(geen titel)


verrast lijkt om te kijken naar
een lege ruimte achter


(trage zon)


[
[
lange trappen


   in het gezicht—


wat / waar / tussen
wie een roze trui—
die bij het langslopen


   die met de spitse kin


zon en maandag


of uit gewoonte — gaf de prijs van katoen en zijde
— blauw als slagschaduw in xx38
langs de rand van het meer, bleek over het
oppervlak een warme geur, een afgeleide arm


palmstad, je zegt


oceaan,
de mensen gaan naar buiten voor hun werk


(trage zon)


of als je nog eens kijkt


(geen titel)


e.
kwam de bakker
uit, een willekeurig gaan
tal van cijfers en
een stilte hier:


over de lengte van de voorstraat. herkent
terloops zonder schaduw / langs
de loempiakraam
en herstelt zich
iets


bij daglicht
twee, drie fracties achterom


(geen titel)


is
wat je zegt als je elkaar
ziet wat we zien, waar
koffiekringen, een plastic engel
in de schaduw van deze
(niet-naam)


langs
de euroshop, herfst langs


‘ga je hier zitten—
met een stapeltje gele memo’s
   toen ik,
net binnen, aan het hoofdeind


(vervolg)


armen / warm tegen gelig wasgoed hangt


van de balie naar de keuken.
van            de
keuken naar de lobby. en van
de lobby terug naar de receptie


dan
de zich terugtrekkende lach of —


van een lange middentrap
   wacht buiten, in het omzien


of, of
soms
, de nek geplooid

roelof schipper (Stadskanaal/Dordrecht, 1988) schrijft. In 2025 verscheen zijn debuut bleke gesp, beige zoom. Tekst- en beeldfragmenten verschenen onder andere in De Gids, op De Internet Gids en in de Poëziekrant.

Meer van deze auteur