Invisible blow

voor Ab Baars

Hoe stiller ik sta hoe meer ik minder –
de ruimte valstrik, genade neemt met sprongen af
tot vonk van dwaallicht rond het bokkige:
redeloos onding ik.

De nederlaag zal overwinning zijn op
al mijn schijngestalten –
om te willen wat moet:
breken, ontbreken.

Nagedachte

Al dat zinnentuig, en dan nog geen sjoege van
wat brandt in de pit waar zich verduren moet
het schroeiend neteligs en de zweepslag

van angst alsof ooit iets stilvallen zou; terwijl
op dode stronken mos gedijt, in tierende varens
uitbreekt begraven gebeente!

Kunnen dan niet, als ontzind en huidloos
doordringend verliefde grondstof, tot één zacht
vuurtje nu vervloeien mijn de weg kwijt-

rakende voortstrompeling en jouw
als sneeuw voor de zon ronddwarrelende
afwezigheid?

Anneke Brassinga (1948), geboren te Schaarsbergen, werd opgeleid tot literair vertaler aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalde werken van onder meer Beckett, Diderot, Melville, Auden en Orwell. Sinds 1987 publiceert zij proza en poëzie bij uitgeverij De Bezige Bij. Voor haar poëzie ontving zij de P.C. Hooftprijs 2015. 

Meer van deze auteur