Niet trouwen
Is het juist om lang dicht bij een vrouw te zijn?
Loopt men het risico haar geheim te ontdekken?
Vrouwen hebben een geheim
Anders was ik wel een vrouw

Vrouwen zijn bang dat de liefde went
Ik vrees dat het nooit went

Stel je voor: ze roept me
Hoe is het om voor het eerst
Mijn naam te horen
In dit doofstomme huis?
Alles wat ik ben
Alleen nog maar die naam

Omdat een vreemde mij kwijt is in mijn eigen kamers

Of denk aan de God die zij importeert
Ben ik eindelijk niet meer bang voor Hem
Komt Hij terug
En dan?
Ik heb alleen de vragen
Je moet er niet aan denken
Dat zij de antwoorden heeft

Maar vooral:
Stel, er komt een kind
Amateurvader, amateurmoeder,
Amateurkind

En stel
Dat ik dat kind laat vallen
En dat het niet kan vliegen

Trouwen
Zingen onder het eten
Niet meer converseren
Maar samen hardop denken
En het allerhoogste:
Hand in hand vergeten
Wie er naast je zit

We zijn al volkomen bloot
Onder onze kleren
De rest van de liefde is te leren

Denk aan het schaamteloze
Geluk om een piepklein kind
Zo klein dat het in iemand anders past

Ze zeggen
Vruchtwater heeft de geur van zaad
Ze zeggen
De talg in de plooien van de boreling is
Eigeel
En dan is er nog het wonder
Van het woudgroene darmpek
En nog veel meer kleuren kent het kraambed
Mauve, malve, amarant

Weet ook
Dat dit huis met een kind
In een paar uur
Meer hoera verzamelt
Dan in mijn stille eeuwigheid

Trouwen om van haar te gaan houden
Waarom wachten
Met samen oud worden

Bovendien
Ik zou eindelijk weer kunnen liegen
Kleine leugens over mijn zorgen
Mijn dromen of bier
Magnifieke, snorrende
Mechaniekjes van huis-, tuin- en keukenbedrog
Voor een vrouw die minder niet verdient

En ’s nachts, in de drukke stad, in de drukke straat
In het volle huis, in het overbevolkte bed
Met de kaars uit, vlak voor de slaap
Zou ik weer werkelijk
Alleen kunnen zijn
Alleen in mijn warme baard

Dan rolt zij zich nog één keer naar mij toe
Voor het rituele fluisteren en luisteren
Van vadertje en moedertje
Om ten slotte
Heldere afspraken te maken over de dood:

– Tot morgen, man. Beloofd?
– Beloofd, vrouw. Slaap wel.

Peer Wittenbols (1965) is schrijver van zo’n vijftig toneelstukken, twee dichtbundels, een verhalenbundel, hoorspelen, liedteksten en filmscripts. Hij was acht jaar huisschrijver bij Toneelgroep Oostpool, schreef ook voor o.a. Het Zuidelijk Toneel, De Toneelmakerij en De Rotterdam Connectie.

Meer van deze auteur