Redactioneel
Ik heb een lage stem, mijn vaders stem. Ik heb de stem van mijn moeder, die ooit werd aangewezen om Sinterklaas te spelen op de school waar ze lesgaf aan kinderen met een verstandelijke beperking. Ze was een kleine Sinterklaas maar had een geloofwaardig diepe stem. Ik heb de stem van mijn halfzusje, die een beetje hees klinkt maar net zo laag.
Mijn vader werd geboren in Nederlands-Indië als kind van een Nederlandse knil-soldaat en een Indische moeder, die op haar beurt het kind was van een Nederlandse vader. Na de oorlog keerde mijn opa met zijn Indische gezin terug naar Nederland, in eerste instantie naar het dorp in Groningen waar hij vandaan kwam. Mijn moeder werd geboren in een groot katholiek gezin in een dorp in Zuid-Holland. Net als mijn vader ging ze het huis uit zodra ze kon — hij ging bij de marine, zij naar de kweekschool. Ze ontmoetten elkaar in Amsterdam, de stad waar ik geboren ben.
Ik heb het steile haar van mijn moeder. Ik heb sproeten in mijn gezicht en een huid die in de zomer verbrandt. Aan mijn halfzusje kun je zien dat ze niet helemaal Nederlands is — haar haar is donker en krult, haar gezicht is getint. Het Indische in mijn gezicht zie je pas als je het weet. Iets aan de vorm ervan, de plaatsing van de ogen. De neus, de lippen.
Waar mijn accent vandaan komt, wordt me gevraagd. Waar ik ben opgegroeid, hoe ik aan die r kom.
Wat voor r? vraag ik.
Die rollende r.
Het gezin van mijn vader vertrok uit Groningen. Ze verhuisden naar Amsterdam, woonden in Breda, in Koog aan de Zaan. Later, toen hun zoons volwassen waren, beheerden mijn grootouders vakantiehuisjes in Spanje. Het huis dat ik me het best herinner is hun aanleunwoning in de Zaanse Vinex-wijk Westerwatering, waar de televisie altijd aanstond en mijn oma me maande de achterdeur te sluiten om de slangen buiten te houden. Pas jaren na mijn oma’s dood realiseerde ik me dat de vrouwen die ik altijd tante noemde geen zussen van haar waren maar vriendinnen.
Ook mijn moeder en ik vertrokken naar de Zaanstreek, eerst naar Westzaan, daarna naar Zaandam, terwijl mijn vader in Amsterdam bleef wonen, tweehoog op de Wallen. Mijn vriendin Erica was al eerder uit Amsterdam vertrokken. Al na een paar maanden Maastricht klonken haar g’s Limburgs zacht. Bij mijn moeder en mij sloop de Zaanse z er pas veel later en veel subtieler in. Het Zaans lijkt op plat Amsterdams maar is minder afgemeten, lijziger. Zangerig, zeggen ze. Zeurderig, vind ik. Saandam, zeg ik. Hoe meer ik gedronken heb, hoe meer s’en erin weerklinken: Sssssssaandam.
Op straat staar ik naar moeders en zoons. Een vader en zijn kinderen. Gezinnen aan wie je kunt zien dat ze een gezin zijn. Ze lijken op elkaar. Ze passen bij elkaar. Ze horen bij elkaar.
Ik heb mijn vaders naam, hij droeg de naam van de zijne. Wie de vader van mijn opa was, is onbekend. Ook mijn oma kende haar vader niet. Haar ouders trouwden op zijn sterfbed, waarmee haar moeder niet alleen zijn pensioen erfde maar ook zijn achternaam. Daarvoor had ze er geen gehad.
Hoe klonk mijn vader toen hij net in Nederland was? Had hij net zo’n accent als zijn moeder, die precies zo klonk als alle oudere Indische dames? Mijn vader vertelde over de Amsterdamse cafés waar hij graag kwam. Hij tapte moppen, vertelde anekdotes. Hij vertelde over avonturen die zich al dan niet op zee afspeelden. Vertelde hij over zijn jeugd? Over de oorlogsjaren waarin hij alleen met zijn moeder was terwijl zijn vader in een interneringskamp zat?
Hij noemde me Bobo, of Bobi. De naam van mijn halfzusje, Sara, sprak hij uit met nadruk op de tweede a.
Waar mijn accent vandaan komt, vraagt iemand me. Hoe kom ik aan die rollende r? Ik ga het riedeltje af — geboren in Amsterdam, opgegroeid in Zaandam. Ouders min of meer accentloos, min of meer ongeworteld.
Weet je waar je die r weleens hoort? merkt de vrouw op. Bij Indische mensen. Indische mensen hebben een rollende r.
De stem van mijn oma, ik kan hem zo terughalen. Ik hoor haar lachen, besmuikt. De betekenis van de uitroep ‘adoe’ (nadruk op de a) en het woord ‘kasian’ (nadruk op de eerste lettergreep) leidde ik af uit haar uitspraak: klagerig en langgerekt. Adoe is een uitroep van medelijden, kasian betekent zoiets als ‘zielig’.
Hoe klonk haar r?
Ik heb mijn vaders stem. Ik heb mijn moeders haar. Ik heb de naam die mijn opa droeg. Ik heb mijn oma’s rollende r. ¶
r-aantal: 238

Sasha Anguelovskaia, R–Sonata (Deel 3), 2026
Essay
De (ai)R komt met een hoge prijs
Poëzie
We kwamen elkaar tegen en we brachten de klank voort
Essay
Hé, zeg eens [r]
Poëzie
Gedichten
Beeld
Beeldbijdrage
Poëzie
hove r c r aft
Beeld
Beeldbijdrage
Essay
De r als sjibbolet
Essay
The Continental R
Polarisatie, oorlog en samenleven
Tribalisme en de kleine filosofe
Beeld
Beeldbijdrage
Verhaal
Transcript van het gezegde in afwachting van het ongezegde
Poëzie
Gedichten
Essay
Limbo
Essay
Twijfelen over België
Poëzie
Blauwdruk
Essay
De ficties van Edward Said
Verhaal
Queen of Sales
Essay
Witte jas
Stripverhaal