Vergeet dat gekneusde platteland, die verrekte speelrekjes

de door hun knieën gezakte flats, het krachteloze stomen

van de treintjes, de eieren in de koelkast

ze stinken maar gelukkig is van binnen alles dood


vergeet je vader die zegt: je was een jaar of negen en toen was ik je kwijt

vergeet je moeder die meereisde naar de balletschool in Londen

ze probeerde nog iets met een visum en Skype maar ze zegt al

tegen haar zussen: wij hebben gedaan wat we konden


nu is hij aan de beurt

neem alles aan, zeg op alles ja, laat godverdomme die spieren doen

waar ze bij je geboorte al mee begonnen – spartel kaarsrecht door de trechter

je kunt geen kant op dus beloon de mensen, ze hebben betaald, ze hebben

gewacht

je bent ze iets verschuldigd, snap dat dan


doe wat met dat verbrijzelende talent van je

laat het bloed uitstorten onder je vel, bind het stevig in

maar laat je lichaam telkens ontglippen, maanzacht

landen, laat zien dat alles kan breken behalve de sprongen, gun die mensen

hun applaus.

Iduna Paalman (1991) studeerde Duits en geschiedenis in Amsterdam en Berlijn. Haar poëzie en korte verhalen verschenen onder meer in De Gids, De Revisor, Het Liegend Konijn en NRC Handelsblad. Ook is ze vaste columnist bij Hard//hoofd. Haar poëziedebuut De grom uit de hond halen verscheen september 2019 bij uitgeverij Querido. 

Meer van deze auteur