Lopende zaken

DIG poëzie

Zuigelingen

Jorina van der Laan

Deze fragmenten zijn afkomstig uit Zuigelingen, het chapbook van Jorina van der Laan dat op verschijnt op 28 november. In Zuigelingen laat Jorina van der Laan een magisch-realistische wereld zien waarin mens en omgeving in elkaar overlopen en vervloeien. In een vervreemdende opeenvolging van ontmoetingen die tegelijkertijd wreed en teder zijn, probeert een ik zich te verhouden tot wat zich buiten haar lichaam bevindt. Zuigelingen bevraagt de rekbaarheid en de grenzen van het lichaam en onderzoekt de veelvormigheid van een steeds opnieuw geboren identiteit.

Vere van der Veen

Vanaf de berm is het bos een grote, openstaande mond. De mond zucht en een warme adem slaat tegen mijn lichaam. Het vocht loopt in kleine druppels langs mijn nek naar beneden en vormt een vloeibare schaduw naast mijn voeten. Mijn huid zuigt zich als een nat T-shirt aan mijn spieren vast, drukt alle lucht naar buiten.

Ik kniel neer voor een plas zwarte stroop. Als ik mijn hand erin laat zakken, verdwijnen mijn pols, onderarm en elleboog onder het oppervlak. Op de bodem van de plas voel ik iets zachts. Het is klein genoeg om met een hand te omsluiten, maar de stroop maakt het zwaar als een kind dat weigert gedragen te worden. In het plakkerige lijfje herken ik de vorm van een pasgeboren kat, glad en gerimpeld. Instinctief leg ik de kat in mijn schoot en lik hem schoon.

Het licht valt door de gaten in het bladerdek in vlekken op mijn huid. Kleine mensenlichamen hangen aan gesponnen draden, vastgeknoopt aan een onzichtbaar punt. Ze trillen in de wind. De lichamen zijn volgroeid, maar ongeboren: hun ogen gezwollen, hun huid bedekt met een laagje vernix.

Er vliegt iets tegen me aan, raakt verstrikt in mijn haar. Ik trek het los en leg het in de palm van mijn hand. Op mijn hartlijn ligt een man. Hij beeft. Tussen zijn armen en zijn middel spant een dun, leerachtig vlies. De man spreekt me aan in een dierlijke taal, kwijlt, keft. Ik geef hem een aai. We begrijpen elkaar.

In de berm baart een man een tengere pols. De man ligt achterover in het gras, spant zijn bekken aan, laat los. Zijn gezicht is rood en nat. Hij knipt de navelstreng van de pols door en baart een rots. Hij knipt de navelstreng van de rots door en baart de schaduw van zijn vader. Hij drukt de schaduw tegen zijn borst en klopt hem zacht op zijn rug, neuriet.

Jorina van der Laan studeerde in 2015 af aan Creative Writing ArtEZ. Met haar afstudeerwerk Jongens zoals wij worden niet verliefd won ze in 2015 de Nieuwe Types Afstudeerprijs. Ze publiceerde werk op De Internet Gids en De Optimist.

Meer van deze auteur