Redactioneel
1.
Een man in een fluorescerend hesje verplaatst een grote oranje pion. Hij staat met zijn rug naar je toe. Wanneer hij door zijn knieën zakt lijken zijn rug en de pion hetzelfde object. Naast hem slaat een portier open. Een hand twijfelt kort welke slang; diesel, euro 95 of E5. Klepje open, een doffe klik van de tankslang die de holte van de auto in kruipt, voeding.
Sinds het gesprek met de choreograaf ben je hier iedere dag. Je parkeert je fiets rond negen uur tegen de brug en gaat zitten op de koude stenen van de reling. Je observeert de in- en uitrijdende auto’s. Het keurig uitgemeten lapje asfalt is de overgangsfase tussen stad en snelweg.
2.
De rode emmer wordt nogmaals gevuld. Een zwarte Citroën maakt plaats voor een motor. De schaduw van de grote boom naast je kruipt over de stoeptegels. De emmer is nu vol. De man in het hesje leegt de emmer langs het plateau van pomp 3. Het water spoelt de restanten weg van een eerder voorval, dat je niet hebt gezien.
Er zijn veel dingen waar je geen getuige van bent, ontelbaar veel dingen. ‘s Nachts lig je steeds vaker wakker omdat je denkt aan de microscopische organismen in je huis, aan alle gesprekken in de straat die je niet opvangt. Je hoort hoe de bovenburen spullen over hun vloer schuiven. Je stelt je voor hoe in hun woonkamer het meubilair steeds van positie verandert.
3.
Je volgt de gebeurtenissen rond tank 8. Op de betaalautomaat zit een duif met haar kop voorovergebogen. Ze kan de man, de emmer, of het bord met lunchdeal € 7,- van een andere hoogte bekijken. Uit de schuifdeuren stapt een jonge vrouw. Je hebt een vaag vermoeden dat je haar eens eerder hebt gezien, maar weet niet waar of wanneer. Haar handen omklemmen een Twix en een bos bloemen. Het samengestelde boeket heeft liggen wachten tussen de uitlaatgassen en verdwijnt nu in haar kofferbak. In hoog tempo verlaat ze het tankstation.
Je denkt aan je broer, die zo lang wacht met tanken dat hij soms stil komt te staan. Hij wacht op het moment dat de tank precies, of precies niet leeg is, voordat hij zijn auto opnieuw vol-gooit. Toen je hem op een middag vroeg waarom hij het tanken uitstelt, zei hij slechts dat brandstof vroeger alleen te koop was bij de apotheek. Je kijkt naar het asfalt. Daaronder liggen grote containers gevuld met diesel en benzine. Ze zijn onderdeel van alle buizen, kabels, kettingen, leidingen, ondergrondse grachten en palen die de wortels van deze stad vormen.
4.
In je lichaam groeit een holle vorm. Je masseert je knieën. Je klopt op je buik, duwt je kuiten hard tegen de stenen reling, drukt je nagels in je handpalm. Je kunt niet detecteren waar de leegte begint.
Op de uitrit van het tankstation stopt een taxi. De chauffeur stapt kordaat uit, opent de motorkap. De duif spreidt haar vleugels, vliegt weg. De man in oranje zegt iets tegen de taxichauffeur, leunt nu ook naar voren en bekijkt de ingewanden van de machine. De een knikt, waarop de ander ook begint te knikken. Tegelijkertijd keren ze je de rug toe.
5.
Een ruimte kan leeg blijven voelen, ook nadat er vele spullen in zijn gezet. Als kind verhuisde je twaalf keer. Je blauwe dekbed, de geblokte gordijnen of de houten kast met kleren verdreven de stilte uit de kamers niet. In iedere nieuwe stad schreef je moeder je in bij de plaatselijke balletschool. Op den duur danste je zoveel dat de bewegingen die je lichaam maakte de houvast vormde tussen alle nieuwe steden, scholen en straten.
Je kijkt naar de man bij de vuilnisbakken. Naast hem staan drie grote koffers. Hij doet niets. Zijn armen hangen naast zijn lijf, zijn benen staan een beetje uit elkaar, zoals de houding van een speelgoedpop die net uit de verpakking komt. Af en toe kijken jullie naar elkaar. Jullie zijn hier allebei te lang en vragen je af wat de ander hier doet.
6.
Je had standvastiger kunnen zijn, je had beter kunnen luisteren. Je had om hulp kunnen vragen, je had iedere ochtend voor aanvang aanwezig kunnen zijn, je had meer spiermassa op kunnen bouwen, je had sorry kunnen zeggen, je had vaker kunnen lachen, je had na de repetities kunnen blijven, je had duurdere schoenen kunnen kopen, je had je telefoon consequent uit kunnen zetten, je had kunnen smeken om het behoud van een plek.
In de zijspiegel van een scooter zie je de autoweg. De spits nadert. Het ene voertuig volgt het andere voertuig naadloos op. Je telt het aantal seconden dat iedere auto te zien is in de spiegel.
7.
Je overweegt om op te staan, om op de achterbank van de zwarte Audi bij tank 2 plaats te nemen, of anders in de Fiat Panda bij tank 6.
Je kunt gewoon een stukje meerijden, iemand anders de route laten bepalen. Je zult in een rustige straat parkeren, uitstappen, de voortuin in lopen van een rijtjeshuis, de deur openen, je jas aan de kapstok hangen, en misschien een geliefde kussen. Als het meezit zijn er al boodschappen voor het avondeten gedaan. Je zult de ander vertellen over je dag. Het tankstation ben je dan allang weer vergeten.
8.
Dit tankstation was er eerst niet. Deze straat en deze autoweg waren er eerst niet. Deze stad was er eerst niet. Dit stuk land was er eerst niet, er was zee. Bij het antiquariaat kocht je een boek met landkaarten van Nederland. De afbeeldingen laten zien hoe de kustlijn eeuwen fluctueerde, tot het moment dat we alles vastlegden met stevige muren van beton.
Toen in de jaren zestig een man in Turkije zijn huis renoveerde trof hij in zijn kelder een tunnel aan, die leidde naar een ondergronds dorp, diep onder zijn eigen woonplaats Derinkuyu. Archeologen werden ingeschakeld. Ze vonden kamers en straten tot wel tachtig meter diep. Er waren klaslokalen, religieuze ruimtes, en zelfs ondergrondse stallen voor het vee. Ooit bewogen er twee dorpen tegelijkertijd boven elkaar.
9.
Dit is niet het eindpunt. Het karton van de koffiebekers wijst op een korte pauze. De vlekken op de wc-bril vragen de bezoekers niet te lang te blijven. De lauwe kroketten onder de warmtelamp naast de kassa nodigen nooit uit voor een tweede bestelling. Hier is beweging. Hier staat niets vast. Hier hoef je nog niets te besluiten.
10.
De man met het oranje hesje is verdwenen. De man van de vuilnisbakken is achter zijn koffers gaan zitten. Alleen zijn bruine laarzen zijn nu nog zichtbaar. Boven de koffers draaien de ventilatoren van de wasstraat. Een grijs hekwerk sluit de propellers af. Het tafereel doet je denken aan gekooide vogels die vergeefs proberen hun vliegkracht te optimaliseren.
In gedachten speel je de choreografie af van je laatste voorstelling. Je zoekt naar de momenten waarop je voeten al los zijn van de vloer, maar je lichaam de daaropvolgende pose nog niet heeft gevonden. Het zijn die fracties van seconden waarin je lijf vrij van zwaartekracht lijkt te zijn.
11.
Uit de wasstraat komt een vrouw. Ze sleept het reclamebord voor de ingang naar binnen, daarna trekt ze met veel kabaal een rolluik naar beneden. Je schuift met je billen over de reling. Nu de zon onder is heb je het koud. De vrouw bergt een sleutelbos op in een kleine tas die aan haar schouder bungelt, haalt nu een andere sleutel uit het voorvak, toetst een zescijferige code in op het beveiligingssysteem, kijkt of het lampje van de camera brandt, werpt een vluchtige blik op de grijze Renault die bij tank 5 parkeert en wandelt dan naar een brommer naast de lantaarnpaal. Morgenochtend om halfzeven voert haar collega de handelingen in omgekeerde volgorde uit. ¶
Essay
Edel Dier
Poëzie
Binnenwaarts vindt de Staat zijn Koers
Essay
De Franse cefaloforen
Poëzie
Baarmoedertjes wraak
Beeld
Lichaamsdelen
Verhaal
Terminal
Verhaal
Clausule 4.3
Poëzie
heb je nog getwijfeld over belgië sinds er leven is op
Essay
Hoe 30 miljoen mensen uit Nederlands-Indië in 1893 staatloos gemaakt werden. Wie was de aanstichter?
Verhaal
Luchtig
Poëzie
titellozen
Verhaal
Knabbelen aan Gods vinger
Poëzie
—
Essay
Radicaal pessimisme: de pornografische verbeelding van Kathy Acker
Verhaal
Bodemhart
Verhaal
1819
Surinaamse dagen