Redactioneel
Ik sprak voor haar, ik sprak tegen haar, maar misschien ook helemaal niet.
— Chantal Akerman
*
De tram die zich als een projectiel
vanuit het donker op ons richt.
Een door de binnenverlichting
zichtbaar tableau van moeder en dochter.
Deuren vouwen zich dicht.
We lopen de trap op, zo hyperreflectief.
We zien hielen, iemand
die iets heeft weggenomen.
De twee lijken in ons op te gaan.
Niemand heeft gevraagd om geboren te worden.
Niemand heeft gevraagd om hier te zijn.
We geven het een naam om het te bezweren.
We ademen bij gebrek aan beter.
*
De cirkel is niet rond.
Binnen de stad stromen wegen.
Ze worden door de regen uitgewist.
Een dochter en een moeder
tegenover elkaar aan de keukentafel.
De groene wandtegels weerkaatsen
hoe ze tegen haar spreekt. Ze spreekt haar tegen.
De arm van de moeder op de leuning,
vingers gespreid op tafel.
Wat ze zegt daar neergelegd,
voorzichtig opgenomen.
Een hand verschijnt. Iemand
schudt een stofdoek uit.
Ogen worden geopend.
*
Een dochter in een moeder in een dochter.
Ook al is ze op reis, ze zijn niet ver
van elkaar verwijderd. Er is hoor
en wederhoor. De een heeft een brief
geschreven om de ander te verwoorden.
De dag valt stil, wordt opgehokt.
Altijd keren de kauwen in hun gelijke
grijs boven de flat precies op hetzelfde
punt terug, rondkijkend op de nok.
De dochter zoekt antwoorden,
op de wonde groeit geen korst.
De moeder blijft vragen, lippen droog.
De dochter geeft haar de moederborst.
*
In jou wordt de moeder herboren, ik toon mij
de zoon. Ik speel de rol van mijn leven.
In scheldtirades zit muziek die galmt in de gang.
We zitten in het pluche, we kijken. Ik maak
een projectie. Licht op een wand
waarop een hek openzwaait, de zon
is waterig, de tafel staat al klaar.
De merel luistert met zijn kop schuin
naar iets onder de grond. Klokken luiden.
Wie loopt nu op zondag zich te verbijten?
Zo’n dag waarop iedereen in feestkledij
keurig gekapt in de glimmende auto stapt
die ons vervoert naar het zwijgen.
*
Laat dan een meisje tevoorschijn komen
dat de zoon vervangt. Het stapt in zijn plaats
uit de auto met linten aan de klinken.
Pas twaalf is ze in haar kanten jurk
een bruid die een hoger doel zal dienen.
Ze loopt in de rij met een jongen naast haar
een jongen met net zulke donkere haren.
Alle jongens ter wereld behoren haar toe.
Ze draagt nog geen letsels, maar kamille
en madeliefjes. Ze loopt in een jurk die licht
lijkt te verspreiden. Wit licht dat in de glasramen
weerkaatst, een schijnsel waarin ze kan verdwijnen.
Essay
Aan een windvlaag
Poëzie
O
Essay
Controle, of ordenende herhaling
Poëzie
universalia
Verhaal
Met een kwal naar het einde van de wereld
Essay
Kleine krijgsmannen
Poëzie
Indirecte rede
Essay
De ene na de andere
Gidslezing
Stralende duisternis
Poëzie
Gedichten uit ‘In Amstele richting’
Verhaal
Glühwein
Essay
Landschap van angst
Poëzie
—
Verhaal
We moeten de kinderen redden
Stripverhaal
Die Poppies
Beeld
Joy in Paperwork
Beeld