Je kunt een plan tekenen, een nieuw huis
inrichten maar in halflicht schiet je voet weg
onder de vloer en je noemt gang deur, deur gang

Je kunt zoeken naar een lichtknop staken:
weerstaat je huid de nacht slaap je wakker
op de veren rug van een nieuwsgierig dier

Je kunt zeggen dit is de try-out maar
je meet minuten licht als werkelijk te traag toe
rek je lippen, liefste, tot een waanzinnige fermate:

bereik het galactisch perron waarachter
een nachtnet spant, na de laatste trein
de knallende echo’s van sterren

(of zeg je liever allerlaatste ster)
(of verminderingen)
(of explosies)

Je zegt fabelachtig liefste hoe jij je oren
als sleutels in de gaten hoort vallen
van je geschrokken huis

Anne Vegter (1958) debuteerde als schrijfster van kinderboeken De dame en de neushoorn (1989) en Verse bekken (1991). Ze publiceerde nadien poëzie, proza en toneel, waaronder Het veerde (1991), Ongekuiste versies (1994), Het recht op fatsoen (1996), Harries hoofdingang (1999), Aandelen en obligaties (2002). In april 2006 verschijnt bij QueridoSprookjes van de planeet aarde, een verhalenbundel voor kinderen in samenwerking met illustratoren G. en J. Ten Bosch. Zij ontving in 2004 de Anna Blamanprijs voor al haar werk.

Meer van deze auteur