Redactioneel
Een Nederlandse vrouw gaf me een heilige houten staf, die al lang in het bezit van haar familie was geweest. Ik herkende de staf meteen als een tunggal panaluan, gemaakt uit het hout van een rukam-boom, versierd met houtsnedes van traditionele mythologische en kosmologische figuren en motieven. De staf werd binnen de Indonesische Batak-gemeenschap gebruikt door de datu, een ritualist die er ceremonies mee leidde. Vanaf het eerste moment zag ik dat de staf ook een geweldige kwast zou zijn, waarmee de verfstreken vanzelf zouden komen. Wanneer een staf precies heilig is en wat dat betekent, is een heel ander verhaal.
Ik had een professionele schilderkwast gekocht om eraan vast te maken, maar de staf weigerde de verlenging, en het schilderdoek bleef leeg. Alleen twijfels kwamen op, over het beperkt soort ritueel dat ik in mijn eentje kon uitvoeren. Het lege doek maakte me belachelijk. Ik herinnerde me hoe ik de schilderskwast had uitgezocht, hoe ik in de verfwinkel onzeker van gangpad naar gangpad was gelopen, vol zorgen en verwachtingen. Ik wilde leeg leren zijn zoals het doek.
Misschien wilde de gever de staf graag terug naar Sumatra sturen, omdat het ding in plaats van een statussymbool een last was geworden. Een troeblering van haar tondi. Dat oeroude Batak-begrip wordt nog steeds gebruikt: het is een soort zielssubstantie en ieder wezen heeft het, of het nu een mens, dier, plant, steen, kwast of iets anders is. Maar nu zat ik dus met de staf opgescheept. Vond ik dit soort bezoedelde overtolligheid niet juist interessant als artistiek thema? Was ik nu ineens bang om zelf besmet te raken? Dit soort uitingen kwamen van de tondi van het lege schilderdoek. Tondi zit zelfs in je haar, in je speeksel, in je adem. Sinds de meeste Batak in de afgelopen eeuwen moslim, christen of hindoe zijn geworden, kun je zeggen dat tondi ook kan worden ervaren als goddelijke aanwezigheid. Maar ik verscheurde en verfrommelde het doek.
Ik trof een winkel vol met de goedkoopste spullen. Ik was er al niet meer naar op zoek, maar ik kwam opeens van alles tegen wat zou kunnen werken om van de staf een kwast te maken, en andersom. In het atelier klikte het meteen. Onwennig vloeide de inkt, zoals tienerliefde. Ik begon de staf-kwast aan te spreken als ompung, dat grootouder betekent, maar ook grootheid, of zelfs godheid. Uit de orale traditie van de Batak herinner ik me: ‘Ompung die ervan houdt beginner te zijn / aanjager van welvaart voor de kinderen’. Ompung vond de nieuwe krassen in het hout en de verfspetters door mijn geknoei geen probleem, het waren slechts de nieuwste herinneringen toegevoegd aan eeuwen vol andere.
Ik kon de staf-kwast aan mijn publiek presenteren in een zolderruimte met een plafond met houten balken. Ik was van tevoren enorm nerveus, pas toen ik in het midden stond kwam ik tot rust. Ik had nooit eerder met zo’n grote staf-kwast gewerkt. Ik maakte er lijnen mee op de vloer. Schilderen werd een dans. Mijn eigen intenties deden er niet meer toe. Even was ik niet ik meer, dat wil zeggen, ik was tegelijkertijd schilder, doek en staf-kwast. Het voelde gelukzalig, mijn borst zweefde licht als een ballon.

Theo Frids Hutabarat
Opeens begon het te regenen, trommelend op het dak. Ik glimlachte, want de oude staf was altijd al gebruikt in verbinding met het weer, al had ik niet verwacht dat dat nog steeds zou werken. Ik schilder altijd in een staat van niet-weten, maar nu voelde het toch anders. In het Batak kun je zeggen marsangapi; ik kan niet zeggen wat dat betekent, maar het lijkt nog het meeste op een zegening. Zo leeg als toen ben ik sindsdien niet meer geweest.
De tunggal panaluan vertelt in zijn vormen de oorsprongsmythes van de Batak. De datu maakte tijdens de ceremonie contact met de immateriële kanten van het weer, de oogst en de overweldigende wereld om de gemeenschap heen. Als iets innerlijk verandert, maar uiterlijk gelijk blijft, kun je dat transsubstantiatie noemen, of heilig worden. Het is van alledag. Ik was meer geïnteresseerd in omgekeerde transsubstantiatie, wanneer iets wat heilig is banaal wordt gemaakt, of in elk geval qua betekenis mag vloeien en verschuiven. Ik traceerde met de staf-kwast op de vloer de mythologische vormen. Aan het einde waste ik de tekening weg met water, terwijl het buiten bleef regenen.
Het schilderij zelf was saai, maar dat maakte niets uit, want we hadden de best mogelijke dialoog gehad. Sindsdien heb ik geen schilderijen meer met de staf-kwast gemaakt. Dat maakt me nerveus, en de banale dagen stapelen zich op. Niet dat ik me schuldig voel, er zijn allerlei gevoelens. Op sommige dagen is er gewoon geen contact mogelijk. We zitten in dezelfde ruimte, ik op mijn stoel, de staf-kwast op zijn standaard, in stilte. Zoals het was voordat we überhaupt weet hadden van de terugkeer. Van het thuiskomen.
Ik zou wel willen dat het altijd zoals de eerste keer kon zijn. Ik zou nog weleens willen schilderen met de staf-kwast, niet voor bevestiging of roem, maar wel goed verbonden in het grotere geheel. Ik zal je nog weleens wat vragen, ompung. Zijn er meer zoals jij en ik? Ik zal proberen weer te luisteren. Ik heb dit eerder geschreven, maar schilderen is schilderen. En de vliegen blijven ook maar komen. ¶
Vertaling: Dirk Vis uit originele teksten, gesprekken met en mails van Theo Frids Hutabarat
Poëzie
Lied van de Mbyá-Guarani’s
Essay
Noem-wandelen
Beeld
Beeldbijdrage
Essay
De roep van de jungle. Over de Kamayurá, het Blazers Ensemble en Heitor Villa-Lobos
Essay
Het grote conflict
Essay
Achteruit de heuvel op
Poëzie
Ik boom (deel 2)
Essay
Amazones
Poëzie
Poëzie
Essay
Toon vóór taal
Beeld
Beeldbijdrage
Poëzie
Er is geen grens aan deze ochtend
Verhaal
De incontinente clown
Poëzie
Transmasc Haperingen
Verhaal
Waist nog wel
Beeld
Beeldbijdrage
Poëzie
Drie doodsgedichten
Essay