Redactioneel
I
die lange bocht in de A12 is het moment
dat je werkelijk onderweg bent daarvoor
is alles aanloop bij die lange bocht in de A12
is de auto warm zit de stoel lekker en gaan
je gedachten net zo snel als wettelijk is
toegestaan de weg is in persoonlijke delen
opgebroken je geeft jezelf de snelweg als
buffer je geeft jezelf je kleine rituelen
we hebben allemaal meerdere stemmen
sinds je moeder in haar laatste huis woont
maak je elke keer als je naar haar toe gaat
een foto van jullie samen huid aan huid
let op de details: je maakt een foto je neemt
hem niet, nog meer nemen is niet mogelijk
waarom je iets wilt bewaren wat ook
zonder het vast te leggen zal verdwijnen
weet je niet maar het zijn de kleine rituelen
je gebruikt de snelweg als buffer om twintig
jaar dertig jaar terug te spoelen om hier
te zijn hier in de luwte van de auto je bent
over de helft als je langs de windmolens rijdt
waar de zon in de herfst de berm scherp
aftekent en laag over de akkers strijkt alles
zwart-wit driehonderdzevenenvijftig foto’s
van jullie samen terwijl je moeder vroeger
altijd haar hoofd draaide ‘niet doen’ zei
gevolgd door ‘ik sta er nooit leuk op’ je rijdt
langs de vogel om bij op adem te komen
je rijdt langs het schip dat vaart op de rook
van het huis vanaf jouw huis gerekend is haar
laatste huis drie uur verder drie uur waarin
je nadenkt over wat je haar nog wilt zeggen
zo moet je haar vertellen dat je pas sinds kort
weet dat elke spinnensoort een ander web
weeft en dat je het dier dus niet nodig hebt
om te weten bij welke soort het hoort je
hoeft alleen te herkennen wat achterblijft
je passeert het huis met de boot door het dak
je denkt aan alles wat er al die tijd al was
aan alles wat je alleen maar hoefde te zien
nu maak je steeds vaker foto’s die ze niet
mooi gevonden zou hebben als ze nog zou
begrijpen wat je voor haar neus houdt
het is het ritueel je hebt haar met gesloten
ogen je hebt haar met open mond je hebt
haar met gebarsten lippen je hebt haar
met een bovengebit dat naar beneden zakt
je hebt haar met snot je hebt haar met
tranen je toont jezelf de kleine hunkering
er zijn soorten — zal je tegen haar zeggen —
die een hangmat weven andere maken
een slaapzak of een werpnet en ze zal
naar je kijken en er zal geen reactie komen
in haar kamer is een bed een open raam
en een wagenwiel dat danst in de wind
want alles blijft en we delen hetzelfde beest
Ⅱ
opnieuw een nacht in een hotel een hotel
aan de rand van het land een kilometer nog
en je staat in zee hier op verzakte grond
is beton gestort een vleugel bijgebouwd
afzetlint wappert in de wind weer een
nacht op geboortegrond omdat het klopt
wat ze zeggen alles verschuift het kind
wordt groter de ouders kleiner het is
zaterdag en de nieuwe kamers zijn gister
opgeleverd de mannen uit de haven zijn
thuis het is een rustdag je komt met je
weekendtas uit de auto moe van de rit
moe van de zorgen moe van het praten
tegen beter weten in het is weekend en
hier sta je had je maar niet zo ver moeten
uitvliegen blijhartig de liefde achterna
met de nieuwe sleutel opent de nieuwe
deur naar de nieuwe vleugel met het
nieuwe bed en jij ziet meteen het gat
waar een kroonsteentje uitsteekt je ruikt
de zweem lijm waarmee vloerbedekking
aan het beton is geplakt waarom ben je
zo bang waarom ben je meteen gekomen
waarom moet je een goede dochter zijn
van wie en wat is goed dit is je vader
dit is je vader daarvoor moet je zorgen
nu je moeder dat niet meer doet dit is
je vader maar ook een jongetje dat nog
banger is dan jij al je hele leven weet je
dat je bange ouders hebt en omdat jij het
minst bang bent ben jij een wankele pilaar
je keert huiswaarts vanwege de restrictie
op uitvliegen en de geruststelling van
binnen een dag terug op geboortegrond
te zijn opnieuw een nacht in een hotel
aan de rand van het land een kilometer nog
en je staat in zee het klopt dat het kind
groter wordt en de ouders kleiner je denkt
aan hoe je vader hoest geen lucht krijgt
hoest dat er niets aan de hand is echt niet
echt niet echt geen dochters op ideeën
brengen voor je het weet staan ze in je huis
en krijg ze daar maar weer uit je dochters
vinden scheuren in je muren ze vinden
vocht ze willen je ramen open ze weten
niet wat je dan binnenhaalt ze begrijpen
niets van herstelschade want dat is heus
mogelijk maar je kunt geen aannemer
vinden dat weet jij maar zij geloven je niet
zij weten het altijd beter je dochters en jij
houdt het voorval met de stoel achter
je zegt niet dat je wilde gaan zitten en
dat je jezelf daarna op de grond terugvond
dat er geruime tijd verstreken bleek waarin
je vingertoppen over de lussen van de
vloerbedekking zochten naar wat er was
gebeurd en waarom de boeken om je heen
lagen waarom de plank in de kast scheef
hing je hoestte je hoestte en je wachtte af
verder deed je niets omdat je dochters hun
eigen leven hebben en daar hebben ze het
druk mee en wat kan een arts doen als het
allemaal achter de rug is wat kunnen
mensen nou echt voor elkaar betekenen
herhaal je in het ziekenhuis bij de dokter
zo is het toch gezegd is het voorval met de
stoel en de kast gemeld is het ziekenhuis
bezocht met de ene dochter terwijl de
andere opnieuw onderweg is naar een
nacht in een hotel is het zaterdag zijn
de mannen die in de haven werken thuis
zijn de nieuwe kamers gisteren opgeleverd
is het zaterdag in het bed dat voor het eerst
is opgemaakt voor jou
Poëzie
De tuinen
Essay
Scheppen in autonome grond
Poëzie
Gedichten
Essay
Mozaïek en kiemcel
Verhaal
Gedeelde grond
Poëzie
Oden in de spooktuin
Essay
Verlangen naar gezamenlijkheid
Poëzie
Hagen
Essay
Met Otto in De Tuinen van de Egel
Poëzie
Missa botanica
Beeld
Garden
Verhaal
Zusterstemmen
Essay
Albidas
Verhaal
Onderverlicht
Poëzie
Stillevens
Essay
De zwijgzame vulkaan
Stripverhaal
Closed due to weather
Beeld
Oproep van de tuinders
Beeld