Ik vind een stok
Ik vind een willig oor
Jij vindt er geen fluit aan
Jij vindt het zonde van het geld

Zij vindt hem een – met alle respect –
popcornpan zonder deksel
Hij vindt zich een zondebok
Zij vindt dat hij aanzet tot haat
Hij vindt dat hij mag vinden wat hij vindt

Koen vindt voetbal stom
De kok vindt de hond in de pot
De oproep vindt geen gehoor
De bliksem vindt de klokkentoren
De wetgever vindt eenieder gelijk

‘En meneer’ vraagt de ober
‘Hoe vond U de biefstuk?’
‘Nou gewoon’ antwoordt de klant
‘Door het toastje op te tillen’

Wij vinden dat wij gelijk hebben
Jullie vinden dat wat wij vinden een lachertje is
Zij vinden dit een herhaling van zetten
en ‘geen stijl’ en ‘zwaar klote’
De meerderheid vindt meeste stemmen gelden
De minderheid vindt dat niemand nooit luistert, toch
Koentje vindt dat voetbal niet eerlijk is ‘want
ze pakken elkaar de bal de hele tijd af’

K. Michel (1958) studeerde filosofie in Groningen en Amsterdam. Debuteerde in 1989 met de dichtbundel Ja, naakt als de stenen. Drie jaar later verscheen de verhalenbundel Tingeling & Totus. In 1994 verscheen zijn tweede dichtbundel Boem de nacht die met de Herman Gorter-prijs werd bekroond. In 1999 verscheen de bundel Waterstudies waarvoor hij de VSB-poëzieprijs en de Jan Campert-prijs ontving. In datzelfde jaar werd door het Onafhankelijk Toneel een theatervoorstelling gemaakt van de verhalen over Tingeling. In 2004 verscheen de poëziebundel Kleur de schaduwen, die werd gevolgd door In een handpalm (verhalen en beschouwingen, 2008). Zijn meest recente publicatie is Bij eb is je eiland groter (poëzie, 2010) waarvoor hij de Awaterprijs kreeg èn de Guido Gezelle-prijs. Michel was redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Hij vertaalde ook poëzie van o.a. Octavio Paz, Arthur Sze en Michael Ondaatje en hij stelde bloemlezingen samen uit het werk van John Berger en Stefan Themerson.

Meer van deze auteur