De rooie kater

Laat me jullie vertellen
over de reusachtige rooie kater
de kleur
van korenschoven in augustus
met enkel een wit buikje
droevige ogen
groen als
kruidenboter
vaak met een lichte frons
alsof hij iets moeilijks leest
omdat hier geen zon voorkomt
wanneer zagen jullie die voor ’t laatst
te zijner tijd
vroeg in het najaar
was hij de schrik van de muizen

hier is de dug-out van de rooie kater
maak dat je
hier wegkomt
fluisterden zij elkaar toe.

Een keer
probeerde hij een muis te vangen
met een lome
maar fenomenale sprong
over een brandertje
met een open blauwe vlam
nu herinneren
z’n slordige
niet meer zo lange
snorharen
in een artistieke krul
aan die legendarische sprong.
Hij vlijt zich op de rand van een slaapplank
naast de ingang van de dug-out
waarvoor twee lappen kleed hangen
en bestudeert iets
door de spleetjes
misschien
iets of iemand
vijand of vriend
een vos of een mens.

De kater kent
elk paadje
elke loopgraaf, hol, dug-out
hij heeft een geheim
als buiten weer eens
de hel in alle hevigheid losbarst
en de aarde schudt
de reuzen van weleer ontwaken
en op pad gaan
duikt hij terstond weg
tussen de schrootjes
en verstopt zich ergens in de krochten
van de kleine dug-out
om zich niet te laten zien
geen denken aan
tot de reuzen uitgeraasd zijn.

Valt hij in slaap
dan strekt hij traag zijn voorpoten
hij droomt van zomer
van een onbeschadigd huis
van kippen
die rennen over het erf
van kinderen
die trakteren op vleespasteitjes
mijn helm glipt uit mijn handen
valt in de modder
de kater ontwaakt
fronst lichtjes
kijkt vorsend om zich heen:
mijn mannen
droomt weg.



Een bofkont ben ik

Ik neem deze herfst
intraveneus in me op
een poes steekt over
midden in de nacht
ik zet een pot thee
wikkel mezelf in een deken
een bofkont ben ik
ik heb mijn armen nog.

Blaadjes dwarrelen neer
op mijn schouders
ik wil in rook opgaan
een sprong in het nat
maar voor nu drink ik thee
met koek en chocola
de hemel is verfrommeld
als beddengoed.

Verder naar het zuiden
duurt de aanval voort
de stad is vol mensen
meer auto’s dan ooit
trams schieten als hazen
door de straten
onder mijn nekwarmer
verstop ik restjes zomer.

Dichters hebben zo veel
over de herfst geschreven
de stad schreeuwt het uit
het luchtalarm gaat af
ik weet van de hemel
spring in mijn bed
een bofkont ben ik
ik heb mijn benen nog.

Vertaling: TOBIAS WALS (1993). Hij studeerde Russisch en Oost-Europese Studies in Amsterdam en Slavistiek in Leuven. Hij debuteerde begin 2016 in Tirade, publiceerde enkele opiniestukken en werkt als vertaler.

Maxim Kryvtsov (1990—2024) was een Oekraïense soldaat maar ook dichter. Voor zijn poëzie liet hij zich inspireren door de oorlog met Rusland en het dagelijks leven aan het front. In 2023 verscheen zijn bundel Gedichten uit het schietgat, die werd uitgeroepen tot een van de beste Oekraïense boeken van het jaar. Kryvtsov sneuvelde op 7 januari 2024 nadat hij was getroffen door een Russische granaat. In de VPRO-podcast Dichter aan het front is hij te horen als verteller.

Meer van deze auteur