wie is het die daar roept
boven de gele lichtbakken?
het is een vogel,
wat voor vogel?

             kijk, u kent een aantal namen voor de vogels.
             u kent de vormen van de vogels goed genoeg
             om ze van elkaar te kunnen onderscheiden,
             om duidelijk te kunnen zeggen wie ze zijn

wie is het die daar roept?
hoe noem ik deze roep met
naam van mees, van merel
naam van roos, van soort?

             ziet u een merel nu dan geeft u hem zijn naam,
             een mees noemt u een mees, een duif een duif
             u schept plezier in hoe de sticker van de naam
             perfect past op de schaduw van de vogelvorm

wie is het die daar roept?
is het de mus mij welbekende
hiptsjilp in de oude heg
gewoonste aller vogels?

             u weet dingen over hen die zij niet weten,
             zoals hun gemiddelde lengte in centimeters,
             hun verwantschap aan gigantische reptielen,
             hun achternaam in het latijn, de marmertaal

wie is het die daar roept
nu de vertraging wordt herhaald
in zinnen van gelijmd metaal
en nam ik deze trein al eerder?

             ja, deze trein neemt u al jaren elke ochtend
             en hij is evenzeer dezelfde als de tijd waarin
             hij komt: deze minuut is soms bewolkt,
             in de winter is hij kouder en nog donker

treinstem die de tijd herhaalt
is het de mus daar die mij ziet
zij die rond hetzelfde uur
weer in herhaling valt

             maar welbeschouwd neemt u al jaren
             elke ochtend om dezelfde tijd de trein
             de trein met op zijn voorhoofd nu eens
             die en dan weer deze onleesbare tekens

ik zou niet kunnen zeggen
of het steeds dezelfde is
blind ben ik voor zijn gezicht
o haal mij door herhaling heen

             als kind probeerde u om zich die tekens
             in het hoofd te prenten, zodat u weten zou
             wanneer hetzelfde werkelijk hetzelfde is
             algauw bleek dit een onbegonnen zaak

wie roept daar toch
geïncarneerd in deze vorm van mus?

             het zien van het gezicht duurde nooit langer
             dan de schrik van het moment waarin het
             op u afkwam (achter streep van witte tegels)
             daarna won de vorm het altijd van de stof

o haal mij door herhaling heen

             wie roept daar toch

Kyrke Otto (1995) studeerde filosofie en klassieke talen en is momenteel als docente en promovenda verbonden aan de Radboud Universiteit. Gedichten, essays en besprekingen van haar hand verschenen o.a. in De Gids, Tirade, Poëziekrant en de Nederlandse Boekengids. Sinds 2023 maakt ze deel uit van de redactie van De Gids.

Meer van deze auteur