Iets of iemand gaf me vleugels.
Ze vlamden op van mijn jasbeschermers

en ik was onoverwinnelijk.
Ik wist niet waarin.

Mijn fiets steigerde en ik helde mee
voor- en achterover soms hikkend

in de lucht. Ik fietste niet weg
maar bewoog me in een bestaan

dat zich groots uitstrekte in de nacht
en breed was als het Damrak

waarlangs water stroomde dat trambanen
en trapperhoge trottoirs oploste

zodat ik zigzaggend langs de Munttoren
de hoek om zwierde. Daar begon ik

los te komen van de grond. Controle!
waarschuwde een tegenligger

aan het einde van de Vijzelstraat.
Een volk dat voor tirannen zwicht

wist ik en net voorbij de Weteringschans
zag ik hoe anderen zonder licht bijeen

gedrongen stonden in een fuik. Snelheid
maakt me onzichtbaar voor het uniform

dat ik op hoofdhoogte rakelings mijd
of mijn geloof dat ik dichtheid van plaats

en tijd doorsnijd als een metrolijn
die nog moet worden aangelegd.

Harold Strak

Maria Barnas (1973) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Bij uitgeverij Van Oorschot verscheen haar roman Altijd Augustus (2017) en dichtbundel Nachtboot (2018). Ze is redacteur van De Gids.

Meer van deze auteur