Tropicana

Verhaal

Ontsnapping uit New York

Basje Boer

Hoofdstuk 1: Begin van het einde

a.
We ontmoeten elkaar op een vrijdag, in het vacuüm van te veel weten en niets willen zien. Er is iets met de tijd, de tijd gaat achteruit. We ontmoeten elkaar op een donderdag, een woensdag, een dinsdag, maandag, zondag. We lopen terug in de voetsporen die we maken in het zand.

b.
Jouw vingers tussen de mijne, samen maken ze een monster. Vreemde dagen, vreemde handen. We lachen niet, we fluisteren. Vervlechten geheimen. Alles wiegt op het niet-verstrijken van de tijd.

c.
We zijn eraan gewend geraakt om te rennen. Onopvallend, efficiënt. We zijn gewend aan de honger, de hitte. We zijn eraan gewend geraakt dat alles altijd vochtig is. Klam. Ik schaam me nergens voor: alles is altijd nat. Ruikt scherp. Ik schaam me niet voor jou.

d.
Spanning op de kuiten, in de kaken. Hyperventilatie. De spierpijn is constant. De schrik zit niet meer in het hoofd, maar in het lijf. Het besef komt overal achteraan.

e.
En het moet nog beginnen.

Hoofdstuk 2: De stad is een ziekte

a.
De dagen – maandag, zondag, zaterdag, vrijdag – worden gesmoord in de schemer. Even wordt gesmoord in altijd. Niets is relatief, zelfs jouw klamme vingers niet. Ik durf mijn ogen niet dicht te doen. Ik kijk omdat zelfs mijn oogleden plakken.

b.
Vertrekken gaat met haast, meestal in het donker. Wij, achterblijvers, worden juist stiller. Bewegen trager, alles doffer. Jouw armen openen zich en laten me binnen, waar alles simpel is. Waar mijn vocabulaire twee woorden kent: jij, ik.

c.
Wat als wij de laatsten zijn? Jij, ik.

d.
De paniek is niet scherp. De paniek zit niet hoog in de keel maar ergens in de buik: broeit, zoemt, peinst. We rennen voor de paniek uit. We zijn traag van begrip maar ons lijf is snel.

e.
Een geluid dat zich niet laat registreren omdat het nergens op lijkt. Woorden veranderen van betekenis of verdwijnen. Gevoelens verkleven en worden een. Er is meer ruimte dan ooit en toch bouwen we ons in. Taal is de laatste grens.

f.
Jij, ik.

Hoofdstuk 3: Ontsnapping uit New York

a.
Je zegt dat we moeten gaan, ik neurie. Je zegt dat de tijd ons inhaalt, ik vat de wereld samen tot: ‘hm’. Je opent je armen en laat me los. Ik gebruik een van de twee woorden die ik ken. Je leest me, ik knik: ja.

b.
We vertrekken op een zondag, een maandag, dinsdag, woensdag. Wiegend op de maat van de dagen, knikkend van ja, ja, ja. Jij, ik. Je armen open, ademend vanuit de buik. De paniek gaat voor ons uit, zoemend, zoem, zoem, zoem.

c.
Donderdag, vrijdag, zaterdag. En ik maar knikken en jij maar zuchten, spreiden. Een arm strekt zich uit richting de horizon. Onze voetstappen verdwijnen in het zand.

d.
Vreemde dagen, onze handen monsters. Wiegend op het verstrijken van de tijd.

e.
En wij maar rennen. Onze lijven snel, je armen open. Efficiënt. Hoe komen we van dit eiland?

f.
Jij, ik. De paniek in de buik. De laatste grens, het begin van het einde. Ik neurie dat ik de horizon zie. Jij opent je armen.

De screenshots zijn afkomstig uit Escape from New York (John Carpenter, 1981), Strange Days (Kathryn Bigelow, 1995), The Running Man (Paul Michael Glaser, 1987), Akira (Katsuhiro Ôtomo, 1988), Alphaville (Jean-Luc Godard, 1965), Mad Max Beyond Thunderdome (George Miller, 1985), The Terminator (James Cameron, 1984).

Basje Boer (1980) is schrijver en redacteur van DIG. Van haar verschenen de romans Nulversie (2019) en Bermuda (2016) en de verhalenbundel Kiestoon (2006). Daarnaast schrijft ze over film en (pop)cultuur, onder meer voor De Groene Amsterdammer en De Filmkrant

Meer van deze auteur