Ik heb al een paar dagen zo’n utopisch onderwijs-cultureel scenario in mijn hoofd. Een scenario dat dicht in de buurt komt van dat van de film Black Panther (2018), die zich afspeelt in het fictieve land Wakanda. Ryan Coogler is de schrijver en regisseur. Sinds ik die film heb gezien maak ik dikwijls uitstapjes in de fantasie. Zo fantaseer ik over dikke dollars en euro’s die we zullen verdienen naarmate de olie- en gasboringen dichterbij komen (2028). Welvaart en welzijn voor Suriname! Gratis en verplicht onderwijs voor alle kinderen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond. Een goede infrastructuur; scholen, bibliotheken, digitale middelen in zowel de stad als het binnenland. Alle studenten hebben toegang tot laptops, internet en e-learning, ook in afgelegen gebieden. Specifieke aandacht voor cultuur- en taalgevoelig onderwijs zodat we van elkaar leren. Ook al hebben we meer dan twintig talen die gesproken worden in Suriname, het zal allemaal mogelijk zijn. Een curriculum dat geschiedenis, kunst en cultuur centraal stelt zodat leerlingen hun identiteit ontwikkelen en daarmee tegelijk ook de Surinaamse. Meertalig onderwijs om inclusie en internationale kansen te bevorderen. Leerkrachten die betere opleidingen genieten en daardoor beter verdienen. De lerarenopleiding die aantrekkelijk wordt gemaakt en waarna de leraar de status krijgt van bijvoorbeeld een parlementariër. Moderne leesmethoden met aandacht voor ‘critical thinking’, creativiteit en IT. Vakscholen en meer dan één universiteit die voorzien in de behoefte van de arbeidsmarkt (olie en gas…). Het stimuleren van ondernemerschap onder jongeren zodat ze lokaal oplossingen kunnen ontwikkelen. Maar ook zorgen dat bestaande ondernemers zich weten te handhaven in de economieën van deze aardbol. En al dat moois sijpelt dan door naar de schrijvers.

Zie je het al voor je? Het is een mooi lijstje en ik zou onbegrensd willen doorgaan met deze ‘onderwijstopia’, maar de dystopie waarin het Surinaamse onderwijs zit, biedt mij een nachtmerriescenario. Ons onderwijssysteem is volkomen disfunctioneel, versterkt ongelijkheid en ontneemt toekomstige generaties kansen. Er komen steeds meer elitescholen voor de rijken, terwijl openbare scholen verwaarloosd worden. Ouders die het financieel kunnen opbrengen, geven maandelijks aanzienlijke bedragen uit voor goed onderwijs. Die groep verhuist naar Nederland om verder te studeren en keert zelden of nooit terug. De kinderen in ons binnenland hebben bijna geen toegang tot onderwijs vanwege het gebrek aan scholen, gemotiveerde leraren en een goede infrastructuur (moeilijk begaanbare dorpen via watervallen en rivieren). Inheemse en Marronkinderen worden gedwongen om alleen in het Nederlands te leren waardoor velen uitvallen door de taalbarrières. Het is geen nieuws wat ik schrijf. Vanwege het lage honorarium verlaten veel leraren het onderwijs en vertrekken naar het buitenland. Verouderde lesmethoden en didactiek demotiveren. Kritisch denken en digitale vaardigheden zijn geen vakken waarin wordt onderwezen. Menige gedachte over de aanpak van ons onderwijs van beleidsmakers is nog koloniaal. Helaas moet ik het woord ‘koloniaal’ weer gebruiken. Er is nog te weinig aandacht voor de Surinaamse geschiedenis, talen en eigen fenomenen.

Welke visioenen heb ik voor het Surinaamse schrijverslandschap? Schrijfhuizen in buurten waar alles mag en kan. Stap je zo een schrijfhuis binnen, dan kun jij je talent verder laten vormen of ontdekken. ‘When you enter the Writing House, you find the creative in you.’ Zoiets. Wat als Suriname het eerste land wordt in de wereld waar creatief schrijven een verplicht vak op school is? Dus niet alleen taalkundig maar met verbeelding en kunst- en cultuur­educatie. Wat als Suriname een ‘literair ecosysteem’ ontwikkelt waar boeken niet alleen worden gelezen maar ook beleefd in de vorm van toneelstukken of hoor­spelen? Toneelacteurs, stemacteurs; het kan en mag in zo’n schrijfhuis. Redacteurs, correctors, vormgevers, cartoonisten, drukkers, componisten, scenarioschrijvers — van alles. Maar (om de authenticiteit te bewaken), alléén gebaseerd op Surinaamse romans, in talen zoals het Sranantongo of Sarnami; muren met gedichten van overleden schrijvers. Alles mag in een utopie dus mag etno-Surinaams ook. (Ik moet er nog over nadenken wat het wordt voor de Surinamers overzee.) Suriname is dan omgedoopt tot Schrijversrepubliek Suriname; elke buurt een verhalenverteller. Surinamers hebben een orale cultuur. We zijn ook vertellers. Niemand is boos op de overheid, want die geeft schrijvers een basisinkomen; literatuur is nét zo belangrijk als goud en olie. Het boek heeft evenveel waarde als een smartphone. Door multiculturele uitwisseling tussen alle etnische groepen beïnvloeden ze elkaar en creëren samen een unieke Surinaamse literaire stem waar de rest van de wereld niet omheen kan. Vertalingen van die grote collectie boeken in de grote wereldtalen zoals het Engels, Spaans, Frans, Mandarijn et cetera horen daar ongetwijfeld bij.

Ik word wakker. Ik ben wakker. Genoeg gedagdroomd. De onderwijs­vernieuwing wil nog niet goed van de grond komen, ook niet na vijftig jaar onafhankelijkheid. Ik staar naar de televisie, waarop te zien is hoe het nieuwe parlement geïnstalleerd wordt door de nieuwe parlements­voorzitter. De verkiezingen zijn afgelopen mei gehouden. We staan aan de vooravond van de installering van een nieuwe regering, een nieuw beleid. Wat zullen ze of we ervan maken? De beloften door de gekozen volksvertegenwoordigers zijn gedaan en de eed is afgelegd. Er zijn nieuwe en oude politici op het toneel. Ik hoor vuurwerk knallen vanaf het partijcentrum; Suriname gaat een nieuwe weg in. Zal ik naïef blijven en denken dat er écht verandering komt, of zeg ik: ‘Het komt nooit meer goed.’ De Nationale Democratische Partij (ndp, de partij van wijlen Bouterse) heeft de meeste zetels binnengehaald. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (vhp, de partij van de huidige coalitie) bijna evenveel, maar die twee staan lijnrecht tegenover elkaar. Komt er echt onderwijsvernieuwing of zal de toekomst afhankelijk blijven van partijpolitiek? Mag ik dromen van good governance als het om het beheer van de oil & gas revenues gaat? Geen plundering meer van de staatskas, geen polarisatie binnen het overheidsapparaat, geen discriminatie bij districten. Ik wil zo graag uit de dystopie waarin Suriname gevangenzit. Ik wil geen censuur meer. Schrijvers zouden elk onderwerp verkennen zonder angst voor represailles.
Mijn ‘Wakanda-utopie’ zal nog even duren. Ga maar verder werken aan je roman, zeg ik wijselijk tegen mezelf. We zullen te zijner tijd zien wie de regisseur is. ¶

Dit is de zesde en laatste aflevering in een reeks over schrijven in Suriname.

Ruth San A Jong is schrijfster en directeur van de Schrijversvakschool in Suriname en geeft sinds 2008 lessen in creatief en literair schrijven.

Meer van deze auteur