Een goedkoop hotel vlak bij het treinstation
is een goede plaats voor een vreemdeling of een vluchteling. Of een hotel waar handelsreizigers komen
is een goede plaats voor een vreemdeling zonder handel,
en nu je aangekomen bent
zie je pas waar je om gevraagd hebt – het is zoveel tegelijk en hopen dat je het zou krijgen
of zelfs hopen dat je het niet zou krijgen, maakt het moeilijk over het meeste daarvan

Je hoort dat wat de toeristen willen
een hotel aan het strand is dat eruitziet als een groot gebouw in het land waar zij vandaan komen
– het Trojaanse paard voor de Trojanen,
al is dat een slecht voorbeeld, want hier komen er bijna geen.

Nu je hier aangekomen bent
als een vreemdeling
of ze zijn enkel vergeten hoe lang je hier al bent,
vraag je om een kamer met in plaats van een deur een ijzeren hek
dat je met je eigen slot af kan sluiten. Je hebt een zo groot slot en een ijzeren ketting,
dat het eruitziet alsof het de moeite waard is om bij je in te breken. Maar het is je te veel moeite
het slot dicht te doen als je naar buiten gaat. Je windt de ketting om de spijlen van het hek
en hangt het open slot aan de laatste schakel. Van verder weg of in het halfdonker
ziet het eruit alsof het afgesloten is. Het is zo’n verspilling ver weg te zijn van wie naar wie je verlangt
als zij op haar mooist is.

Is een vreemdeling zijn
iets opgeven? Je dacht van niet, maar aan het einde van de dag
wil je dat ook wel opgeven.

Omdat je zo goed met plaatsnamen geworden bent
– je bedoelt dat als je twee, zoals de avond en een stoel, bij elkaar wil brengen je enkel hoeft te zeggen
dat ze allebei in dezelfde plaats zijn –
word je uitgezwaaid
als je als een toerist op reis gaat. Je geeft jezelf een Spaanse naam als je in een Mexicaans restaurant vraagt
of ze op zoek naar een kok zijn en een komedie-Franse naam
in een restaurant dat misschien Frans is, terwijl je helemaal niet kan koken, hoogstens afwassen,
en dat niet lang achter elkaar. Als ze je nog een keer naar je naam vragen
zeg je dat je vreemdeling heet
in plaats van niemand, want als ze langzaam naar je knipogen denk je dat ze dat al te vaak gehoord hebben.

Het is toch enkel om geld te verdienen
om langer weg te blijven,
maar noem je het een vakantie? Er is geen werk dat je terug kan vragen of je zou helemaal opnieuw
en onderaan moeten beginnen. Nog iets, je bent liever een toerist dan een reiziger,
maar als je een vluchteling was,
was je liever een reiziger.

Nachoem M. Wijnberg (1961) publiceerde achttien gedichtenbundels – laatstverschenen Om mee te geven aan een engel (Uitgeverij Pluim, 2018) – en vijf romans. Najaar 2019 verschijnt zijn negentiende bundel, Afscheidswedstrijd. Hij is hoogleraar aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2018 ontving hij de P.C. Hooftprijs.

Meer van deze auteur