Hier ben je

Je wordt uitgefloten
als je maar dicht bij een bal komt
en, o nee, je wil toch niet een strafschop nemen? Ook als het enkel één oude man is
die twee vingers in zijn mond zet om te fluiten – jij kan dat niet, hij wél. Je wordt uitgefloten

alsof je niet van hier bent
en al je kleren zijn gemaakt van hun vlag waarin je kleermaakster niet wilde knippen
enkel gaten brandde
voor je armen en benen en hals. Alsof je om te laten zien dat je niet neerkijkt op wie niet hier is,

je baard niet afscheert,
enkel verbrandt. Je zegt dat je enkel je best doet,
dat maakt je een beetje zoals hen. Of dat je hier al zo vaak niet kreeg wat je wilde,
dat maakt je een beetje zoals hen. Wie een wedstrijd wint, wat jullie toch nooit doen,

kan zeggen dat hij het voor welk land ook gedaan heeft en als er iemand kijkt
die hem een vlag van dat land aanreikt
kan hij zich daarin wikkelen. Iets kapotmaken, verbranden, als je niet weet hoe
het anders te geven aan wie allang kapot, verbrand is.

Kampioen van de wereld

Hoe Nederlands moet je zijn
dat een Nederlander denkt dat je voor Nederland speelt
terwijl je voor een ander land speelt? Zoals je de eer 
van een ander kan verdedigen omdat jij wél satisfaktionsfähig bent en klaar kan gaan staan

waar je je kan laten verwonden. Zoals wanneer na zoveel nederlagen iemand zo oud als jij
naar het front gestuurd wordt
en als de achttienjarigen je zien zitten
in hetzelfde uniform als zij raden ze hoe weinig hoop er voor hen is. Als van wie al het gras van Nederland was

blind was en niets kon laten zien
zou hij oud geworden spelers van ver weg in jullie plaats opstellen en hen zoveel van het veld beloven
als waar zij een dag en een nacht op konden zitten
alsof ze verloren hadden. Je vraagt waarom hij dat zou doen? Omdat hij dacht

dat als alles om jullie heen instortte
jullie nog steeds met vlaggen zouden willen zwaaien
en jij – hij weet dat jij nooit met een vlag zwaait – zit stil op het gras alsof je net gehoord hebt
dat je dat niet langer mag blijven doen.

Nachoem M. Wijnberg (1961) publiceerde achttien gedichtenbundels – laatstverschenen Om mee te geven aan een engel (Uitgeverij Pluim, 2018) – en vijf romans. Najaar 2019 verschijnt zijn negentiende bundel, Afscheidswedstrijd. Hij is hoogleraar aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2018 ontving hij de P.C. Hooftprijs.

Meer van deze auteur