Een tekenaar propt bomen in een straat. Krantenrek
in fietsenstalling. Erker en trapportaal. Hoek en boog
uitgegumd in steen. Een man die zijn kind de trap op
draagt. Een zwarte zomerjurk aan een knaapje tegen
de muur op het balkon. Ruggelings de vissers op de
banken aan het kanaal, hun schouders en achterhoofd
boven een lage muur. Onder de poort aan het eind
van de straat liggen uitgevouwen kartonnen dozen
met bandensporen. Brievenbussen zijn rood, dakgoot
de tekenaar breekt zijn potlood. Vijf gekromde tanden
van een hooivork prijken naar de hemel boven de straat.
Wandelaar die tegen de tegels praat. Kinderen met hun
ellebogen op het raamkozijn. Schors die van de bomen
waait. In een handomdraai draait een fietser zijn stuur.