Nog net zo roze niet vergaan

Het witte bontjasje met bijpassend mutsje
werd onlangs geofferd op Nova Zembla
en begraven in walvissenvet.

Er werd gehuild. (op het bevroren altaar dat
daarna op een druipkaars leek)

Vandaag loop ik warm en blond
door een lang vergeten donk en zoek
naar de plek waar mijn jaartelling begon.

Graaf daar het hardroze omaspiegeltje
uit Italië op terwijl het niet-geloof tussen
mijn hersencelwanden pingpongt.

Nog net zo roze…
Niet vergaan!
Nog net zo roze…
Niet vergaan!
Nog net zo roze…
Niet vergaan!

Handelingen één tot en met vier:

  1. Voorzichtig oppakken en in doorzichtig
    folie wikkelen.

  2. Heilige zottekinderen aanroepen
    en het vuur uit hun ogen vangen.

  3. Een stadsmuur bouwen
    en niemand binnenlaten.

  4. Hardop de grote dikke beer bedanken
    met twee vingers achter het gespaarde neusschotje
    voor ik weer warm of koud word.

Blauwe ogen had ik al.

De avond dat mijn vader door een biedermeierstoel heen zakte

We aten soep op schoot. De hond beschermde grommend
zijn pantoffel. Boven zijn kop hing een foto van mij als vierjarige
in een kanariepak.

Tot die avond had ik altijd gedacht dat ik mijn zus, de hond of de
biedermeierstoel was.

Hij kraakte vervaarlijk onder mijn vader die oreerde alsof
er een landelijke staking was uitgeroepen die dag
en hij de vakbondsleider was.

Net voor hij bezweek fluisterde mijn zus dat ze vroeger altijd dacht
dat ze een jongetje was dat Hänsel heette.

Terwijl het hout als versplinterd bot tegen oma’s portret op vloog
gooide de hond zijn kop in zijn nek en jankte
dat alles onomstotelijk waar was.

Johanna Geels (1968) is dichter, schrijver en columnist. Ze publiceerde vier dichtbundels: Tuig, Detox, Wildberichten en Vuurmakers (met tekeningen van Kees van der Knaap), en een verzameling van haar columns, Ongearticuleerd gorgelen. Tuig werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. In 2018 voltooide ze haar meest recente bundel Planeetversterkers.

Meer van deze auteur