat is een mooie achternaam, toch? Wel bijzonder, kun je ook over schrijven.”
Zoals elke ouder kon je het niet laten om suggesties aan te dragen als ik vertelde waar ik mee bezig was. Ik kreeg spijt dat ik je had gebeld en keek naar het beeldscherm van mijn laptop.


Ze zagen ons, maar twijfelden niet. De benzine raakte vijftien kilometer voor het nummer op. Vroeger stopten we echter vaak en kochten we benzine op de weg. Het was de derde dag van ons vertrek. We hadden drie dagen honger, we waren slapeloos. We droegen de motorfiets over die vijftien kilometer lange weg.


“Hoe kom je er dan bij dat hij op een motor was?”
“Heb ik gelezen toen ik onderzoek aan het doen was. Dat ze na de bankoverval in Ankara en ontvoering van Amerikaanse soldaten op een motor door Anatolië zijn getrokken en vlakbij Sivas zijn gepakt. Vond dat wel een mooi beeld, twee mannen, jongens, vluchtend op een motor na een mislukte ontvoering.” Meer weet ik niet te zeggen, boos om mijn eigen frustratie dat het niets werd met die tekst.
“Er zijn veel boeken over die tijd en die beweging te vinden.”
“Ik weet het, maar de meeste kan ik niet lezen en er zijn maar heel weinig bronnen hierover in het Nederlands of Engels.”
“Maar je gaat geen verslag schrijven over die tijd, over communisme?”
“Nee, het zal wel fictie worden, hoeft dus helemaal niet historisch correct te zijn, maar vond het beeld van twee jongens op een motor naar Sivas wel interessant,” herhaal ik, al doet dat het tegenovergestelde van mijn intentie bekrachtigen en is het woord interessant vlak en leeg.
“Wat wil je dan weten met dat onderzoeken van je?”
“Nu, wat ik vooral wil weten, eigenlijk het enige, is of ze echt met een motor door Anatolië zijn getrokken, maar ik kan niet meer vinden waar ik dat precies gelezen had.”
“Weet je zeker dat het een motor was? Want in die tijd, in Turkije, was een motor ook een tractor. Motor betekende gewoon voertuig met motor.”
“Als ze met een tractor richting Sivas zijn getrokken, na een mislukte staatgreep, des te beter,” antwoordde ik.


We komen er vanaf. Onze auto zit ook vol gaten; van kogels veranderde in hart. We stoppen en laten de auto daar achter. Ik neem de onderofficier mee. We zijn in een populier. Onder de met sneeuw bedekte populieren. Er loopt ook een beek voor ons. Ik ga het water in. Water stroomt naar mijn middel. IJswater. Als ik uit het water kom, begrijp ik het: alle vijftigvijftig kogels in mijn achterzak zijn allemaal nat. De onderofficier is een angst, een haast.


“Een vriend van mij heeft zeven jaar in de gevangenis gezeten in Turkije voordat hij naar Nederland kwam, hij is helemaal gek van Deniz Gezmiş. Misschien kun je hem interviewen voor je verhaal.”
“Dat is lief, maar dat zal niet hoeven. Het enige wat ik wil weten is of ze op een motor of op een tractor zijn gegaan. Tot nu toe heb ik filmpjes op YouTube bekeken in het Turks om te zien of er beelden of nieuwsfragmenten van zijn, maar niet gevonden.” Wat ik niet zei was dat ik de comments onder de video’s had gekopieerd en vertaald had met Google Translate, waarin door de kijkers van de obscure filmpjes in enkele zinnen frustratie en onmacht werden geuit tegen toen en tegen nu. De houterige zinnen weet ik eerder aan de vertaalmachine dan aan de schrijvers die hun onmiddellijke reactie wilden delen. Google Translate werkt met een encoder, die delen of woorden van een zin omzet in een cijfercode, een decoder, die de code weer omzet in de doeltaal met daartussen een attention mechanism, die de hiërarchie in een zin, welk woord het belangrijkst is, dient te herkennen. Het “neuraal netwerk” vertaalprogramma van Google is in constante ontwikkeling en zou een zelflerend systeem zijn waarin letterlijke vertalingen van woorden gecombineerd worden met woordgebruik, grammaticale regels en datacorpora, om zo tot een “menselijke vertaling” te komen. Analytisch gezien zou de combinatie van de drie systemen garant moeten staan voor een goede en correcte vertaling, ware het niet dat de vertaalprogramma’s steeds in ontwikkeling zijn, complexere zinnen moeilijk kunnen coderen en dus (nog) niet het werk van een menselijke vertaler kunnen vervangen. In het vertalen van YouTube-comments werd duidelijk dat de mensen achter de aliassen niet voor anderen, maar eerder voor zichzelf schreven, als het uitroepen van een mantra of leus. Een comment die de naam Deniz Gezmiş bevatte, kopieerde ik naar Google Translate waar deze, naast de twee zinnen over onvergankelijk revolutionair gedachtegoed dat het lichaam overleeft, ook de naam van de Turkse terrorist vertaalde: Over zee gereisd.


Dan is er een diepe stilte. Dan de voetstappen van enkele vluchtende mensen. Met andere woorden, met de explosie is er een schokeffect bij de andere mensen, een verrassing; dan in paniek raken en ontsnappen. Regen en modder. Uw sigaret is op; nee, geen enkele sigaret. Een groot verlangen naar roken. Het is een ondraaglijk verzoek en je wilt een kop hete thee, oké? Dan plotseling een onverklaarbare dorst. Je haalt sneeuw van de grond en eet het op, waar geen modder is, het lest je dorst een beetje.


“Ik kan wel voor je gaan zoeken op internet en kijken of ik iets kan vinden en dat voor jou vertalen?”
“Als je dat zou willen doen,” antwoordde ik, verbaasd over dit aanbod. Drie minuten eerder hoorde ik het onbegrip in je stem, Dat je niet snapte waar ik mee bezig was en ik me zorgen maakte of de woorden die ik gebruikte misschien te moeilijk waren, want hoe ouder ik werd, en mijn vocabulaire zich uitbreidde als een inktvlek, bleef jij je van dezelfde spetter zwart bedienen. Toen buiten jouw macht om de zaak moest sluiten en ik een aantal formele brieven voor je opstelde, vroeg je me wat “op last van de overheid” betekende, want je had toch helemaal geen last van de overheid? Ik had aan de telefoon geglimlacht en uitgelegd dat dit de gebruikelijke zin in het Nederlands was.
“Maar het hoeft geen supergedetailleerd en historisch-correct boek te zijn, hoor, ben eerder op zoek naar een ooggetuigenverslag of zo, iemand die erbij was toen ze werden gepakt. Of die persoon dan overdrijft maakt me niet zo veel uit. Mensen maken verhalen altijd mooier, beter en groter dan dat ze waren.”
“Nee, weet ik. Je wil gewoon weten of het een motor of een tractor was.”
Die avond stuurde je me een mail en schreef dat je een verslag had gevonden waarin werd beweerd dat het de woorden van de Deniz Gezmiş zelf waren. Boven het Word-bestand stond dat je de tekst in Google Translate had vertaald.

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley en in Streven en werd meermaals gepubliceerd op DIG en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Recentelijk maakte zij ook de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

Meer van deze auteur