het grind dat beharkt
de zondag ontvangt

veenderij
de brug over

smal boven een cope
de kus verliezen

op de tiendweg
een veenblauwtje lopen

het lege land oogt verlegen
poetst zijn sloten

zee ovuleert mastodonten

duin
is west
een wonne

oostkust
ligt
dijkgekust

in de longsloot
verademt
het visje

boeren beglijden
hun wegen

pluimblauw
blaast suikerbiet

spruwt tepelpret
over de daken

stroopt op
stadspanden

rode pannen
verbleken

witte pluim
suikert
tongoases

lustlossen

porta coeli
extase

welvaart zoog
hoeve melkvloei
leeg

het scheur in
de tak botlek

over de maas
raast de waterweg

slepers pernissen
de tankers

olie slurpt holy
braakt super
fosfaat

longen
snuiven

rijnmonde
almonde

het is een bitter merk, de aarde
hij draait rond aan kabelen
gehangen

zoals men vroeger de maan beklom
wuivend met riet en de volle lucht
van aardse longen

landde op maan
aardde