Tropicana

De internet gids

To sift oneself through a very particular patch of soil

een bespreking van Swallows and Amazons

Kaya Erdinç, Isobel O'Donovan

De transitie van volledig handgebruik naar enkel onze vingertoppen: wat houdt deze expeditie in? Hoe ging de concentratie van onze gehele hand over in slechts haar uiteinde?

Kaya: Het tropische als universele conditie is steeds meer gewoongoed geworden. Het is op veel meer plekken heet en stormachtig. Heeft dat ook betrekking op hoe we lezen? Vooral als wat we lezen zich afspeelt op plekken waarvan we ons nooit hebben kunnen voorstellen dat het er zo zou opwarmen? Worden verhalen uit Antartica dan net zo ervaren als die uit een woestijn? Dat zulke verwarringen iets doen met onze alledaagse gewoontes, is dan niet vreemd. Wellicht omdat we de smoezelige zachtheid vrezen die begint bij de oppervlakte van onze huid? Leidt het tropische tot een leeswijze die erkent dat er tussen onze huid en de aarde minder onderscheid bestaat dan we denken? In dit gesprek willen we met name de laatste vraag centraal stellen.

EN

Kaya: The tropical as a universal condition is becoming more and more commonplace. It’s hot, sweaty and stormy wherever we go. So does that also apply to our readings of novels set in places that didn’t use to be hot, sweaty and stormy in any way previously imaginable? That stories set in the Antarctic may as well be sensed as stories set in the desert? That they inflame the physically neutralized states, also temperature wise, unlike the one we inhabit when we sit behind our screens, which stimulate us to “cool down” in fear of disclosing the mushy softness that already is the surface of our skin.

Dit jaar ben ik begonnen met het langzaam lezen van Arthur Ransomes Swallows and Amazons, dat voor het eerst verscheen in 1930. Het gaat over meerdere reizen van een jonge familie, waarin de kinderen nog meer dan hun ouders gedreven zijn door het verlangen de wereld steeds opnieuw vast te willen pakken.

In het boek wordt iedere omklemming van iedere steen gelijkgesteld aan een ervaring van het nieuwe. De daad van het in de hand nemen en iets doen met een haar onbekende vorm; waar hun lichamen en handen zijn, is waar de wereld het meest actief is. Ik vind het in de regel moeilijk om de juiste hoeveelheid tijd te nemen voor een boek. In dit geval kon ik niet anders, en stelde het boek de ervaringsvoorwaarden op. In mijn jeugd ben ik gesocialiseerd om meer energie en levendigheid te herkennen in schermen in plaats van elders. Daarom bleek Swallows het perfecte middel om me te wijzen op een verward realiteitsbeeld dat ik door de jaren heen geïntegreerd had. Mijn eerste lezing riep vele ambivalenties op. De aanvankelijke desinteresse in het boek werd niet aangewakkerd omdat het me niks aanging, maar juist omdat het wilder en energieker was dan alle dopamine die ooit door een scherm op me was uitgespuugd, in een poging me daaronder te begraven. Er gebeuren zoveel dingen in dit boek, iedereen is altijd aan het doen en iets aan het afmaken. Of het nou houtverzamelen, vuurmaken of de bereiding van een avondmaal is: iedere pagina is gevuld met de communale drift om letterlijk de andere zijde te bereiken. Ik had nog niet beseft hoe wonderlijk het kon zijn om je op deze manier tot je omgeving te verhouden. Jenny Odell, kunstenares en schrijfster, beschrijft iets vergelijkbaars als ‘‘observatieve eros’’ in How to do Nothing:

EN

This year, I’ve started to slowly read Swallows and Amazons by Arthur Ransome, first published in 1930. It tells of several travels undertaken by a family, in which children are at least, if not more than their parents, filled with the desire to clutch the world anew. Because in the book, every grasp of every stone is conveyed as something new, as rebirth. The action of taking something in your hand and doing something with its unknown shape. Where their bodies and hands are is where the world is at its most present. Usually, it’s difficult for me to take my time while reading a book, but in this case it kept stopping me in my tracks. For someone who in his youth got socialized to recognize more energy and vibrancy in electronic screens instead of everywhere else, Swallows instantly tapped into my misconstrued sense of living about which I only started to learn – and actively work – very recently. Therefore it caused me to often respond with an incredible ambivalence. Not because it doesn’t concern me, but rather that it concerns me more than all of the dopamine sputtered forth by every screen I’ve ever seen. It has attempted to bury me underneath its constructs. There is so much going on in this book, everyone is always doing and completing something. Whether it is the action of collecting wood, making a fire, or the preparation of dinner; every page is filled with a communal drive to literally make it to the other side. I have never noticed the wonders of this way of relating. Jenny Odell describes something similar as ‘’observational eros’’ (i’m substituting ‘’observational’’ with ‘’practical’’) in How to do Nothing:

”..This thought visited me one day in the Rose Garden, as the intersection of a book I was reading and the arrival of a bird. The book was Braiding Sweetgrass: Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge, and the Teachings of Plants,by Robin Wall Kimmerer, an ecological scientist who is also a member of the Citizen Potawatomi Nation. The bird was a song sparrow. As the sparrow inched along and pecked at the ground in its customary way, I read for the first time about ‘’species loneliness,’’ the melancholy alienation of humans from other life-forms. Kimmerer writes,

I’m trying to imagine what it would be like going through life not knowing the names of the plants and animals around you. Given who I am and what I do, I can’t know what that’s like, but I think it would be a little scary and disorienting– like being lost in a foreign city where you can’t read the street signs.

She adds that ‘’[a]s our human dominance has grown, we have become isolated, more lonely when we can no longer call out to our neighbours” I looked over at my neighbor, the song sparrow, and thought about how just a few years ago, I wouldn’t have known its name, might not have even known it was a sparrow, might not have even seen it at all. How lonely that world seemed in comparison to this one! But the sparrow and I were no longer strangers. It was no stretch of the imagination, nor even of science, to think that we were related. We were both from the same place (Earth), made of the same stuff. And most important, we were both alive.’’

Dit staat in schril contrast met hoe ik de wereld heb leren aanraken en lezen. Swallows and Amazons bestaat uit een textuur die ik altijd uit de weg ben gegaan, maar ook eentje die ik niet uit mijn eigen kindertijd ken. Ik kreeg altijd Wipneus en Pim of Pluk en de Petteflet voorgelezen. Kinderliteratuur gesitueerd in de stad dus. Swallows verschilt daar volledig van. Het boek loopt over van actieve, rijke voorstellingen van een wereld die ik nu pas begin te begrijpen. Eentje waarin je moet kijken én doen. Dit is niet zozeer het geval in de stadse kinderliteratuur, waar zoveel lagen over elkaar zijn heen gelegd, dat het ontwikkelen van een ‘observatieve’ vaardigheid soms voldoende lijkt.

EN

This is in stark contrast to how I got to touch and read the world. And since I’ve also never read anything like Swallows and Amazons, it caught me off guard. A children’s story that is radical in its proactively rich renderings of a world I’m only now starting to do. As I undo my old one.

Isobel: Swallows and Amazons heeft een verleidelijke nabijheid voor een kind omdat het plaatsvindt op de oppervlakte van de aarde. De voeten van het kind bewegen over de grond van Wild Cat Island om het materiaal te verzamelen dat ze nodig hebben om te kunnen overleven. Het dek van de Swallow zweeft over de oppervlakte van het Lake District. Ze werken met, en be-grijpen daardoor, de oppervlakte, zodat ze ermee leren leven. Als kind begreep ik dat als ik de ruimte tussen mijn lichaam en de plek waarin mijn lichaam leeft kon sluiten, dat ik ook net zoals de Swallows op avontuur zou kunnen gaan.

EN

Isobel: The adventures of Swallows and Amazons has tantalising proximity for a child because it takes place on the surface of the earth. The children’s feet traverse the soil of Wild Cat Island in order to glean the material they need to survive – the hull of the Swallow floats atop the surface of the water of the Lake District. They work with – and therefore understand – the surface, in order to live within it. As a child I understood that if I could close the gap between what my body needed and the place in which my body lived, then I too could adventure like the Swallows.

Voor iemand die opgroeide in de jaren negentig, werd het ook al minder veilig geacht om dergelijke aardse oppervlaktes te betreden. Niet zelden werden we teruggeroepen. Maar in mijn tuin mocht het wel. En met de verrassend gemakkelijk verleende toestemming van onze ouders, bereidden we de hele dag voor. We maakten bedden en liepen op en neer naar de winkel om voorraad in te slaan. En als het later op de avond donker werd, wisten we al dat onze ouders banging dachten aan de afstand die we hadden genomen. Voor we het wisten was het alweer tijd, en likte de dauw onze voeten terwijl we de tocht terug maakten. De toestemming was verleend in de wetenschap dat de gezaaide twijfel ons veilig en wel zou terugbezorgen.

EN

Growing up in the nineties, it was not safe for children to inhabit the surface of the earth by themselves, and in many cases it was not allowed. As a child, I believed that I could sleep all night in the playhouse in my garden with the neighbouring children. With permission surprisingly easily granted from our parents, we prepared all day. We made beds and walked back and forth between the shop to buy supplies. When the night came in, it bore doubt between the wool blankets and the cookie packets. The dew licked our feet on the return to the house. The permission was perhaps given in the knowledge that this doubt would deliver us to the safety of the house, return us to our parents.

Het verlangen om de zelfstandigheid van Swallows te emuleren, zette me toen ik tien jaar was ertoe aan om mijn moeder te vragen hoe je een vis fileert. Ik stond gebogen over de wastafel terwijl ik het vlees van de makreel vasthield en het mes erin aanbracht. Gehalveerd kon ik zien hoe de vis er van binnen uitzag – de lange keel die gewelddadig moest worden uitgerekt – het skelet van graten die in het vlees zat dat ik wilde eten. Het leerde me dat deze vis ooit in leven was, de strakke spieren onder haar schubben stonden toe dat het zwom in water, op jacht naar haar eigen voedsel.

EN

Desire to emulate the Swallows’ self sufficiency led me to ask my mother to show me how to gut a fish when I was ten years old. I stood over the sink holding the solid flesh of the mackerel in one hand and inserted the blade. Halved, I could see the internal workings of the fish – the long gut which must be forcefully pulled – the skeleton of pin prick bones that are cushioned within the flesh that I wanted to eat. It taught me that this fish was once living, the tight muscles under its scales allowing it to swim through the water, in pursuit of its own food.

Onze voeten, wanneer bewust in de aarde geplant, kunnen ons allemaal met elkaar verbinden. De oppervlakte van de aarde is een plek waar we allemaal kunnen zijn, samen, tegelijkertijd. De voeten van de kinderen die over het eiland razen doen dat met evenveel zorg alsof de aarde waarover zij stappen hun eigen lichaam is.

EN

Our feet, if planted consciously in the earth, can connect us all to one another. The surface of the earth is a place that we can all be – together – at one time. The children’s feet that traverse the Island do so with the same care as if the surface of the earth on which they tread formed the skin of their own bodies.

Deze zomer heb ik er een gewoonte van gemaakt om de natuur in te gaan op zoek naar motten en vlinders. Het is een bezigheid waardoor het hele landschap in je hoofd kan worden geprent. Je merkt de bloemen op, de bomen, de plekken waarop bossen de hitte gevangen nemen. In een bos zag ik een grote weerschijnvlinder, een zeldzame soort die een paarse gloed over zijn vleugels heeft, met oranje omlijste ogen. Hij baadde een paar seconden in de zon op de grond voor hij weer opsteeg en ik hem uit mijn zicht verloor. Ik keerde terug naar hetzelfde bos om te zien of we herenigd konden worden. De frustratie die ik voelde dat de vlinder ergens in het bos was waar ik niet was. Ik voelde de nood overal tegelijkertijd te zijn, om te bestaan buiten de kenmerken van mijn eigen materialiteit.

EN

This summer I have made a habit of going out into nature and searching for moths and butterflies. It is an activity that can imprint the whole of a landscape in your mind. One notices the wildflowers, the trees, the areas within woods that are capable of trapping heat. In one wood I spotted a purple emperor, a now rare species that has a purple sheen on its wings and orange ringed eyes. It bathed for a few seconds in the sun on the ground before again taking flight, and I lost sight of it in the trees. I returned to the same woods again to see if we could be reunited. I felt frustrated that it was somewhere in the wood but not where I was, I felt the need to be everywhere at once, to exist beyond the characteristics of my material.

De distelvlinder migreert vanuit Afrika, door Europa naar Groot-Brittannië. Iedere zomer volgt hij het warme weer. Het duurt ruwweg zes generaties om de reis te maken. Geen enkele vlinder volbrengt de gehele reis, maar iedere vlinder is geboren met de imperatief dat het moet doorvliegen in het pad dat is uitgestippeld door zijn ouders en grootouders. Ik behoor toe aan de oppervlakte van een aarde die beneveld is door dreiging – menselijke roofdieren, uitgeputte habitats – maar wellicht bleef het verlangen overeind omdat ik de mensen aanvoelde voor wie dat oppervlak direct met hen verbonden was. Mijn moeder die in de bossen achter haar huis speelde, mijn grootmoeder die schuilde voor de oorlog, onder een groene deken, in het slaperige Welshe platteland.

EN

The painted lady butterfly migrates from Africa, across Europe, and to Britain every summer, following the warm weather. It takes roughly six generations to make the journey. Not one single butterfly sees the whole journey, but each one is born with the imperative that it should continue to fly in the path of its parents, its grandparents. For me belonging to the surface of the earth was befogged by danger – human predators, depleting habitats – but perhaps the desire remained because I could feel the people for whom the surface was more immediate. My mother playing in the woods behind her house, my grandmother sheltering from the war in a sleepy green fold of Welsh countryside.

Arthur Ransome is één van de meest gelezen kinderboekenschrijvers in Groot-Brittannië, ook is Swallows twee keer verfilmd (in 1974 en 2016). De aanname dat de personages uit Swallows en Amazons, op precies de juiste plek, op het juiste moment zijn gezet om de schoonheid van het landschap te aanschouwen, is vooral door Engelstalige lezers snel gemaakt. Ik geloof dat deze aanname onjuist is. Eerder dat de personages uit Swallows altijd in het landschap kijken, bemerken waar een adder zou kunnen leven, observeren hoe de vogels het water aanraken, bevriend raken met de houtskoolbranders die leven in tenten op het vasteland. Voor een kind dat te bang is om de hele nacht alleen in de tuin te slapen, biedt Swallows de voorstelbaarheid door dat we overal tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn.

EN

One could make the mistake with Swallows and Amazons that Arthur Ransome allows the characters to always be in the right place at the right time to witness the wonders the landscape has to offer. I believe that this is not the case, rather that the characters of Swallows and Amazons are always looking into the landscape, noticing where an adder might live, observing how the birds touch the water, befriending the charcoal burners who live in tents on the mainland. For a child who is too afraid to sleep all night in their own garden, this feels as though the Swallows are capable of being everywhere at once.

Kaya: “Op het juiste moment op de juiste plek zijn,’’ voelt aan als een mystificerend concept. Althans zo laat je het terecht klinken. En ja, in Swallows heb ik vaak gevoeld dat Ransome iets anders probeert te zeggen. Het boek spreekt van iets anders. Het is het harde werk van ergens in-kijken. Het ervaringsgerichte momentum van echt iets zien en jezelf door dat stukje aarde heen laten zeven. Dit jaar ben ik begonnen met klei te werken, en ben ik begonnen om toe te geven aan dat materiaal, een blik te werpen in de dieptes van dat materiaal is als zien dat er overal micro-landschappen zijn, waar je ook gaat. Het is anders dan het tweedimensionale scherm, dat zoals Marshall McLuhans medium being the message, al een bepaalde verdieping uitschakelt. Omdat we als mensen altijd weten dat wat we zien het maximaal zichtbare is, en dat dat strikt onaanraakbaar is in het hier en nu. Voor velen is dit of een bron van frustratie, of van verlossing. Maar voor anderen is het geen van beiden, omdat ze in staat zijn beide creatieve condities te accepteren zoals ze zijn, niet oordelende in de zin dat de één meer ‘‘waar’’ of ‘‘krachtiger’’ is dan de ander.

EN

Kaya: “To be at the right place at the right time,” feels like a mystifying concept. Or that is how you make it clink. And yes, in Swallows I have often felt that Ransome never made time or space for that kind of energy. The book speaks of something else. It is the laborious work of attempting to looking-into. Not at, maybe even with, but the experimental momentum of really seeing and sifting yourself through that most specific patch of soil. I started handling clay this year, and to give in, to look into the depths of that material is like seeing that there are enormous microlandscapes everywhere you go. It is different from the two-dimensional screen, which as the medium being the message, already disables a certain kind of depth. Because we always know that what we see is all there is, and that it is untouchable in the now. For many this is either a source of frustration, or of relief. But for some it is neither, as they are capable of receiving the two creative conditions as-they-are, not judging in the sense that one is more ‘‘truthful’’ or ‘‘powerful’’ than the other.

De op schermen gebaseerde technologieën die ons vandaag de dag omringen, plaatsen ons in alles behalve het nu. De onmiddellijkheid van zijn activiteiten verschaft ons de illusie dat niet alleen materiële voorwerpen gemaakt worden, maar dat we met evenveel aandacht alles doen waarop we klikken. En dat beide processen evenveel inzet zouden vereisen. Een godsperspectief? Wat je tegelijkertijd zegt over het verlangen om overal tegelijkertijd te zijn, kan ook verkeerd opgevat worden, als precies dat. Maar dat is het niet, omdat de verhoogde concentratie van de Swallows uit een tijd stamt waarin een dergelijke zinsuiting veel meer locatiegebonden was. En onmogelijk geïnterpreteerd kon worden als globaal, op de manier dat ‘‘the global’’ vandaag de dag om zich heen grijpt. Wordling gebeurde toen anders, en op een veel meer intieme en kleine schaal, omdat er voor deze kinderen echt net zoveel potentiële werelden waren als voor de kinderen van nu, enkel onderbroken door veel kortere afstanden. Letterlijk dichterbij huis, of waar het ooit veilig aanvoelde. Ikzelf heb veel activiteiten opgezocht op andere plekken dan waar ik woonde, en raakte daardoor gewend aan het verlangen om altijd iets anders te willen: een motivatie die ik bedekte door mezelf te vertellen dat het reizen me alleen maar verrijkte. Maar dat had dus ook een andere zijde. Dus het verlangen om overal tegelijkertijd te zijn, zoals jij hebt ervaren in Swallows, ging veel meer over dichterbij alles om je heen willen zijn, in plaats van dat je iedere wereld in een muisklik wilde betreden. En door dat laatste regelmatig en structureel te doen, ben ik gewend geraakt aan een wereldbeeld dat aanneemt dat alles bereikbaar is. We hebben veel gesproken over aannames, en ik voel dat Swallows een leven belichaamt waarin aannames bijna altijd gekoppeld zijn aan ervaring, in dezelfde adem. Dus er is wellicht de mogelijkheid om te oordelen en te besluiten, wat niet verkeerd is, omdat het gebaseerd is op actualiteiten en aanraakbare contexten in plaats van die contexten die onze gedachten onnodig bewolken. Deze levenshouding laat ons zien hoe te werken en leven met uitgestrekte handen.

EN

The physically neutralized state, geared by screen-based technology, is everything except the now. It instead enforces itself on us, but disguised as all the things we can see on the screen. And the instantaneousness of its act-ivity gives us the illusion that not only things are being done and made, but that we are doing everything we click on. The godlike perspective. What you simultaneously say about the desire to be everywhere at once, can also be misunderstood very easily as just that. But it isn’t, since the heightened concentration of the Swallows is from a time and day in which a saying like ‘‘being everywhere at once’’ was much more specifically locational and could not possibly be interpreted as global in the way ‘‘the global’’ works now. Worlding happened differently then, and it was on a much more intimate and smaller scale because for these children there were really just as many potential words as for the children that are born nowadays, but in a far closer proximity. Literally closer to home, or where one once felt safe. I myself got to seek things out as far away as possible, and therefore desired different relationships to what is around me and in the now. So the desire to be everywhere at once, as you have experienced in Swallows, was much more about being closer to everywhere around you instead of hoping to enter any world in a mouseclick. And by doing the latter regularly and structurally, I myself got accustomed to one worldview that assumes that everything is within reach. We have talked a lot about assumptions, and I feel that Swallows bespeaks a life in which assumptions are almost always coupled with experience, in the same breath. So that there perhaps is the ability to judge and decide, which is not wrong, because it is based on actualities and touchable contexts rather than those that cloud the mind needlessly. It is how we work and live with our hands wide open.

Isobel: Het is voor niemand een verrassing om te horen dat de afstand die we tussen onszelf en de mensen en omgevingen om ons heen creëren, niet bijdraagt aan onze gelukstoestand. Zoals je zegt, het geloof dat door schermen alles binnen bereik is, leidt ons onvermijdelijk naar de cyclus waarin we naast het onaanraakbare grijpen. En dat wat zo ver buiten onze lichamen ligt ook ‘‘vergeten’’ te verlangen. Het laat ons investeren in verbindingen met mensen en plaatsen in bedrieglijke landschappen die niet functioneren op basis van wederkerigheid, die deze verlangens zien als iets wat uit te buiten is, want zo lang dat ons verlangen voor verbinding niet bevredigd is, zullen we blijven consumeren, klikken en scrollen.

EN

Isobel: It is not a surprise to anyone to hear that the distance we put between ourselves and the people and environments around us does not contribute to our happiness. As you say, the belief that through screens everything is within reach ultimately leads us to a constant cycle of failure to grasp that which in reality is very distant from our bodies. It leads us to invest our need for connection with people and place in deceptive landscapes that do not operate on a basis of mutuality, that see these desires as weak spots for infinite profit, because as long as our desire for connection is not met, we will continue to consume, to click, or to scroll.

Het herinnert me aan Naomi Klein en haar reflectie over de opkomst van lifestyle branding die ons momenteel dieper op sociale en klimaat gerichte crisissen laat afstevenen, in haar boek No is Not Enough schrijft ze het volgende:

EN

I am reminded of Naomi Klein’s reflection on the rise of lifestyle branding that currently drives us further into social and climatic crises in her book No is Not Enough:

“The rise of hollow brands - selling everything, owning next to nothing – happened over decades when key institutions that used to provide individuals with a sense of community and shared identity were in sharp decline: tightly knit neighborhoods where people looked out for one another; large workplaces that held out the promise of a job for life; space and time for ordinary people to make their own art, not just consume it; organised religion; political movements and trade unions that were grounded in face-to-face relationships; public-interest media that strove to knit nations together in a common conversation… over the decades: as the influence of those institutions went down, the power of the commercial brands went up.

I’ve always taken solace from this dynamic. It means that, while our branded world can exploit the unmet need to be part of something larger than ourselves, it can’t fill it in any sustained way: you make a purchase to be part of a tribe, a big idea, a revolution, and it feels good for a moment, the satisfaction wears off almost before you’ve thrown away the packaging for that new pair of sneakers, that latest model of iPhone, or whatever the surrogate is. Then you have to find a way to fill the void again. It’s the perfect formula for endless endless consumption and perpetual self-commodification through social media, and it’s a disaster for the planet, which cannot sustain these levels of consumption.”

Ik las No is not Enough toen ik werkte op een kleine groenteboerderij in Italië, afgelopen zomer. Daar transformeerde het werk van mijn handen direct naar de maaltijden die we iedere avond aten. Ik zag de impact van toevalligheid – wanneer er vele tomaten op hetzelfde moment aan het rijpen waren, moesten we ze continue opeten of ze preserveren in chutneys voor in de wintertijd. De omstandigheden van het landschap kregen betrekking op ons. Wat er in het landschap gebeurde, dicteerde onze activiteit – het leidde ons, niet andersom. Ik herkende de vermarkte consumptie die Klein beschrijft; er is genoegdoening in de vermoeidheid die ons iedere avond op bed laat ploffen, in onze poging om de andere zijde te halen.

EN

I read No is not Enough while I was working on a small vegetable farm in Italy last summer. There, the work of my hands immediately translated into meals we ate each evening. I saw the impact of chance – when there were many tomatoes ripening at one time then we had to eat tomatoes at every meal, or preserve them in chutneys through for the winter. The circumstances of the landscape implicated us. What occurred in the landscape dictated our activity – it led us, and not the other way around. I could see the falsity in branded consumption that Klein describes; there was fulfillment in falling exhausted into bed each night having spent the day, as you say, getting to the other side.

Geschreven in de jaren dertig, Swallows en Amazons bestaat vóór de cyclus die Klein hier beschrijft, wanneer je, zoals je zegt, het ‘‘overal’’ een veel geconcentreerdere scope van betekenis draagt. Vandaag is het wellicht directer om eindeloos kanalen te doorploegen in plaats van de aarde waarin we onze voeten planten. De afstand die de Swallowskinderen hebben ten opzichte van de middelen waarmee ze hele processen leren begrijpen, was niet zo ongebruikelijk als dat het vandaag is. Een andere applicatie kiezen is gemakkelijker dan van gereedschap wisselen. Mijn moeder gaf me recentelijk een fotoalbum met foto’s van mijn overgrootoom Tom uit de zomer van 1925. De foto’s en met potlood opgetekende bijschriften documenteren een zomer die hij in zijn vroege twintiger jaren per motor doorbracht op bezoek bij vrienden en familie in Engeland. De foto’s blijken van overduidelijke veranderingen in onze wereld tussen toen en nu – het haast verlaten strand in Cornwall verwelkomt een Captain Cook-achtig zeilschip dat volgeladen is met tonnen, met op de achtergrond een lege weg, op een auto na, vermoedelijk op weg naar een pittoresk dorpje. De foto’s typeren ook een subtiele verandering – een aandacht voor het landschap die mogelijk is door een openheid en geduldigheid die we vandaag de dag weinig meer zien – het bewijs van de capaciteit om echt iets te zien. Tom neemt de tijd om koolmeesjes te fotograferen die zichzelf voeden in zijn tuin; een rups zo dik als een sigaar die zijn weg door de takken van een vogelnest hapt; een mol gedood door zijn jager, zijn ronde en plompe buik richting de hemel gekeerd. Tom geeft ieder wezen, plek, persoon en ding dat hij ziet dezelfde monumentaliteit als een dorp aan de zee. Hij bemerkt de aanwezigheid van andere wezens die de oppervlakte van de wereld om hem heen bewonen. Wie deze levens niet opmerkt, ziet ze ook niet verdwijnen.

EN

Written in the 1930s, Swallows and Amazons pre-exists the cycle Klein here describes, when, as you say, the ‘everywhere’ had a far smaller scope of meaning. Today it is perhaps more immediate for us to sift ourselves through endless channels of consumption or ‘surrogates’ instead of through the very particular patch of soil in which we plant our feet. The proximity the Swallows children have to the resources they need to get to the other side – was perhaps not so unusual as it is today. My mother recently gave me a photo album shot by my great uncle Tom over the summer of 1925. The photographs and pencilled captions document a summer he spent in his early twenties visiting friends and family across England on his motorbike. The photographs are proof of obvious changes in our world between now and then – the almost deserted beach in Cornwall welcomes a Captain Cook style sail ship laden with barrels – in the background, a road is empty but for one car trundling towards a village-sized Padstow. The photographs also denote a more subtle change – an attention for the landscape that is supported by openness and patience which is today rarely seen – evidence of the ability to look-into. Tom takes the time to photograph Great Tits feeding from bird baths in his garden; a caterpillar as thick as a cigar that is eating its way through a sprig of bird’s foot trefoil; a mole that has been killed by a predator, its round and plump belly turned towards the sky. Tom gives every creature, place, person, thing that he notices subjecthood, wherein the pages of the album a caterpillar is afforded the same monumentality as a seaside town, or photographed relative. He notices the presence of the other beings that inhabit the surface of the world with him. If one does notice these lives, one does not notice them disappearing.

Ik geloof dat de blindheid ten opzichte van de oppervlakte geboren is uit de afwezigheid van zorg. bell hooks’ All About Love predikt de kracht van het terugdraaien van dit gebrek, in het committeren aan elkaar en onze omgevingen. Ze schrijft over de nood van betrokkenheid:

EN

I believe the negligent blindness to the surface is born out of an absence of care. bell hooks’ All About Love is a testament to the power of reversing this lack, in committing to a proximity to one another and our surroundings. She writes of the need to be:

“embracing a global vision wherein we see our lives and our fate as intimately connected to those of everyone else on the planet.

Commitment to a love ethic transforms our lives by offering us a different set of values to live by. In large and small ways, we make choices based on a belief that honesty, openness, and personal integrity need to be expressed in public and private decisions.”

Het doet me denken aan het dagboek van mijn overgrootmoeder, dat ik nu in mijn bezit heb. Ze schrijft aan het begin van de jaren 80, het jaar voordat ze sterft. Terwijl haar werk zich voornamelijk binnen het huishouden bevond, haar dagen bevolkt met andere mensen, zowel bekenden als vreemdelingen, van wie ze de ontmoetingen tussen de pagina’s legde als integrale delen van haar dag. Haar toewijding om op betekenisvolle wijze om te gaan met hen die haar pad kruisen komt dichtbij de liefdevolle ethiek die hooks beschrijft. Mijn grootmoeder schrijft:

EN

I am reminded of the diary of my great grandmother which I am now lucky enough to have in my possession. She writes in the early 1980s, in the year before her death. While her work lay largely within the home, her days are populated with other people, both known and strangers, whose encounters she lays between the pages as integral parts of her day. Her commitment to meaningfully interact with those who cross her path comes close to the love ethic hooks describes. My great grandmother writes:

Tuesday - Nov 3rd Started on the poppies – Did up Hartgrove – then D. had to go to Eric’s, so I dropped her off, & went to Daphne’s – She was lifting her dahlia’s, but left them, & we went in, to find Moll making coffee! Went on to kit hill, & had quite a chat with Joyce – Nice folk at last cottage – called Drake. Went on up Gupples, & found Ewart Gawler at home – v. chatty, especially re school buses, but garbled! Eventually got home at 1:45! After retty [rest], got a good bonfire going, Ivor had done more clearing – Tea – School. Mrs F had left a note with a torch light for Ben’s bike! How did she know he needed one?

Mijn moeder gaf mijn overgrootmoeder het dagboek waarin ze deze passage schreef. Ze was door haar opgevoed, net als haar eigen moeder (mijn oma), en ze voelde en begreep haar manier van leven. Op de binnenkant van het dagboekomslag heeft mijn moeder een citaat van T.S. Eliot geschreven dat recht doet aan de liefdesethiek volgens welke mijn grootmoeder leefde –

EN

My mother gave my great grandmother the diary in which she wrote this entry. She was raised by her, along with her own mother (my grandmother), and so she felt and understood her way of life. My mother chooses a quote from T. S Eliot to write on the inside cover of the diary that bespeaks the love ethic by which I believe my great grandmother lived –

Because I know that time is always time And place is always only place And what is actual is actual only For one time And only for one place I rejoice that things are as they are

De sporen van deze mensen die me zijn voorgegaan – mijn overgrootoma, mijn overgrootoom, mijn twintigjarige moeder – zijn voor mij als de distelvlinder. Terwijl schermen een afstand proberen te scheppen, kan ik ervoor kiezen dat het enkel en alleen tijd is dat me van ze scheidt.

EN

These traces of these people before – my great grandmother, my great uncle, my 20 year old mother – for me are like the painted lady butterfly. While screens may try to forge a distance, I can choose for time to be all that really separates me from these people.

De voordelen van kinderen doen geloven dat de hele wereld binnen klikbereik is, mag dan een positieve instelling van ambitie lijken, ik geloof dat dit daarentegen een onvatbaar territoriaal zichtveld schept dat ons weg laat kijken van onze aarde, richting de valse beloftes van het scherm. Deze zomer stuitte ik op een serie van boeken in een tweedehandswinkel genaamd Shown to the Children, gepubliceerd in de jaren 10 van de vorige eeuw. Ieder boek is gewijd aan een verschillend onderdeel van de natuur, zoals insecten, vogelnesten en bomen. Insects Shown to the Children geeft gedetailleerd de insecten weer die in het huis en de tuin gezien kunnen worden, wat ze doen en waarom we ze niet moeten vrezen. In plaats van te doceren dat kinderen de verste uithoek van de wereld moeten opzoeken, introduceert het de micro-landschappen die bestaan binnen hun eigen directe omgeving. Het is dit toegeven aan oneindige werelden binnen de oppervlakte, die de Swallows belichamen zonder er bewust over na te denken. De wereld van de Swallows is nooit verder weg dan dan hun handen reiken, hun eigengemaakte weten is voldoende. Ze dienen niet verder te kijken, weg te kijken.

EN

The merits of leading children to believe that the whole world is within the grasp of their fingertips may seem like a positive instilment of ambition, but I believe it is this unfeasible scope of territory that leads us to turn away from the surface of our world, towards the false promises of the screen. This summer I happened across a series of books in a charity shop called Shown to the Children, published in the 1910s. Each book is dedicated to a different area of nature, such as insects, bird’s nests, trees. Insects Shown to the Children details the insects that can be found in the home and garden, at what time of year, what they do and why we should not fear them. Rather than teaching children to look out to every corner of the world, it introduces them to the micro-landscapes that exist within their own immediate territory. It is this acknowledgement of infinite worlds within the surface that the Swallows live by without conscious thought. The Swallow’s world is never farther away than the reach of their hands, their knowledge of it sustaining them to not need of looking any farther, to look away.

'’The Tree’’ (1925)

Tom