Lopende zaken

De internet gids

Tarot en het einde van de wereld (III)

Basje Boer, Nadia de Vries

3: De Magiër

Wie had gedacht dat een einde-van-de-wereldscenario zo huiselijk zou aanvoelen?

1 april 2020

Lieve Nadia,


Ik hamsterde omdat ik buiten crisistijd eigenlijk de anti-hamster ben. Bij mij moet voorraad op, zo snel mogelijk. Zelfs geld op mijn rekening duld ik niet, ik wil er direct vanaf. Het is een vreemde, bijna zelfdestructieve neiging die ik heb. En toch, als er te weinig op mijn rekening staat, of te weinig eten in de kast, dan krijg ik het om precies de tegenovergestelde reden benauwd. Ik ben een soort Goudlokje van het hamsteren: het moet precies goed zijn. Dus hamsterde ik – rijst, pasta, een blik olijven, een pot bonen – maar brak ik de voorraad ook direct aan.
Deze week zette ik op mijn to-do-lijstje: ‘serieus boodschappen doen’. Ik word er doodnerveus van, van die supermarkt waar je moet puzzelen om elkaar te ontwijken, waar iedereen steeds nét bij hetzelfde schap moet zijn, waar de een de regels serieuzer neemt dan de ander, waar ik me constant bewust bent van waar ik me in de ruimte bevind, en van waar de rest zich bevindt, en van waar mijn handen zijn, en van wat ik aanraak.
De afgelopen weken haalde ik dus alleen het broodnodige, bij de rustigere, ruimere biologische supermarkt. Maar nu had ik specifieke Albert Heijn-behoeften: kattenvoer, afwasmiddel. Er was ook een peertje stukgegaan. Dus maakte ik een boodschappenlijst, met de producten op volgorde van mijn route door de winkel, en zette ik de wekker. Ik heb nog nooit zo opgezien tegen boodschappen doen.

En we zeggen tegen elkaar dat we moeten focussen op de positieve dingen, want die zijn er ook. Er gebeurt ook zoveel moois.

Ik erger me aan de joggers. Ik erger me aan de gezinnen die zich als een cluster over de fietspaden bewegen. Ik erger me aan de bouwvakkers voor wie de anderhalve-meter-regel niet lijkt te gelden. Ik erger me aan de basketballers en de bootcampers en de parkwandelaars. Ik erger me aan ieder type recreërend mens.
Ik erger me aan de man die met zijn supermarktkarretje op me afgekoerst komt alsof ik lucht ben. Ik erger me aan de vrouw die gedachteloos achter me aansluit in de rij. Ik erger me aan de man die zijn boodschappen al in zijn tas begint te harken terwijl ik nog bezig ben.
Maar zelf blijk ik dus zo iemand die tegen winkelpersoneel snauwt.

Er is zoveel solidariteit, zeggen we, er is zoveel saamhorigheid. Dit brengt ons juist dichter bij elkaar.

Laat me uitleggen wat er gebeurde in de supermarkt. Ik had me voorbereid. Ik wist wat ik moest hebben en ik wist hoe ik het wilde doen. Ik had mijn eigen mandje mee zodat ik niets zou hoeven aanraken behalve de producten van mijn keuze.
‘Zou u een mandje willen pakken?’ vroeg de supermarktmedewerker.
Liever niet, zei ik, geïrriteerd. Maar het moest, dus ik deed het. Zachtjes mopperend, vloekend misschien, maakte ik het handvat schoon. Hanneste ik met de fles schoonmaakmiddel, die ik probeerde op te pakken met mijn vest om mijn hand.
Als je je gezicht niet aanraakt, zei de supermarktmedewerker rustig, en je wast thuis je handen, dan is er niets aan de hand. Ja, dat is ook zo, zei ik. Ik probeerde het goed te maken, ik deed extra begrijpend. Maar ik kreeg de frons niet van mijn gezicht.

Begin dit jaar trok ik De Kluizenaar. Een fijne kaart, dacht ik, die me goed paste. Maar het bleek een dubieuze kaart, een met dubbele betekenis: introspectie en autonomie enerzijds, wereldvreemdheid en egocentrisme anderzijds.

Ik moet steeds denken aan de periode vlak na 11 september 2001. Aan de collectieve onzekerheid, het einde-van-de-wereld-sfeertje. Aan dat beklemmende, verlammende gevoel dat omdat je niet weet hoe de toekomst eruitziet, er ook geen toekomst is.

Weet je wat het is met introspectie? Wat je over jezelf te weten komt is niets waard als je het niet verbindt aan iets groters.
Weet je wat me zo tegenstaat videobellen? Of aan bellen überhaupt? Dat het niet werkt als je je mond houdt.
De slogan van de coronacampagne van de Rijksoverheid luidt: ‘Alleen samen’. Het zou lachwekkend zijn als het niet zo treurig was.

Een paar dagen na 9/11, ik geloof dat het die vrijdag was, werd er ter nagedachtenis aan de slachtoffers wereldwijd twee minuten stilte in acht genomen. Ik beleefde de herdenking aan het Amsterdamse Museumplein, voor de deur van het Amerikaanse consulaat. De angst zat die dagen diep in mijn botten. Het was een tijd van chaos, van een overload aan informatie. Ik kreeg geen genoeg van de beelden; de torens, de rookpluimen, het as. De vloer van mijn zolder was bedekt met krantenfoto’s. Het was mijn manier om iets te lijmen wat stuk was, om mijn gefragmenteerde gedachten bij elkaar te houden. Tijdens die twee minuten stilte lukte het. Wat gebroken was, was voor even heel. Nooit heb ik een stilte meegemaakt waarin zoveel gebeurde, een stilte die zoveel betekenis had, die tot de nok toe gevuld werd met een verdriet dat geen verschillen kende. Het was geen persoonlijk verdriet, geen kluizenaarsverdriet, het was iets van ons samen. En we deelden het zonder dat erover gesproken werd. We deelden het zelfs precies om die reden.

Liefs,
Basje

PS Gefeliciteerd met je verjaardag!




3 april 2020

Lieve Basje,


Mijn eerste brief aan jou begon ik met een bekentenis, en in deze laatste brief heb ik opnieuw iets op te biechten. Ik heb deze week namelijk de sociale afstandsregels doorbroken. Het was egoïstisch van me. De dag na mijn verjaardag vroeg een geliefde of ik bij hem thuis bubbels wilde komen drinken. Dat wilde ik wel. En hop, daar ging ik, bij hem de auto in, op de passagiersstoel nog wel. Van anderhalve meter afstand was de hele avond geen sprake.
De volgende ochtend nam ik de trein terug naar huis. Het station was leeg; het normaal zo bruisende Hoog Catharijne was uitgestorven. Alleen de Albert Heijn to Go was open, waar ik bij wijze van ontbijt een uitgedroogde pretzel kocht. De supermarktmedewerker dirigeerde me van de mandjesstapel naar het gangpad, naar de zelfscan, naar de uitgang. Het was een gespannen begin van de dag. Ik snap goed waarom je het boodschappen doen nu liever vermijdt.
Het duurde een half uur voordat er een trein richting Amsterdam kwam. Eenmaal op weg naar huis heb ik de hele rit voor een man gezeten die zijn vingernagels knipte en uitgebreid in de rondte nieste. Nadat hij was uitgestapt was de vloer van de wagon bezaaid met halve maantjes. Mocht er toch een kosmische kracht in het universum zijn, dan zal deze man vast de straf zijn geweest voor mijn egoïsme.* Je bent nog lang niet jarig*, zou mijn moeder hebben gezegd.

Videobellen staat mij ook tegen. En Skype-feestjes vanuit mijn slaapkamer ook. Ik vind het unheimisch om mijn eigen woning in een vakje op het beeldscherm van een ander te zien, om mezelf op het beeldscherm van een ander te zien. En inderdaad, er is geen ruimte om te zwijgen. Wat zei Mia Wallace ook alweer in Pulp Fiction, in de scene waarin ze die milkshake delen? You know you’ve found somebody really special when you can just shut the fuck up for a minute and comfortably share silence. Zo’n comfortabele stilte is op Skype ver te zoeken. Nee, geef mij maar brieven.

Vorige week kreeg ik ineens zin om My Year of Rest and Relaxation van Ottessa Moshfeg te herlezen. Het boek gaat over een extreme vorm van zelfisolatie, gedreven door narcotica en afhaalkoffie, maar eigenlijk (excuseer de spoiler) gaat het boek over 9/11. Ik moest opnieuw aan het boek denken toen ik je brief las. De alledaagse sfeer van nu voelt inderdaad net zoals in die tijd, alsof de Derde Wereldoorlog opnieuw op uitbreken staat. Inmiddels ben ik wel opgehouden met erop te wachten, dat einde ter tijden, ik heb alle liveblogs op mijn telefoon ontvolgd. In plaats daarvan worden er broden gebakken en tarotkaarten geschud.
Na jarenlang films kijken en boeken lezen, had ik me nooit kunnen voorstellen dat een einde-van-de-wereldscenario in de praktijk zo huiselijk zou aanvoelen.

Op weg naar huis passeerde ik de Dam, waar de duiven nu uitgehongerd over het plein scharrelen. Ze zijn apathisch, hopeloos zonder hun dagelijkse portie friet. Ze komen alleen in actie wanneer ze denken dat er ergens met voedsel wordt gestrooid, wat meestal een ijdel vermoeden is, en wanneer ze opvliegen, bewegen ze zich over het plein als een lelijke deken. Hitchcock, zei ik tegen ze toen ze langs mijn hoofd suisden, maar ze negeerden me omdat ik geen friet had.
De enige andere figuur die ik op het plein zag was een man op een kistje, een levend standbeeld verkleed als de Dood. Hij knikte naar me toen ik hem passeerde. Ik heb hem geen geld gegeven. Ik vraag me af of er over een maand nog duiven in de stad zullen zijn.

Je raadt het nooit, maar eerder vandaag trok ik De Toren. Ik schrok zo erg dat ik meteen een nieuwe kaart trok, omdat ik een schijterd ben die zich niet aan de regels houdt. En wat denk je? Het was De Magiër.

Liefs,
Nadia

PS Ik hoop dat we elkaar gauw weer in het café kunnen zien.


Dit is het derde deel van een driedelige serie. Klik hier voor deel 1 en deel 2.