Wat is voor u altijd de grote vraag in het leven (geweest)?

Leef ik terecht?

Gelukkig vraagt u niet door, dus kan ik het antwoord tussen mij en de ware Steller van de vraag houden. Of is Hij degene aan wie ik de vraag stel? Ik geloof dat Hij mijn onrust tracht te dempen met Zijn tegenvraag: Heb je genoeg lief?

Wat is de gevaarlijkste illusie die mensen kunnen koesteren?

Zeker weten dat ze onterecht leven.

Wat zou u veranderen aan uw leven als er onomstotelijk en algemeen geaccepteerd wetenschappelijk bewijs bestond van een hiernamaals?

Het hiernamaals hoeft niet wetenschappelijk bewezen te worden, het wordt immers nauwkeurig beschreven in een verhaal van J.M. Coetzee, ‘Aan de poort’. Het is een variant op verschillende verhalen van Kafka en Borges – misschien kun je het zelfs een versie noemen.

Elizabeth Costello, die juist is gestorven, komt op een stoffig plein terecht. Daar is een poort. Ze vraagt een knikkebollende geüniformeerde man of iemand de poort open kan doen. De man zegt dat ze eerst een verklaring moet afleggen.

‘Voordat ik erdoor mag moet ik een verklaring afleggen,’ herhaalt ze. ‘Een verklaring waarover?’

‘Geloof. Wat u gelooft.’

‘Een geloofsverklaring. Is dat alles? Geen gelofte van trouw? Stel dat ik niets geloof? Stel dat ik niet gelovig ben?’

De man haalt zijn schouders op. Voor het eerst kijkt hij haar recht aan. ‘We geloven allemaal iets. We zijn geen koeien. Voor ieder van ons is er iets wat we geloven. Schrijf het maar op, wat u gelooft. Zet het maar in de verklaring.’

Het is moeilijk in te zien wat een wetenschappelijk en ‘algemeen aanvaard’ bewijs van het bestaan van het bovengeschetst hiernamaals uit zou maken voor Elizabeth, of voor Coetzee, of voor wie ook. Ons wordt gevraagd naar wat we geloven; wat we geloven zal bepalen of we terecht hebben geleefd.

Overigens denk ik dat er aan de poort niet zozeer naar mijn geloof wordt gevraagd, als wel naar mijn liefde.

Wittgenstein (van wie ik de laatste gedachte heb) schrijft in zijn dagboek dat ficties als het hiernamaals en het Laatste Oordeel ‘een bestaan richten’. Het rare is dat ik zeker weet dat ik dit in Denkbewegingen (zijn dagboek) heb aangestreept – maar niet kan vinden.

Wat is de mooiste metafoor die u kent. En waarom?

Volgens Miłosz is het gebed ‘een brug van fluweel’.

Maar misschien is de brug bij Bommel nog mooier.

Een metafoor verklaren is doodzonde no. 1 van elke beetje dichter.

Wat is wat u betreft, als puntje bij paaltje komt, de uiteindelijke grondstof van de werkelijkheid?

Bewustzijn. Geest.

Willem Jan Otten (1951) is (toneel)schrijver, dichter, essayist. Hij debuteerde in 1971 als dichter in Hollands Maandblad, in 1974 als essayist in De Revisor en was begin jaren negentig redacteur van Tirade.

Meer van deze auteur