i
beitelde zee
groef haar baren uit

ii
de uitval van zon
tegen de maan
ontstemt de getijden

en garde! het water
ontsluit de verlaten

fluks is het licht
verpakt de rivieren

iiiaandachtige grazers onder de grutto
sloten gewiekst

de lange lendenen van de schermer
geel van boter

varend schip achter de dijkdaling
leeghwater

ivbossen, de zee woont krap
drijf uw stammen op vogelvlucht

zee, win de gewesten
schelp hen

vwaterloops
staan de paarden

water
draagt vluchten

vluchten draagt
water

het water vlucht
op de paarden
het land uit

viliederen van vrome bloemen
verzetten de dijen

uit het broek beent het water
over de polder

kleedt ingelanden

zodat zij hun bloemen
kletsnat verschansen

drijfschalen zeilen

glippen
over de dijken

herfsttijloos
zingt verrukking

vii
blik uit het ondoorgrondelijke venster
boort vorsende vrouw
open tot lach

tussenschoon sluipt
in de ogen

klatert duinrel
zicht open

viiiwater loopt uit het roer
beukt de welvaart

gaat zich te buiten inlandig
ontsticht inpandig

deo optimo maximo
steekt kuifje nog boven de golven
haantje pikt water
wiebelt sint maarten

wij leggen aan bij domhaantje
domkruisje

wij loden
onze dreggen
trachten naar trecht:

maria paulus jacobi
klaas pieters jans
buur geerte salvator

ons anker gehieuwd
scheurt sinte maartenskleed