Bij diefstal denken we meestal aan de ontvreemding van voorwerpen of geld: een gouden ring, een iPad, een portemonnee. Maar is de ultieme diefstal niet de onteigening van iets met als gevolg dat iemand zichzelf niet meer is? Klinkt dat geheimzinnig? Wanneer iemand jouw Instagram-account overneemt of je handtekening vervalst, schendt hij of zij jouw relatie met de wereld. Daarvan is ook sprake als iemand een muziekgenre van een gemeenschap ‘kaapt’, of zich toe-eigent en openbaar maakt wat een ander heeft bedacht, gemaakt, geschreven.
In tijden waarin feiten een almaar hachelijker bestaan lijken te krijgen, is onze identiteit ook in toenemende mate aan onzekerheid onderhevig. Zoveel van onze sociale identiteit wordt bepaald door documenten, mediale communicatie, buiten onze invloedsfeer opgeslagen gegevens, dat identiteitsdiefstal geen magisch begrip meer is, maar een alledaagse praktijk. Als we de schending van onze relatie met de wereld als diefstal betitelen en bestraffen, wat wordt er dan ontvreemd? Weten we wel wat dat is? Zou je identiteit niet veeleer moeten beschouwen als variabele van een voortgaand proces, een uitwisseling die veranderlijk, onzeker en asymmetrisch kan zijn? Als iemand verliefd wordt, zeggen we dat zijn of haar hart gestolen is. 
Wie leeft, wordt misschien wel voortdurend bestolen en zal onvermijdelijk nieuwe delen van haar of zijn identiteit bij elkaar stelen.

In het verhaal van Maartje Wortel is te lezen hoe onzeker het proces is waarin we onszelf bij elkaar sprokkelen. Het essay over mode van Hannah van Binsbergen laat treffend zien dat je kleding sluw kunt gebruiken als middel voor zelfverrijking. 
Mia You’s tekst geeft een intieme blik in de manier waarop migratie je innerlijk kan aantasten, en je de indruk kan geven dat je niet meer jezelf bent. Wat wordt men dan, een gezichtloze geest, een ‘wit wief’? ‘De Ongetikte’ van Anne Jonker gaatover een vrouw die zich met haar kind terugtrekt uit een wereld die te strak gestrikt is en een eigen werkelijkheid schept waarin autonomie en verbeelding samenvallen. In een aangrijpend essay onderzoekt Gwen van der Zwan of na bruut geweld vergeving mogelijk is: na een woningoverval ontwikkelt zich een gesprek tussen slacht­offer en dader over schuld, herstel en taal. De gedichten van Obe Alkematonen hoe identiteit en verlangen in taal worden gestolen en hervonden. En in Verzonken Leven, Soengoe Kondre, Sungu Kondre, Singi Konde, Submerged Heritagevertellen Vincent van VelsenenMiguel Peres dos Santos hoe de marrongemeenschap hun land, stem en geschiedenis verloren door de aanleg van de Afobakadam in Suriname, een diefstal van grond én geheugen.

Alma Apt, Maria Barnas, Safae el Khannoussi, Dirk Vis en Dirk van Weelden, namens de redactie