Blog / 19.01.26
Aforismen over de ideeënwereld
1. Het probleem van het afval
Het product heeft geen geschiedenis en geen toekomst. Alle producten zijn virtueel, ook materiële producten.
Wanneer iets een nieuwe verpakking krijgt, wordt de oude verpakking nog een tijdlang getoond op de nieuwe verpakking, om de identiteit van het product gedurende de transitie te waarborgen. New look, same great product.
Het product heeft geen geschiedenis. Zodra het in de schappen ligt, is de herkomst niet meer te traceren. Melk komt uit de supermarkt: dat is gewoon waar.
Het product heeft geen toekomst. Dit is het probleem van het afval. De vraag waar het verpakkingsmateriaal naartoe gaat zodra het product geconsumeerd is, kan nauwelijks gesteld worden. Misschien heb ik een stuk plastic in mijn handen gehad dat nu in de buik van een albatros zit. Het is mogelijk, echt mogelijk. Maar het is nauwelijks denkbaar.
Het product heeft geen individuele geschiedenis of toekomst omdat het geen individu is, maar een instantiatie. Zelf bestaat het niet helemaal. Of anders gezegd: het bestaat juist meer dan de rest van de wereld, in het tijdloze rijk van de ideeën.
2. Kartonnerig
Ik groeide op in een huis vol karton. Het duurde lang voordat ik me over mijn afkeer en schaamte heen kon zetten voor dingen die ‘kartonnerig’ waren, zoals ik ze noemde.
Kartonnerig waren dingen die duidelijk door mensenhanden heen waren gegaan en daardoor niet konden beantwoorden aan het ideaal van reproduceerbaarheid. Kartonnerig waren zelfgemaakte verjaardagskaarten, zelfgeportioneerde zakjes snoep, en alles wat zichtbaar gerepareerd was. Kartonnerig waren ook thermoskannen en glazen bekers in de trein, tweedehands kleren en kweeperen die werden geplukt uit de struiken bij het postkantoor.
Ik wilde het glimmende, ondoordringbare, tijdloze oppervlakte van het product. Ik wilde portieverpakkingen, wegwerpbekers, en rare neonkleurige snoeplollies.
Toen ik in Argentinië kwam, realiseerde ik me voor het eerst dat mijn moeders kartonnerigheid niet louter een persoonlijke eigenaardigheid was. In de kiosk op de hoek waren boterhamzakjes te koop met chips die door de particuliere eigenaar van de kiosk uit een grotere, anonieme zak waren gehaald.
Kattenbrokken kwamen ook in dit soort zakjes. Merken waren schaarser. De producten die er wel waren, glommen minder overtuigend.
Kartonnerig zijn dingen die de contingentie van hun ontstaan niet verhullen. De geschiedenis van de wereld schemert hier duidelijker door het heden heen. Houtje-touwtje, gemaakt door individuele keuzes en handen.
Terug in Nederland wilde ik zeggen: de dingen zijn hier meer solide. Maar ik had ook kunnen zeggen dat ze luchtiger, ijler waren.
3. Vies
Filmpjes van koks die met blote handen eten bereiden. In de comments wordt geklaagd over een gebrek aan hygiëne. Dat gewassen handen bewezen hygiënischer zijn dan wegwerphandschoenen, doet er niet toe. Het gaat om de wens om de mens te maken tot een deel van de machine, tot een toevallig levend onderdeel, dat hopelijk spoedig vervangen zal kunnen worden.
De machine sanctioneert, maakt heilig en veilig. Aangezien de machine zelf een product is, zijn de producten die hij uitspuwt glimmender dan de producten die mensenhanden kunnen maken.
Niet wat vies en onveilig is, wordt afval; wat afval is, wordt vies en onveilig.
Wie afval eet, wordt zelf vies: een meeuw, een zwerver, een rat.
De broden die aan het einde van de dag massaal in containers worden gegooid zijn niet meer eetbaar. Er is niets veranderd aan hun samenstelling, maar er is iets veel belangrijkers gebeurd: hun waarde is afgeschreven. Het zijn geen producten meer. Ze zijn verwijderd, zoals een bestand op een computer verwijderd kan worden.
4. Virtueel
De digitale wereld was in zekere zin misschien te voorspellen: de natuurlijke uitkomst van een veel breder gedragen proces.
Het ideaal van het digitale is het ontbreken van de tijd en het ontbreken van het lichaam. En daarmee: de mogelijkheid van de perfecte kopie, de perfecte reproductie.
Een digitaal kledingstuk klinkt belachelijk, maar het is minder belachelijk als je bedenkt dat fysieke kledingstukken ook al virtueel zijn. Hun verleden is niet denkbaar (de naaister in de fabriek, de individuele handen die precies deze stof hebben gevoerd aan een machine, op een specifiek moment in hun werkdag) en hun toekomst evenmin (de ‘recylecontainer’ is een portaal naar een andere wereld, een zwart gat).
Iets breekt, wordt vies, vertoont een gebrek. ‘Ik haal wel een nieuwe.’
Het virtuele is de natuurlijke uitkomst van de droom van reproduceerbaarheid. Wanneer iets geen individu meer is, heeft het geen toekomst of verleden meer. Wanneer iets geen toekomst of verleden meer heeft, staat het buiten de tijd. Wanneer iets buiten de tijd staat, is het altijd en overal als een hologram oproepbaar.
Is het product uitverkocht? ‘Wanneer komt het weer binnen?’
5. Vlees
Wie een stuk vlees eet, eet een lichaamsdeel van een individueel dier. Gedurende zijn leven heeft het dier dit lichaamsdeel gebruikt. Om te bewegen, te voelen, te reageren, te handelen. Spieren groeien immers alleen door gebruik.
Wie het dier was, zijn gehele subjectiviteit, inclusief alle pijn en angst, speelde zich af in wat nu het vleesproduct is geworden.
Misschien is deze gedachte alleen maar verteerbaar wanneer je jezelf vertelt dat dieren eigenlijk geen individuen kunnen zijn, geen subjectiviteit kunnen hebben. Dat individuele dieren niets meer zijn dan instantiaties van hun soort. Dat ze, voor zover ze bestonden, slechts een perfecte en eeuwig reproduceerbare kopie van het concept ‘varken’, ‘kip’ of ‘koe’ waren.
Kan het vlees van een individu worden verteerd?
Het ontkennen van de individuele subjectiviteit van dieren betekent: hen bij leven al tot product reduceren.
Over het eten van vlees wordt vaak in termen van statistiek gesproken: het minderen van de vleesconsumptie. ‘Statistisch gezien is het niet relevant als ik dit stuk vlees niet zou eten.’
Verdere vertroebeling: een doorsnee pak melk bevat niet de melk van één individuele koe, maar van honderden koeien. Een worst bestaat uit ontelbare dieren. (Eenheidsworst.) Een bak met zestien kippenpoten bevat zeer waarschijnlijk niet de benen van acht, maar van zestien verschillende dieren.
Idee voor een boek of film. Vorm: afwisselende hoofdstukken over één mens en één kip. Het plot: dat hun levens elkaar zullen kruisen. De contingentie van die aanraking binnen de massale anonimiteit. Voorbestemming. Deze mens en deze kip, en niemand anders. Hun levens, die elkaar kruisen, het mirakel daarvan. Een romantische komedie.



