I

Ongeveer in de vierde klas van de middelbare school hoorde ik voor het eerst dat de lokasie in ons dorp een naam had: Sandbult. Of ik deze informatie toevallig te horen kreeg of dat ik erom vroeg, kan ik me niet meer herinneren. Maar ik weet nog wel dat ik het woord de eerste keer uit de mond van mijn vader hoorde. Hij was in die tijd burgemeester en men mocht dus van hem verwachten dat hij de namen van de woonbuurten in ons dorp kende: Harmonie, Buitendag en Murrayville, waar de blanken woonden, en op de rand van het blanke gebied de plaats waar ik nooit aan zou denken als aan een ‘woonbuurt’ en die ik pas later zou leren kennen als Sandbult. En dat was het ook: een zandige hoogte direct naast de Stormbergspruit.1 Er was ook een lokasie voor Kleurlingen, met hogere aspiraties of misschien met een ondeugender naamgever: Eureka. Namen die aan bijna niemand behalve aan klerken in planbureaus en gemeenteambtenaren bekend waren; namen die op dorpskaarten in stoffige kantoren te zien waren, maar verder nergens. Voor de rest van ons, blank en zwart, waren ze niets anders dan ‘lokasies’.

Vandaag de dag mogen zulke plaatsen niet meer bestaan, en dus worden de definities in woordenboeken bijna stiekem steeds voorzichtiger en begin ik mijn oppervlakkige kleinschalige onderzoek algauw schandelijk te vinden. In Afrikaanse etimologieë rapporteren Boshoff en Nienaber2 dat het woord ‘location’ volgens de New English Dictionary de eerste keer werd gebruikt in de latere Verenigde Staten van Amerika als benaming voor een woonplaats. Zij leiden de herkomst af van de Latijnse woorden locus (‘plaats’) en locare (‘plaats bepalen’, in het Engels ‘to locate’). Volgens Jean en William Branford3 is de historische betekenis ‘the land granted to a party of Settlers’ – een betekenis die uitvoerig in relatie tot het gebruik in de vs wordt gedocumenteerd in de Oxford English Dictionary. De huidige betekenis van het woord (‘a segregated area on the outskirts of a town or city set aside for black housing or accommodation’) wordt in A Dictionary of South African English gekenmerkt als ‘obsolescent’, verouderend.4 Het Handwoordeboek van die Afrikaanse taal (hat) van 1965 verklaart kort en bondig: ‘Woonbuurt voor Kleurlingen of Bantoes, gewoonlijk dicht bij een stad of dorp’.5 Dertig jaar later verklaart het Woordeboek van die Afrikaanse taal (wat) dat het woord ‘vooral als toepassing van het apartheidsbeleid als discriminerend en neerhalend’ wordt ‘aangevoeld’ en voegt een betekenis toe die ik niet in andere bronnen heb aangetroffen: ‘Inwoners van zo’n woonbuurt’.6 De wat vermeldt verder een betekenis die afwijkt van de norm volgens welke de lokasie altijd in de buurt van, of grenzend aan, een dorp of stad gelegen is: ‘administratief gebied bedoeld als grondgebied voor zwarte mensen, dat naast woonplaats ook landerijen en weidevelden insluit, als territoriale eenheid ook een geopolitieke eenheid vormt en rechtsgemeenschap is, gewoonlijk onder een stamhoofd.’7

Wat kun je, als Afrikaanstalige, de vijftig gepasseerd, aanvangen met deze lexicografische bronnen, in een publicatie over plaatsen van herinnering? De eerste betekenis die de woordenboeken mij als handreiking bieden, is schamel, zonder geschiedenis of inspiratie. Het snuffelen in historische en sociologische bronnen lijkt me juist níét het meest geschikte vertrekpunt te zijn. Opeens krijg ik het idee hulp te gaan zoeken in de cyberruimte, op de plaats waar men de meest onwaarschijnlijke informatie op het spoor kan komen: Google.

Lokasie betekent: plaats of ligging. Dit, tenminste, weten wij zeker. Volgens Wikipedia (niet altijd bijzonder betrouwbaar of goed geïnformeerd, hoor ik iemand zeggen) kan men bij deze betekenis denken aan een ‘absolute locatie’. Een voorbeeld hiervan is de locatie van Lokasie in de Oost-Kaap, die volgens de website van Falling Rain Genomics, die ik via Google ontdek, gelegen is op de lengtegraad 31o 28’ zuid en de breedtegraad 27o 21’ oost, 1,3897 meter boven de zeespiegel.8 Of men kan, aldus Wikipedia, in de meer geografische betekenis aan de term denken als ‘relatieve locatie’. In deze betekenis ligt Lokasie volgens Falling Rain 0,9 zeemijl vanaf Indwe – het dichtstbijgelegen dorp – naar het westen, 18,3 zeemijl vanaf Rossouw naar het zuiden, 4,3 zeemijl vanaf Ventersrust naar het oosten en 4,3 zeemijl vanaf Milan naar het zuiden.

Deze gegevens over een plaats genaamd Lokasie – de enige plaats met die naam op het wereldwijde web – doen mij een paar dagen lang in grote onrust verkeren. Hoe bestaat het toch dat een plaats met een aanzienlijk aantal inwoners – volgens Falling Rain wonen er ongeveer 1966 mensen in een radius van 7 kilometer – vandaag de dag nog die naam kan dragen? Een verdere speurtocht op internet laat zien dat men zich hierover niet al te zeer hoeft te verbazen, niet als er bij Bethlehem, Graaff-Reinet, Heilbron, Klipplaat, Piet Retief, Wepener en Zastron nieuwe lokasies zijn, elk beschikkend over een eigen postcode, die dertien jaar na de ‘bevrijding’ van 1994 nog officieel als plaatsen worden beschouwd;9 of als de gemeente Knysna in de Zuid-Kaap een blanke Lokasie-kliniek financiert en bestuurt.10 Algauw besef ik dat die naam niet helemaal, of overal, als zo verouderd of denigrerend wordt ervaren als de woordenboeken ons vertellen – en voor deze conclusie vinden we op enkele websites volop bewijzen. ‘De “lokasie” wordt een modieus woord,’ schrijft The Namibian in een bericht over ontwikkelingen in Katatura, de lokasie bij Windhoek.11 De zeventiende editie van Minawawe on Track,12 een chic weblog, bevat nieuws over ‘Kasie-stijl’ en ‘Loction colture’ – een uitdrukking die als Loxion Kulca ook een pikante merknaam geworden is voor modieuze schoenen, kleren, handtassen en make-up.13

De Falling Rain-website bevat onder meer een grafische voorstelling van het wolkendek boven Lokasie, evenals een kaart met de regenval van de afgelopen week. Wie doet toch al dit werk? Ik bekijk die beelden en print ze uit op mijn Laserjet, maar de gedachte dat die plaats een hersenschim is die alleen op het internet bestaat, laat me niet los. Omdat ik geboren ben in de Oost-Kaap heb ik al wel van Rossouw en Indwe gehoord, maar de andere omliggende dorpen – Ventersrust, Fairview, Milan en Guba (twee Italiaanse namen?) – zijn mij volstrekt onbekend. En toch moet Lokasie wel in de Oost-Kaap te vinden zijn: de nabijgelegen luchthaven wordt op het net aangeduid als die bij Queenstown, 36 zeemijl ervandaan. Om zekerheid te krijgen ga ik terug naar Falling Rain en klik op Ventersrust, daarna op het Toscaans klinkende Guba, dan op Milan. En ja hoor, elk van deze plaatsen verschijnt met de erbij horende geografische coördinaten en naburige dorpen en luchthavens, op drie kaarten van het zuidelijke Afrika, de Oost-Kaap en de onmiddellijke omgeving. De lichtgelovige kan de muis in alle richtingen bewegen en ook klikken op Google Earth om via een satellietfoto een nauwgezet onderzoek te doen van heel dichtbij. Maar nu merk ik ook onder aan iedere kaart een verontrustende korte mededeling: ‘not valid for navigation’ (behalve natuurlijk op het internet).

Op maplandia.com, een website op Google met een naam die allerlei exotische connotaties met zich meedraagt, ontdek ik op mijn volgende Google-excursie opeens Mgwalana, dicht in de buurt van Indwe, met dezelfde geografische coördinaten (31o 28’ zuid, 27o 18’ oost) als het al eerder vermelde Lokasie.14 Op dezelfde site wordt meegedeeld dat men met behulp van Expedia.co.uk een reis naar Zuid-Afrika, en dus naar Mgwalana, kan plannen, boeken en betalen: ‘Expedia features airline tickets, hotel reservations, car rental, cruises, and many other Mgwalana or South Africa in-destination services from a broad selection of partners. Feel free to use the expedia travel services form below, start your Mgwalana holidays today.’ Voor de ongeduldige vakantieganger is er een uitnodiging om bij voorbaat al met behulp van de unieke, driedimensionale Google Earth-satellietkaart in Mgwalana ‘te duiken’.

Is dit dan mijn Eureka-moment, mijn toegang tot een plaats waarbij men zich in de cyberruimte een exotische landelijke belevenis kan voorstellen? De satellietfoto doet vermoeden dat het om een vrij dor landschap gaat. Omvangrijke erosieschade is duidelijk zichtbaar, en onder aan de foto verschijnt opnieuw een waarschuwing: ‘This map is informational only. No representation is made or warranty given as to its content. User assumes all risk of use.’

Als ik onder maplandia’s ‘meest recente plaatsaanduidingen’ de naam aantref van de ‘school Uppuygunduru in Ammanabrolu, Prakasam, Andhra Pradesh, India’ en ‘Huelmo in Ilque, Puerto Montt, Lhanquihue, Chile’ word ik door achterdocht overvallen – en ga ik op zoek naar iemand in Indwe die mij kan informeren. Volgens een bijzonder vriendelijke mevrouw bij het Byani Cooperation Project – op het web gevonden via Prodder, ‘the ngo [non-governmental organisation] and development directory of South Africa’ – bevinden zich in de buurt van Indwe wel verscheidene lokasies, maar bepaald geen Lokasie. Zij spreekt over ‘lokasies’ alsof het niets is waar men zich over hoeft te schamen. Volgens haar is de lokasie Lupapasi het dichtst bij Indwe gelegen – en ziedaar, ook Lupapasi vind ik op het web, en wel op dezelfde coördinaten waar ik eerder zowel Lokasie als Mgwalana heb aangetroffen, op Traveljournals.net15 en Geonames,16 waar ook een luchtfoto van te zien is.17 Op de Traveljournals-website verschijnt een waarschuwing zoals die op Falling Rain: ‘Maps and coordinates for Lupapasi are approximative and not valid for navigation.’

Als ik ooit in de Oost-Kaap ben, zo neem ik me voor, zal ik wellicht langs Indwe rijden en zelf gaan kijken of Lokasie/Lupapasi/Mgwalana bestaat, en onder welke of hoeveel namen die met de gegeven coördinaten geassocieerd worden. Mogelijk zelfs een cappuccino drinken in Milan of Guba? Ondertussen leidt mijn kleine speurtocht tot de speculatie dat een dergelijke onzekerheid over de gangbare benaming mogelijk een leidraad is naar datgene wat wij ons als Afrikaners altijd hebben voorgesteld bij ‘die lokasie’: een plaats die naar willekeur benoemd kan worden, maar altijd over bepaalde geografische en niet-geografische coördinaten beschikt. Altijd dezelfde plaats, wat de naam ervan ook geweest moge zijn?

II

De relatieve ligging van de lokasie, altijd in verhouding tot ándere woonplaatsen, biedt één sleutel tot het begrijpen van de bijzondere positie die de lokasie in het Zuid-Afrikaanse landschap en het blanke geheugen bekleedt. Het idee van een apart bestaan op een plaats die per definitie apart móét zijn (ik cursiveer uit de Branfords: ‘a segregated area on the outskirts of a town or city set aside for black housing and accommodation’)18 keert terug in alle woordenboeken en historische gidsen die ik opensla. Weliswaar wordt hier en daar melding gemaakt van een woongebied met een grotere zelfstandigheid, een ‘geopolitieke eenheid’ die ook een ‘rechtsgemeenschap’ is, of van landelijke gebieden19 waar Afrikanen bijeenkwamen ofwel het ‘uitsluitende recht op occupatie bezaten.’20 Maar in de herinnering zijn zulke plaatsen bepaald geen lokasies; het zijn ‘reservaten’ of ‘thuislanden’ of, zoals mijn grootvader het zou hebben gezegd: deel van ‘kafferland’. Hoewel ook Rosenthal21 een andere betekenis geeft, is de lokasie als plaats van herinnering in de buurt van een blank dorp of blanke stad gelegen; aan de rand van een dorp of stad; zichtbaar vanuit een dorp of stad – of indien onzichtbaar, zeker wel vóélbaar: iets waar men zich altijd ergens van bewust was.

De hiërarchie die door deze ligging meegebracht wordt, spreekt sterk uit de mededeling van Saunders onder het lemma ‘Urban segregation’, dat ‘many whites saw towns as essentially the creation of the white man’.22 Als ik denk aan de steden en dorpen van mijn jeugd, kan ik mij slechts enkele gevallen herinneren naast het toen al alom bekende Soweto waar ook de naam van een lokasie bekend was: Duncan Village in Oost-Londen, bijvoorbeeld, of het latere Mdantsane buiten die stad. Alle andere lokasies behoorden echter tot een dorp. Wij spraken over ‘de lokasie van Aliwal-Noord’ of ‘de lokasie van Queenstown’, zonder te weten of ons af te vragen of die wijken over een naam beschikten. En plotseling komt er een andere vraag bij me op: wat is toch het lot van de lokasie in Peter Blums gedicht ‘Woordafleiding’?23 Daarin wordt de lokasie niet genoemd, ook al is die eigen aan ieder dorp zoals de Nederduits Gereformeerde Kerk of het postkantoor. Een dorp zonder ‘rook rokend’ uit de lokasie24 is toch geen dorp! Moet men gewoon accepteren dat de lokasie, evenals Blums dorp en gehoorzaam zoals het een lokasie betaamt, haar wortels verliest en het onbekende invaart – of is dit soms een geval waarbij de lokasie op de haar aangewezen plaats blijft staan lang nadat het dorp aan de grote weg is verdwenen? Toch jammer dat Blum hierover niet ook een etymologisch gedicht heeft geschreven.

De ligging van de lokasie buiten of naast het dorp hangt samen met het historische feit dat er in de loop der tijden steeds meer op een scheiding tussen dorp en lokasie werd aangedrongen. Saunders25 spreekt in dit verband over een cordon sanitaire tussen de lokasie en dorps- of stedelijke gebieden, en in blank van Judin en Vladislavic (1998) tref ik onder ‘buffer zone’ het volgende aan:

The Native Affairs Department laid down as a general rule that locations were to be separated from areas occupied by other population groups by buffer zones 500 yards wide, and from all other external boundaries by buffer zones 200 yards wide, unless such boundaries were main roads, in which case the zones were to be 500 yards for a national road and 300 yards for a provincial road. Rows of trees could be planted in buffer zones, but the land could not be developed.26

Ziedaar de door de wet opgelegde topografie van Zuid-Afrika die onder Shepstone in Natal de norm begon te worden. Hebben de dorpsplanologen in mijn jeugd begrippen als ‘cordon sanitaire’ en ‘bufferzone’ voor ogen gehad toen ze besloten dat de lokasie aan de andere kant van de Stormbergspruit moest liggen? Of waren dergelijke begrippen overbodig omdat de zwarten immers toch al wisten waar hun plaats was? Iedereen die van Sandbult het dorp wilde binnengaan, was verplicht door de droge bedding te lopen, en wanneer het water hoog stond en de daarin gedeponeerde drollen meevoerde, moest men de langere route volgen, over de krakkemikkige brug die aan het eind van een lange bocht lag – een omweg van bijna een kilometer. En de enkele inwoners van Sandbult die over een voertuig beschikten, waren ook verplicht die weg te nemen: langs de begraafplaats voor blanken, onder langs de berg, rechts over de brug.

Volgens Saunders27 woonden zwarte mensen in de negentiende eeuw uit eigen keuze aan de periferie van Kaapstad, en waren de eersten die lokasies toegewezen kregen waar zij alleen mochten wonen de Indiërs die aan het eind van de negentiende eeuw als mijnarbeiders in de Transvaal aankwamen. In Kaapstad en Port Elizabeth bood het uitbreken van de builenpest aan het begin van de twintigste eeuw de gelegenheid tot het verwijderen van zwarten uit ‘blanke’ woongebieden. Naast de opvatting dat het dorp als schepping van blanken mede de exclusieve woonplaats voor blanken moest zijn, werd de steeds scherpere gebiedscheiding ook gestimuleerd door het zogenaamde ‘sanitaire syndroom’: de vrees voor de verspreiding van ziekten.

Bij het lezen hiervan besef ik dat de associaties met smerigheid, infectiegevaar en ziekten bij mij persoonlijk nog ontzettend sterk leven als ik aan de lokasie denk. Het cordon sanitaire of de bufferzone zou ons beschermen tegen de stank en de ziektekiemen van de plek aan de andere kant van de beek. In zijn analyse van de ‘native space’ in Oost-Londen gedurende de jaren vijftig noemt Minkley een aantal metaforen voor ziekten en gewassen in de ‘black spots’ waar men ‘pondokkie aggregations’ (krotten) of ‘clottings of pondokkies’ aantrof, een ‘lawless conglomeration of Coloured and Native persons’.28 ‘To the casual observer it is an “eyesore”, a “blot on the landscape,”’29 schreef de onderzoekscommissie-Britten in 1942; ‘to the scientist it is the natural excrescence of a diseased economy’. In 1995 nog vermelden Du Pré en Eksteen als synoniemen voor ‘lokasie’: ‘agterbuurt, ghetto, gops(e), kroek’.

Ongeveer in die tijd werd het woord ‘pondokkie’ in het Zuid-Afrikaanse Engels opgenomen. ‘Pondokkies,’ lees ik bij Minkley, ‘were linked to dirt, dirt to excrement, excrement to disease, and disease to the moral degradation of the inhabitants.’30 In Duncan Village hoorden een klopjacht om vijf uur ’s ochtends en de daaropvolgende ontsmettingsprocedure tot een bekende routine. Politieagenten onderzochten de onderrokken van de vrouwen en als er een luis werd gevonden, werd het hele gezin naar het dompelbad gebracht. Hoofden werden kaalgeschoren, lichamen met gifstoffen bespoten en kleren in kokend water ontsmet.

Met betrekking tot het isoleren van de lokasie achter een cordon sanitaire speelde zich een discussie af tussen de architecten en uitvoerders van de apartheid over de vraag in welke mate de inwoners als permanent beschouwd dienden te worden. Historisch gezien werd de lokasie steeds minder een plaats waar men zich in vrijheid kon vestigen; veel eerder was het een plaats waar men gevestigd werd, neergezet werd, of naartoe vervoerd werd. Voor de kolonist in de vs of Zuid-Afrika werd het werkwoord locare geactiveerd: iemand zou de plaats aanwijzen waar men mocht wonen. Maar de latere lokasiebewoner werd bij voorkeur níét als immigrant van welke aard dan ook beschouwd. De strengere ideologen van die tijd benaderden zijn of haar aanwezigheid als een verschijnsel dat volledig dienstbaar was aan de blanke dorpsbewoner of stedeling. De meest gedenkwaardige uitspraak hierover vindt men in het zogenaamde Stallard-leerstuk, dat zijn oorsprong vond in het rapport van de Transvaalse Commissie van Onderzoek naar Plaatselijke Regering onder voorzitterschap van kolonel Stallard, en waarin het volgende werd verklaard: ‘The Native should only be allowed to enter urban areas, which are essentially the White man’s creation, when he is willing to enter and minister to the needs of the White man and should depart therefrom when he ceases so to.’31

Deze woorden doen me opeens denken aan de sirene die om negen uur ’s avonds in mijn thuisdorp begon te loeien als waarschuwing voor alle zwarte mensen dat ze het blanke gebied dienden te verlaten. Toen de Wiener Sängerknaben daar eens optraden, werd hun begeleider door paniek overvallen. Het geluid herinnerde hem aan de sirene voor een bombardement. Welke uitleg zou de burgemeester die avond toch hebben gegeven?

De lokasie die ik mij herinner, is het type plaats waarover de commissie-Britten zich in 1942 op lyrische, morbide wijze uitsprak:

The pondokkie […], in its design, owes nought to any school of architecture, European or Asiatic, ancient or modern. Its conception is determined entirely by the scraps of material that go into its structure, pieces of corrugated iron, old tins and drums, rough boughs, sacking. Anything which can possibly offer protection against the weather. Piece by piece, scrap material is bought, begged, or filched and added to make room for a growing family. There are no windows, no ceilings, and very often no door. Sanitation is non-existent. Many of these hovels would do a disservice to animals. The pondokkie is the lowest standard of human habitation.32

Maar als ik er goed over nadenk, is wat hier beschreven wordt de plaats die ik mij herinner, niet de plaats die ik echt gezien heb op die dagen dat wij kinderen met Stefaans, die voor mijn vader kruidenierswaren afleverde, meereden. In Sandbult waren er straten, en straatverlichting, verkeerslichten en tuintjes (maar geen trottoirs, herinner ik me wel) en er zaten mensen voor hun huizen, op veranda’s en in stoelen. Maar geen enkele van deze visuele indrukken was voldoende om het beeld van de lokasie in al zijn stoffigheid, chaos en onbekendheid teniet te doen.

Het meest opvallende aspect van de lokasie was het lawaai. Op avonden in de weekends was de lokasie een kleine verzameling lichtjes in de verte en een muur van onsamenhangende klanken, waarbij ik mij als kind een sfeer van dronkenschap en onbehouwen joligheid kon voorstellen. Gezopen werd er echt, ja, dat konden ze. Later zou ik me gaan afvragen wat men daar anders zou moeten doen, op een zaterdag zonder enige mogelijkheid tot vertier. Mijn bronnen komen met de verklaring dat de gedachte aan de lokasie als woonplaats gekenmerkt werd door twee aanvullende opvattingen die in de loop van de tijd ideologisch met elkaar verstrengeld raakten. De eerste was dat er in blanke gebieden eigenlijk geen zwarte inwoners waren, alleen mensen die er tijdelijk als arbeiders verbleven en wier eigenlijke woonplaats elders was. Dit was per (de blanke, de apartheids-, de onze) definitie een plaats gekarakteriseerd door tijdelijkheid, een plaats om te overnachten, een buitenpost van het thuisland. Langzaamaan werd ook het recht daar te wonen, of zelfs op bezoek te gaan, steeds meer beknot. De tweede opvatting, nogmaals in detail door Minkley opgetekend, was dat zwarte mensen niet op dezelfde manier als wij gehuisvest hoefden te worden. Zo verklaarde een rapport van 1954 over technische elementen in stedelijke huizen voor Bantoes: ‘In South Africa, the non-European standard of space is about half that allowed in civilised countries.’33

III

De lokasie was wezenlijk iets paradoxaals: een plaats die geen plaats mocht zijn, een woongebied dat in principe tijdelijk van aard en onherbergzaam moest blijven. Het provisionele karakter van de lokasie was een van onze grootste illusies. Het citaat hierboven over bouwnormen preludeert op een merkwaardige ontwikkeling: de beweging wég van de amorfe, zanderige plaats van mijn jeugd naar het geordende model van KwaThema, Mdantsane en vele andere locaties die op Google en Falling Rain een veel grotere ruimte innemen dan de elusieve lokasies van de Oost-Kaap. In de jaren vijftig besloot de regering dat de smerigheid, het infectiegevaar en de wanorde van de oude lokasie vervangen dienden te worden door de utopie van nieuwe buurten gebaseerd op een minimum aan eisen, wetenschappelijk bepaalde behoeften, ordelijke bouwpatronen en westerse normen (zij het aangepast en gehalveerd) voor het gebruik en het in bezit nemen van ruimte. De ne51/9 (non European house design), een basismodel met vier kamers uit 1950, maakte zijn opwachting. In een politiek kader waarin de zwarte mens in principe altijd op weg was, werd deze ‘workman’s cottage’ zowaar ontworpen voor gezinshuisvesting, in een bizar samenspel met de ambtenaar met zijn apartheidsobsessie aan de ene kant, en aan de andere kant de modernistische architect met zijn droom dat een wetenschappelijk gefundeerde constructie ook een nieuw humaan subject in het leven kon roepen.34 Tegen het eind van de jaren zestig waren bijna alle huizen in zwarte stedelijke gebieden het product van een enorm constructieplan van de staat, met gestandaardiseerde ontwerpen en soortgelijk materiaal,35 in een streng ontworpen patroon waarin de vergeefse hoop werd geïncarneerd dat uit de mythische chaos en smerigheid van de lokasie een nieuwe, gezagsgetrouwe, schoongewassen en controleerbare mens zou kunnen verrijzen.

Voor de meeste blanken van mijn generatie, vermoed ik, ligt alles wat wij ooit echt van een lokasie te zien hebben gekregen, in het geheugen opgeslagen met veel opgelegde, dwingende beelden van een woonwijk aan de andere kant van een rivier, spoor- of autoweg, een plaats die vanaf het begin, en misschien wel onherroepelijk, alleen verbeeld kon worden. Ik bekijk de luchtfoto’s van Lokasie/Mgwalana/ Lupapasi en vraag me af: zijn ze minder reëel dan datgene wat ik mij van Sandbult herinner? Alles, alles, zo dichtbij en net zo ver van mij vandaan als de post-1994-woonbuurten met vierkamerhuisjes die ik langs de grote weg zie.



Vertaling: Riet de Jong-Goossens.

Literatuur

Blum, P. Steenbok tot poolsee. Kaapstad: Nasionale Boekhandel Beperk 1955.
Boshoff, S.P.E. & Nienaber G.S. Afrikaanse etimologieë. Pretoria: Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns 1967.
Branford, J. & W. A Dictionary of South African English. 4de editie. Kaapstad: Oxford University Press 1991.
Crankshaw, O. & Parnell, S. ‘Interpreting the 1004 African Township Landscape’, in: H. Judin & I. Vladislavic. blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi- uitgevers 1998.
Du Pré, L. & Eksteen, L. Groot Afrikaanse sinoniemboek. Pretoria: J.L. van Schaik Uitgever 1955.
Japha, D. ‘The Social Programme of the South African Modern Movement’, in: H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998.
H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998.
Louw, N.P. van Wyk. Versamelde gedigte. Kaapstad: Human & Rousseau en Tafelberg-Uitgevers 1962.
G. Minkley, ‘“Corpses behind screens”: Native Space in the City,’ in: H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998.
Pettman, the Rev. C. Africanderisms. A Glossary of South African Colloquial Words and Phrases and of Place and Other Names. Londen: Longmans, Green and Co. 1913.
Rosenthal, E. Encyclopaedia of Southern Africa. 7de editie. Kaapstad & Johannesburg: Juta and Company 1978.
Saunders, C. Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983.
Schoonees, P.C. et al. Handwoordeboek van die Afrikaanse taal. Klerksdorp: Voortrekkerspers 1965.
Silva, P. et al. Dictionary of South African English on Historical Principles. Oxford: Oxford University Press 1996.
Van Schalkwyk, D.J. et al. Woordeboek van die Afrikaanse taal. 9de deel. Stellenbosch: Buro van die wat 1994.

  1. Spruit: kleine rivier of zijtak van een rivier die gewoonlijk alleen na regen water bevat. 

  2. S.P.E. Boshoff & G.S. Nienaber, Afrikaanse etimologieë. Pretoria: Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns 1967, 393. 

  3. J. & W. Branford, A Dictionary of South African English. 4de editie. Kaapstad: Oxford University Press 1991, 180. 

  4. ibid. 

  5. P.C. Schoonees et al. Handwoordeboek van die Afrikaanse taal. Klerksdorp: Voortrekkerspers 1965, 13. 

  6. D.J. van Schalkwyk et al., Woordeboek van die Afrikaanse taal. 9de deel. Stellenbosch: Buro van die wat 1994, 352. 

  7. ibid. Hier dient ook gesignaleerd te worden dat eerwaarde Pettman in zijn Africanderisms (Londen: Longmans, Green and Co. 1913, 298-199) een Oost-Kaapse betekenis (land naast een dorp) en een Natalse betekenis (stamgebied met een bevolking van 10-12.000) onderscheidt. Ook de Dictionary of South African English on Historical Principles (Oxford: Oxford University Press 1996, 425-426) vermeldt ‘landelijke lokasie’ als een kenmerkend Natalse betekenis en tekent ook de betekenis op van een stuk land dat een boer aan zijn arbeiders voor bewoning en bewerking beschikbaar stelt. 

  8. http://www.fallingrain.com/world/SF/1/Lokasie.html. Alle websites werden in augustus 2007 geraadpleegd. 

  9. http://www.saweb.co.za/pcodes/n.html. 

  10. http://capegateway.gov.za/afr/directories/facilities/6442/20488. 

  11. http://www.namibian.com.na/2006/December/national/0666DF84EA.html. 

  12. http://minanawe.co.za/news/issue17/17.htm. 

  13. http://www.loxionkulca.com/home.asp. 

  14. http://www.maplandia.com/south-africa/eastern-cape/indwe/mgwalana. 

  15. http://traveljournals.net/explore/south_africa/map/m1829206/lupapasi.html. 

  16. http://geonames.org/981340/lupapasi.html. 

  17. Op Falling Rain zoek ik echter vergeefs naar Lupapasi en vind alleen Lupapazi in de buurt van Sutherland in de West-Kaap. 

  18. J. & W. Branford, A Dictionary of South African English. 4de editie. Kaapstad: Oxford University Press 1991, 180. 

  19. D.J. van Schalkwyk et al, Woordeboek van die Afrikaanse taal. 9de deel. Stellenbosch: Buro van die wat 1994, 352. 

  20. C. Saunders, Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983, 101. 

  21. E. Rosenthal, Encyclopaedia of Southern Africa. 7de editie. Kaapstad & Johannesburg: Juta and Company 1978, 285. 

  22. C. Saunders, Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983, 183. 

  23. P. Blum, Steenbok tot poolsee. Kaapstad: Nasionale Boekhandel Beperk 1955, 21-23. In dit gedicht wordt dorp herleid naar woorden als treiben in Duits of to drive in Engels, hetgeen leidt tot een verrassende ‘metamorfose’: ‘O dorpenaartjies, Kortverblyf se gaste!/ Verkorenes van ’n ewige Exodus/ sien ek jul staansvoets nou die oop veld kies/ agter die pad aan – jul dun toue skeur –/ jul wandelstokke vat die wind soos maste/ met seile toegerus, en julle beur/ altyd vooruit.’ 

  24. De verwijzing is naar de derde strofe van N.P. van Wyk Louws ‘Karoo-dorp: someraand’ (1981: 253): ‘en rook uit die lokasie rook/ en by die dorpsdam sing/ en mense in tennisbroekies loop/ die koper skemer in’. 

  25. C. Saunders, Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983, 101. 

  26. H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgewers 1998, 11. 

  27. C. Saunders, Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983, 183-184. 

  28. G. Minkley, ‘“Corpses behind Screens”: Native Space in the City’, in: H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998, 203-206. In 1995 nog vermelden Du Pré en Eksteen als synoniemen voor ‘lokasie’: ‘agterbuurt, ghetto, gops(e), hol, kroek’ (Groot Afrikaanse sinoniemboek, Pretoria: J.L. van Schaik Uitgever, 189). 

  29. G. Minkley, ‘“Corpses behind Screens”: Native Space in the City’, in: H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998, 203-302. 

  30. ibid. 

  31. C. Saunders, Historical Dictionary of South Africa. Metuchen, N.J. & Londen: The Scarecrow Press 1983, 165. 

  32. G. Minkley, ‘“Corpses behind Screens”: Native Space in the City’, in: H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998, 205. 

  33. op. cit., 211. 

  34. D. Japha, ‘The Social Programme of the South African Modern Movement’, in H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998, 436-437. 

  35. O. Crankshaw & S. Parnell, ‘Interpreting the 1004 African Township Landscape’, in H. Judin & I. Vladislavic, blank. Architecture, Apartheid and After. Rotterdam: NAi-uitgevers 1998, 439.