De spreker is een man die kent.
Die weten willen komen om te klappen.

Is hij kwijt en heen door spraak
reist hij naar klippen olijven om groenen blauwen te proeven
Galateia te groeten van ver.

In de andere landen koopt hij geen dingen dan leeftocht
neemt hij geen foto’s
zendt geen berichten aan wie er niet zijn hoe het is.

Thuis put hij zich uit in vergeten.
Waartoe behouden waar het beter is?

Het kennen dat hij doet: verloren was.
De woorden die hij opzet: smet op linnen.
De bijval die hij oogst: verdriet om niets.

Maakt hij geen plannen meer toch stolt zijn brons.

GALATEIA

Prevel vast je tekst voor straks al speelt zij deze vloer een ander
stuk onderwerp je aan het koor der hormonen harpijen gorgonen.

‘Zee dringt zich schuimbeks op aan waar men bakt.’
‘Je tent hangt langs de kustweg die zich wringt.’
‘Vuur jaagt in uitgeloogde hellingpijnen.’

Veelpotige dieren glippen door de ritsen.
Nemesis hoest zich de ribben uit haar slaapzak.
Zand knarst je ballen rood. Je keel valt droog.
    Weeromstuit meldt ontblinding en ontbinding.

‘Je linkeroor zal doven in ontsteking.’
‘Je rechteroog seint sterren naar je vortex.’
‘Je middenrif trekt samen in gehik.’

Thuis wachten duizend brieven op lieve woorden.
Thuis blijkt waarop je hoopte ongeschreven onderschept verkeerd bezorgd.
Je telefoon blijft roepen laat me gaan.

Noest oefenen baart liefde voor het slot.

NEMESIS

Stond hier niet net het onontbeerlijk?
Met alles erop en eraan? En erin?
Dat op alle wensenlijstjes van enige allure figureert?
Hoe nu verder van leemte ontdaan?

Nam een het weg? Wie zag het voor het laatst?
Dacht een dit komt van pas wanneer ik huiver?
Hij meende recht te doen door te verhelen?
Het paste niet en moest geschrapt? Herzien?
Is duur het onverhoopt fataal geworden?

‘U hoedde het gedwee maar zonder hartstocht?
Beladderde uw schuiven soms maasloze kousen?
U propte dat ongepaste in kwetsbare kasten misschien?
Uw bonken blutste pas geverfde posten?’

Mijn liefde was een eerdienst van onthouding.
Wie laat wat hem bevliegt in huis verdorren?
Mijn sleepzucht was tasten naar berging naar plaats om te stallen.

Ik ga hier niet vandaan voordat het terecht is.

MNEMOSYNE

Piet Gerbrandy (1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij doceert Latijn aan de Universiteit van Amsterdam en is redacteur van De Gids. In 2018 verschenen zijn dichtbundel Vloedlijnen en de essaybundel Grondwater.

Meer van deze auteur