men mag geel niet verwijten te glunderen. geel
heeft goede bedoelingen. al is en blijft geel geel en
een tikje wanhopig. en een slappe zonimitator. en
onrendabel. geel kan niet verhullen dat het vlucht
uit koele schemerlandschappen. geel is wel integer

en tracht verder in elk beeld te bestaan. het mengt
met blauw tot grasvlakte. zonder geel geen sinaasappel.
maar dat is ijdelheid. heimelijk hongert het naar ei-kern
terwijl bescheidenheid een kleur natuurlijk beter staat.

geel kan ook niet zo goed ontspannen. maar
geel kan daar niets aan doen

Nietzsches

als dames vaker nietzsches aaien
worden warmtekrachtcentrales lauwer

en beton rozer
asfalt smeltender
olievlekken esthetischer
en metalen onverschilliger voor zwaartekracht

als meer nietzsches worden besnuffeld, gaapt
men continenten aan elkaar
met een sterrenhemel
behapstukbaar als nestgeur

als vrouwenvingers vaker nietzsches vlooien
krijgen kleuterjuffen geen
hoektanden. geen bloedgroep
heeft iemand in de houdgreep

dan bestaan er mensen
concreet als hun geesten
nietsvermoedend
als huidskleurige kinderen

als kaken van nietzsches worden gestreeld
zijn benedictussen smeuïger
wordt marmer zachter aanbeden
en blozen filosofen om bolbuikige

machthebsters. met hun liefdesliedjes
en dan ontstaan er nog meer nietzsches