Redactioneel
Soms vraag ik me af of ik ooit mezelf was,
of alleen een spiegel van andermans idee.
Niet vragen wie ik was maar zeggen: Dít ben jij.
Een gezicht werd me gegeven en ik droeg het te lang,
het begon te passen als een litteken op mijn huid.
Er werd gewezen voordat ik sprak,
ze zeiden wat ik was alsof ik het zelf vergeten was.
Ze schreven mijn geschiedenis in hun taal,
met woorden die ik nooit koos.
Wanneer iemand zegt ‘Ik mis je’,
dan wordt je identiteit niet alleen bepaald
door wie jij denkt dat je bent,
maar ook door wie je voor de ander bent geweest
en de vraag hoe diep dat nog altijd echoot.
‘Ik mis je’…
Toen brak er iets.
Geen grootse ommekeer, geen vuur, eerder een scheur in het behang.
Een adem die niet meer om goedkeuring vroeg.
En heel langzaam begon ik weer iets van mezelf te voelen.
Rauw, onhandig, echt. Niet gered, wel terug.
Je identiteit krijgt vorm in de ogen van wie je mist.
Je wordt, in hun herinnering, degene die aanwezig was,
die sprak, luisterde, beïnvloedde.
Je bent meer dan wat je doet;
je bent de sporen die je nalaat in anderen.
Verhaal
We hadden nergens om naartoe te gaan
Essay
Diefstal
Beeld
Shifting Sitting
Poëzie
—
Verhaal
De Ongetikte
Essay
Witte wieven
Verhaal
Alle water
Essay
De kunst van het veranderen
Beeld
Submerged Heritage / Verzonken Leven / Soengoe Kondre
Verhaal
Met wie spreek ik
Poëzie
Eros
Essay
Poor Little Rich Girl
Poëzie
Sterfgebed
Verhaal
Hún Houzee werd een Heil
Essay
De antwoorden
De vrouw die Japans wilde leren
Essay
Oostersch. De soefische poëzie van J.H. Leopold
Stripverhaal