De avond valt al vroeg in de middag België binnen. We liggen op schema, mijn trein en ik, maar onduidelijk oponthoud op maquetteachtige overwegen maakt onrustig. In Mechelen moet ik een uur zoek brengen en zie ik te snel lopende blinden, teleurgestelde vrouwen met lange gezichten, en ijle bedoeïenen. Nu begrijp ik waarom dit land zoveel goede grafiek voortbrengt.

In Leuven zit Yves Petry rechtop aan een tafel in een achterkamer met zicht op de straat. Ik zie hem, en hij ziet mij. Toch maak ik mij nog even niet bekend. Ik verken eerst de buurt. Een smalle straat eindigt in een zompig speeltuintje. Links en rechts zijstraten, nauw als haarvaten. Veel huizen met rolluiken en broeierige klimop. Niet ver van dit alles dendert verkeer op grote boulevards. Ik waan mij bespied en bel aan.

Is een roman voor jou als wiskundige een logisch systeem dat voldoet aan valide regels van oorzaak en gevolg? Of mogen de mussen bij jou ook zonder reden van het dak vallen?

Een roman waarin geen mus van het dak valt zonder reden, lijkt me eerlijk gezegd een nogal gekunsteld en behoorlijk saai maaksel. De natuurlijke taal is nogal mistig. Alleen wie niet weet wat helderheid is, houdt haar voor helder. De menselijke zaak is meerzinnig en proteïsch. Waarom zou je als romanschrijver doen alsof je onderworpen bent aan dezelfde wetten als een wiskundige of een ingenieur? Dat gelooft toch niemand.

Bij een regisseur als Michael Haneke bestaat geweld uit plotselinge erupties die zich naadloos voegen in de ‘normale’ werkelijkheid, en daarmee een korte blik verschaffen op de onderliggende chaos. Wat is voor jou de betekenis van geweld?

Ik denk inderdaad ook dat het geweld nooit veraf is, en dat het plotse uitbreken ervan niet zo’n grote breuk met de normale toestand is als vaak wordt aangenomen. Soms is het alleen maar een versnelling van de normale toestand. In plaats van dat mensen elkaar langzaam kapot maken, doen ze het met een klap.

Je hebt zojuist de laatste hand gelegd aan een toneelstuk. Voor jou een nieuw genre. Waar gaat het over?

Het is het derde deel van de trilogie die Guy Cassiers maakt rond De man zonder eigenschappen van Robert Musil. Ik heb een tekst geschreven waarin ik de seriemoordenaar Moosbrugger, een man die vrouwen doodt met een klap, en de schrijver Musil zelf, die streeft naar precisie in het denken over de menselijke zaak, samenbreng. Misschien hebben schrijver en moordenaar wel meer gemeen met elkaar dan je zou denken. In ieder geval delen ze een zeker gevoel van vergeefsheid.