de oostelijke horizon
is naar bed
met de witte
sluipmoord

    auf den eisfenstern
    blühen die blumen

    een ruit zonder zicht
    op schuilplaats
    of schutter

er leven enkel
roerloze rendieren
ze briesen en hun
dubbelloopse
adem bevriest
hun geweien
knallen het verschiet
in duizend
knisperende wimpers
tot ze zijn uitgebloeid

— opgedragen aan Rose Ausländer —



Er was de oproep om te sterven. We waren gehecht aan de suikerpot
de melkkan en ontbijtbordjes en dat alleen die sneuvelen konden.

Vroeg in de ochtend vertrokken we. We waren gehecht aan de geur
uit het blik met zwarte thee dat we openden voor de fluitketel zong.

De stad die ontwaakte was ons moederland. We waren gehecht
aan de klokken die elke schemering door ons gemijmer beierden.

We reden door nog lege straten. We lieten de muur achter
met onze opa en oma, starend naar vergetelheid.

Honderd tekenen van een vreedzaam leven zagen we. In de berm
billboards die een contrabasconcert aankondigden. Zelfs de doden

werden opgeroepen gehoor te geven. Etalages vol gestapelde
tv’s die alle dezelfde doofstomme soap toonden. Gespletenheid

was het die ons waanzinnig maakte. We wreven realiteit uit
onze ogen, wasten twijfel van onze gezichten. Als konijnen

voor de jachthonden renden we, verstrikt in velden
van goud, rode rivieren, bergen van gele bitterheid.



This is when we lost
our humanity

    het is iets wat gutst, zwart
    water zonder maatsoort

She told me, ‘If friends die, don’t delete
their phone number’

    wanneer de sluizen kieren
    kolkt er nauwte opwaarts

‘Just change their name
to martyr’

    onbewogen wacht de havik
    een blik als schietlood

I opened my contact list
and there they were:

— voor Abu Firas en Amin —



het was een smal pad
overwoekerd door braamstruiken

in de verte donkerde een bosrand
onze passen krasten langszij

    we vroegen niet meer
    wie ons gemaakt had

een stoppelveld ploegden we door
dachten een transparante dans te zien

als het horizonbos dat onschuld ademt
een vreugdevollere omsingeling

    we stelden geen vragen meer
    over ons zojuist geboren offer

in onze rijpe voetsporen
tekende genade zich af

Maris van der Meij schrijft poëzie en essays. Ze won in 2023 de Jan Hanlo Essayprijs Klein en werkt momenteel aan haar debuut.

Meer van deze auteur