de blonde buurvrouw schuift de planten in de vensterbank opzij
drukt haar billen met de badstofjas eromheen tegen het glas
en beweegt haar hoofd alsof ze tegen iemand spreekt

ik wacht beneden op straat op bus vijftien
en zie hoe het turkse meisje van de bakker
uit tram zeven stapt

ze draagt een groene glinsterende hoofddoek
en glimlacht

ik zeg hé
met mijn koptelefoon op

ze zegt hé terug

en ik durf bijna niet op te schrijven
dat ik dat niet had verwacht

op het plein bij het buurtfeest dat mijn vrouw mee heeft georganiseerd
bekijken de marokkaanse vrouwen argwanend de huisgemaakte salades
en danken blanke brave meisjes van twintig in popperige kleertjes
verminkte popliedjes zingend vals de heer

misschien wordt u gefilmd

misschien wordt uw naam verkeerd gespeld op de poster

en wat dan nog als er aan het einde van dit leven geen hemel
maar een grote storthoop wacht

bij scapino verkopen ze lange zwarte sokken
vrouwen worden ouder dan mannen

en wij vatten de missie van het postmodernisme

wij begrijpen elkaar
wij lezen dezelfde folders

wij weten dat de wereld in een soort tussenfase is beland
en richten ons meer en meer

op ons dagelijkse leven