Nieuw Babylon

DIG poëzie

Beiroet 1982

Vertaling

Etel Adnan, Joost Beerten

         O de zachte wildernis van het
                    hart
               de dag dat Beiroet stierf onder
               een regen van rode bloemen!

         Um Kalthum had ons eerst verlaten:
     ze zong voor engelen en paarden…
         Dan volgden zwijgende Palestijnen
         haar
         in optocht
         als in de fresco’s van hun
         voorvaderen
     De Beesten zitten niet in de Zoos…

         B voor Begin
         die de mythologie van het Kwaad inging
         met drie miljard dollar
         om een kind te doden
         om een woud van mensen te doden.

*

         Het is tijd voor leenwoorden
             om niet weg te gaan uit de afgrond van ons
                  leed
onze gezichten hebben rimpels zo diep als de ravijnen
                  van Wadi Rum
             en menselijke botten slingeren in
             de straten van Beiroet
         vermengd met dierlijk afval…
             Laten we onze kinderen namen geven:
                Deir Yassin
                Kalkilya
                Sabra en
                Shatila
             opdat we niet vergeten…



Ik had nooit vermoed
dat wraak
een boom zou zijn
die in mijn tuin groeide

*

                  Bomen groeien in alle richtingen
                         Palestijnen ook:

                         ontworteld
                         en in tegenstelling tot vlinders
                         vleugelloos,
                         aardgebonden,
                         zwaar van liefde
                         voor hun grenzen en
                         ellende,

                  geen volk kan eeuwig achter
                                 tralies
                           of in de regen zitten.

                  Hun metgezellen zijn de dichters van
                           Rusland en Amerika
                  en de indianen van Guatemala…

                           O uitgedoofde vulkanen
                  waar zijn jullie wanden indien niet verbrand
                           en het vuur dat
                  bergen verslindt met meer verbittering
                           dan de zondvloed?!

                  We wenen nooit met tranen
                           maar met bloed.

                           Toen we
                  de Engel van de Syrische Woestijn schiepen
                           verscheen hij gekleed in
                               Wind: de
                  droge heesters van Arabië
                           hadden geen bladeren meer
                  dus riepen we de fluitspeler van
                      de Stam

            en vroegen hem om
  de golven van de Middelandse Zee te bezweren:
       ze antwoordde met een rouwzang.

We gingen naar zoveel begrafenissen
     jaren aan een stuk
   dat alleen de sneeuw nog
    onze sporen kan wissen
 er is geen sneeuw in Jericho.

     Ahmed en Mohammed
   klopten op de nucleaire
           deur:
 ‘laat ons de wereld redden,’ zeiden ze,
          ‘als een dringende plicht,
          laat ons krankzinnig zijn.’

        Er is geen plaats voor
  wie papierloos is in de
          taxi’s van Beiroet
        en Ahmed heeft geen naam

Ahmed is blauw als de bananenbomen van
                     Sidon
        en geel als de sinaasappels die
            zijn grootvader in Jaffa kweekte
           Maar Mohammed is in de war
               hij hallucineert
                 elke nacht
               voor de radio
              en braakt het nieuws


     Laten we hem begraven met een lange
                    bloemenstoet.

    Weet je het al?  Heb je het gehoord?
    Hebben ze je verteld
    dat mensen door de straten
    renden niet op zoek naar hun
    schoenen maar naar
    hun voeten?
    niet in een nachtmerrie maar
    voor de televisie?

        De zon is zo fel in
                 Libanon
        dat camera’s onzichtbaar waren…

        Weet je het al? Hebben ze je verteld
        dat er olifantenhuiden groeiden
        op onze ogen
        en zwart haar achter onze oren?


  Oh hoe mooi de lucht tussen twee
                        wolken
           boven Mont Sannine
            op oktoberdagen!

maar het bloedbad vond plaats in het
donker

ze hadden er drie dagen en drie nachten voor nodig
de tijd die Christus doorbracht in het Graf

Ja de Romeinen en de Joden
staan te wachten buiten de
Grote Muur van Smart
die de Palestijnse sloppenwijken omgeeft
o vluchtelingen wiens toevlucht
niet eens
een
begraafplaats is
maar de vuilnisbelt van de Eeuwige Stad:
de riolen van Beiroet!

Laten we niet onze
Ondergang tegemoet snellen
laten we halt houden en kijken naar de Zee.

Ik spreek vanuit de wereld van
de doden
terwijl ik kijk naar de vlekkeloze
schoonheid van de hemel
onze vader


        we weten hoe dorstig bergtoppen zijn en kennen
                      de droogte van het hart.

        Geen taal heeft woorden om
het menselijk beest
                      te beschrijven

        we vragen niet we hopen
                      niet

        en na het nieuws namen we een bad en
        schudden het weer de hand.

Ik liep de trappen van Mount Tamalpais op
               met krukken
        om te kijken naar de zonsopgang

maar ik viel in de open riolen van
        Sabra en Shatila

Een rozenkrans van bloedbaden voor de christelijke
               monniken van Libanon
        en de moorden die nog moeten komen!

Er zijn meer mensen dan insecten
                      tegenwoordig
        en er is iets mis met de pesticides
                      Zo
gaan we van de ene naar de andere Endlösung
         op de krankzinnige stranden van de Aarde.

Laat me jullie waarschuwen o wolken
ook op jullie
schieten ze
omdat jullie
beter zijn dan wij

Een pijnboom staat aan mijn deur als een verdelgingsengel
maar ik zei hem dat
hij mijn schim bewaakte

        De bananenbomen van Sidon
               zijn blauw en gekneusd
        de vijand voerde oorlog met
                      tanks
                   in de akkers
        om de oogst en de Vrede te verhinderen

              Laten we de kleur van de zee
                      niet vergeten.

                   Dichters hou je mond
           tenzij je de wereld verandert!

*

        Gezegend zijn zij die
                       met hun blote vuisten
                               vechten tegen vliegtuigen
        Gezegend hun huwelijken
                       en hun graven
        Geloof me op mijn woord:
              We zullen verrijzen!

*

              De lucht is staalgrijs
              zo grijs als oorlogsbodems
en de bomen zijn radeloos groen
        we zijn omringd door een grote
                        watervlakte
        De Goddelijke Wil spreekt niet
                        meer met vuur en woorden
        hij heeft ons reeds lang verlaten.

           Maar Beiroet onder vuur hield zijn
                vrouwen aan het dansen
              ja
                                buikdansen
                                de moederbuik
                                vrouwenbuik
                                        hield zijn


eer ongeschonden
Beiroet danste onder een
regen van fosforbommen

de trots van de Stad was een Arabisch lied.

De archaïsche zandduinen
     van het land zijn opnieuw
                        in opmars
     moeder-aarde is een lijkkleed

     Jullie lieten ons achter met doodsliederen
     maar ze zijn mooier
             dan jullie mannen

     en lieten ons achter in de regen met
     meswonden in de buik
            maar een dood kind uit Ain Helweh
     is het waard om voor te vechten
     tot jullie vrouwen bloed
            spuwen
     in de Jordaanrivier

     Niet op begraafplaatsen zullen we
            graan zaaien
     en ook niet in de palm van mijn hand
     We zijn zo woest als een storm.




‘Beirut 1982’, oorspronkelijk in het Engels verschenen in Kamal Boullata (red.), And not surrender: American Poets on Lebanon, Washington D.C.: Arab American Cultural Foundation, 1982; opgenomen in To look at the sea is to become what one is. An Etel Adnan Reader, Volume I, New York: Nightboat Books, 2014, p. 235-243. Vertaling Joost Beerten.
Lees het andere gedicht dat Joost Beerten vertaalde hier.

Etel Adnan (1925) is een Libanees-Amerikaanse dichter, essayist en kunstenares geboren in Beiroet. Ze schrijft in het Engels, Frans en Arabisch en maakt grote abstracte olieverschilderijen. Ze studeerde filosofie in Parijs en studeerde en doceerde later in de Verenigde Staten. Daarna keerde ze terug naar Libanon en werkte daar voor Al-Safa Newspaper. Momenteel woont ze weer in Parijs.

Meer van deze auteur

Joost Beerten is soms vertaler. 

Meer van deze auteur