De winkelduur van het literaire boek is in tien jaar tijd gedaald van acht à tien jaar naar nog geen drie maanden. Dat geldt voor niet-bestsellers, dat wil zeggen voor het overgrote deel van de professionele Nederlandse auteurs. Verkorting van de winkelduur is een objectief gegeven, dat niets te maken heeft met de kwaliteit van het werk van welke individuele auteur dan ook. Voorbij het bestsellersegment van een kleine honderd titels is een vlak landschap ontstaan met weinig variatie in omzet, waar vele duizenden titels per jaar zich niet langer kenbaar kunnen maken aan de lezer en algauw worden teruggetrokken uit de opslag bij het Centraal Boekhuis. Vanaf dat moment zijn ze onzichtbaar in het hele Nederlands-Vlaamse handelskanaal. Het overgrote deel wordt verramsjt of verpulpt.

Bestsellers hebben de afgelopen tien jaar een groeiend beslag op de aandacht en de portemonnee van de lezer gelegd. Een omzet boven de honderdduizend exemplaren wordt in Nederland beschouwd als een megaseller. In 2003 waren er daarvan vijf: (1) J.K. Rowling, Harry Potter en de Orde van de Feniks; (2) Nicci French, De verborgen glimlach; (3) John Grisham, De claim; (4) Nicci Gerrard, De onderstroom en (5) Youp van ’t Hek, Liegangst. De lange trend is sterk stijgend, met een uitschieter in 2007 van 22 titels, waarvan er drie voor het eerst boven het half miljoen uit kwamen. Het aantal stijgt jaarlijks, in de laatste meting waren het er 22. Van de eerste drie werden meer dan een half miljoen exemplaren verkocht, meer dan ooit tevoren. Natuurlijk is dat niet allemaal pulp, er zit prachtige literatuur tussen. Maar het is natuurlijk wel een vorm van vervlakking, als de rest van het literaire landschap in een woestijn verandert omdat de lezer alleen nog belangstelling heeft voor een hitlijst, die gemaakt wordt met marktmacht. Tussen snel en langzaam lopende titels is een nogal abrupte tweedeling ontstaan. Het gevarieerde landschap dat er vroeger tussen zat, is weg.

Als je je afvraagt wat we met literatuurbeleid zouden willen bereiken, lijkt me dat het vooral om een veelzijdige vraag zou moeten gaan. Een veelzijdig aanbod is onmisbaar, maar kan natuurlijk niet het doel zijn. In de praktijk is het dat wel: het belangrijkste instrument is een horizontale prijsbinding voor goedlopende titels, en het succes wordt afgemeten aan het aanbod. Het resultaat na tien jaar is dat uitgevers met veel auteurs een gokje op de hoofdprijs wagen en alles wat niet in de prijzen valt naar een zeer grote, zeer pluriforme papiermolen kruien. Vorig jaar werden er tien miljoen exemplaren verramsjt en verpulpt, een aantal dat al jaren stijgt. Deze verspilling van scheppend talent uit winstbejag heeft perverse vormen aangenomen en is een beschaafd land onwaardig. Ik zal eerst de gevolgen noemen, dan twee oorzaken, en tot slot drie mogelijke oplossingen.

Je kunt het de media moeilijk kwalijk nemen, maar het is een probleem dat het overgrote deel van de aanbodlawine nergens meer wordt besproken. Een samenhangend overzicht en inhoudelijke beoordeling en schifting van de Nederlandse literatuur zijn verloren gegaan. Veel titels krijgen nooit de waardering en de lezers die ze verdienen, andere worden een hit in het bibliotheekcircuit terwijl ze in de winkel allang zijn doorgedraaid. Zorgelijk is ook dat de invloed van de literaire kritiek sterk terugloopt en dat de omzet grotendeels wordt bepaald door marketing. Als een criticus als Arjan Peters in de Volkskrant een van Nederlands beste auteurs paginagroot de lof toezwaait die haar toekomt, worden er twaalf boeken verkocht. De boekhandel reageert niet meer op inhoudelijke beoordeling. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar, zoals het ook ondenkbaar was dat gerenommeerde uitgevers zulke parels zouden afdanken om een paar euro per jaar te besparen.

Onder invloed van dat alles – eenzijdige concentratie op het aanbod, chronische overproductie, korte winkelduur, gebrekkige beoordeling, smalle inzet van promotiebudgetten op bestsellers – is het literaire boek iets geworden dat de doorsnee lezer alleen nog wil consumeren als het met kracht onder zijn neus wordt gedrukt, en waarvan hem het gevoel is bezorgd dat het iets is met een houdbaarheidsdatum dat je moet consumeren als het vers is, zoals een krant. Laurens van Krevelen heeft terecht opgemerkt* dat de praktijk van doordraaien en afdanken auteurs niet de kritische reflectie biedt die nodig is om te kunnen groeien en zich te ontwikkelen. Ik zou eraan willen toevoegen dat het niet de slechtste auteurs zijn die je ziet stoppen met schrijven. Een literair boek is een afsplitsing van de auteur, verwaarlozing en afwijzing zijn per definitie persoonlijk en kunnen een zware emotionele last zijn. Auteurs haken af, vooral als het schrijverschap uit verwaarlozing en afwijzing is ontstaan, wat niet zelden het geval is. Dat is een verlies: de ervaringswereld die deze auteurs ontsluiten, wordt niet vervangen door die van schrijvers met een achtergrond die minder kwetsbaar maakt. Meer dan een verlies is het eigenlijk intens verdrietig dat er zo met scheppend werk wordt omgesprongen.

Er zijn twee oorzaken aan te wijzen. De eerste is de al genoemde eigenaardige invulling die Nederland geeft aan de Wet op de vaste boekenprijs. Deze geldt alleen voor goedlopende titels. De prijs van een bestseller is overal in het land gelijk en kan niet door onderlinge concurrentie worden aangetast. Met deze boeken wordt véél geld verdiend. Door uitgevers en winkels, en ook door auteurs. Het is dus niet onlogisch dat promotiebudgetten worden ingezet met het doel deze titels zo lang mogelijk in beeld te houden, en dat boekhandels gretig reageren op de hitlijst van de cpnb. Bestsellers staan steeds langer, tegenwoordig vaak enkele jaren, op die lijst. Loopt een titel traag, dan zal de uitgever de prijs zo gauw mogelijk loslaten. Volgens de wet mag dat tegenwoordig al binnen een jaar, maar in de praktijk wordt alles wat met retourrecht aan de winkels wordt geleverd en wat de winkels niet snel genoeg kwijtraken of wat een beetje beduimeld raakt, binnen een paar maanden verramsjt of vernietigd. Een deel krijgt een streepje op de snee en gaat ruim boven de drukprijs van één à twee euro per stuk van de hand als ‘licht beschadigd’.

Naast de wetgever heeft de auteur ook zelf schuld aan deze wantoestand. Auteurs zijn slecht georganiseerd, eerder rivaliserend dan solidair, en geld vinden ze platvloers. Deze houding heeft hun positie zo ver uitgehold dat veel uitgevers zich gaandeweg juridisch eigenaar zijn gaan voelen van werk dat zij alleen maar in exploitatie hebben gekregen. Vier frappante voorbeelden kunnen de zwakke positie van de Nederlandse auteur illustreren:

– een. Overdracht van de frontlist. (De frontlist zijn recent verschenen boeken, leverbaar via de boekhandel.) In een overeenkomst van 4 december 2007 geeft het Nederlands Uitgeversverbond de bronbestanden van de huidige en toekomstige frontlist van de gezamenlijke Nederlandse auteurs ter exploitatie aan de Vereniging van Openbare Bibliotheken. De bibliotheken mogen er e-boeken en luisterboeken van maken; ze mogen ze zonder inspraak van de auteur laten vertolken en op cd zetten, en onbeveiligd beschikbaar stellen als download. Het materiaal is beschikbaar voor iedereen die ‘moeite met kleine lettertjes heeft of krijgt’. Goedlopende titels kunnen buiten de afspraak worden gehouden om de exploitatie op andere markten niet te doorkruisen. Het is toch wel verbluffend dat hier geen auteur of auteursvertegenwoordiger aan te pas is gekomen.

– twee. Overdracht van de backlist. (De backlist zijn oudere titels, niet altijd meer leverbaar via de boekhandel.) De collectie van de blindenbibliotheken bevatte veel werk dat auteurs in de loop der jaren om niet hebben afgestaan voor uitsluitend gebruik door de dertigduizend leden van de blindenbibliotheken. Achteraf is gebleken dat er vele duizenden werken in zitten die uitgevers zonder toestemming of medeweten van de auteur voor het goede doel hebben afgestaan. Het illustreert vooral hoe weinig waarde uitgevers aan de backlist hechten, en hoezeer de toekomstige economische waarde ervan wordt onderschat. In totaal gaat het om 53.000 titels, ongeveer de hele Nederlandse backlist. Behalve brailleboeken blijken er e-boeken van te zijn gemaakt, en buiten auteurs om is de grootste collectie luisterboeken van oorspronkelijk Nederlands werk opgebouwd. Vorig jaar hebben de gezamenlijke uitgevers en de blindenbibliotheken deze overgedaan aan de openbare bibliotheken. Ze wordt nu commercieel geëxploiteerd en is beschikbaar voor iedereen die ‘moeite met kleine lettertjes heeft of krijgt’. Onder deze grootste overtreding van de Auteurswet sinds 1912 staat behalve die van het uitgeversverbond ook de handtekening van de Minister van ocw. Ook hier is geen auteur of auteursvertegenwoordiging aan te pas gekomen.

– drie. Het zogenoemde ‘modelcontract’ is sterk verouderd en eenzijdig in het voordeel van uitgevers. De uitgever houdt de rechten op het boek zelfs nog nadat hij het heeft verpulpt. Hij mag de auteur snel afdanken, maar de auteur wordt gebonden voor de eeuwigheid. Contracten hadden al lang symmetrisch teruggebracht moeten zijn naar een verlengbare looptijd van een jaar. Ze dragen veel te veel rechten tegelijk af (e-boek, luisterboek, download, vertaling, verfilming), waardoor die exploitaties op de plank blijven liggen of niet goed geregeld worden. Ze zwijgen over precies die onderwerpen die het commerciële succes van een boek maken of breken: de promotie, de prijs, de oplage, het retourrecht, de distributie, de voorraad, de drukwijze, en de handelskorting. Dat is vreemd, want de auteur participeert niet alleen risicodragend in de uitgave maar loopt zelfs meer risico dan enige andere deelnemer in de keten. Ook gek: sinds de uitvinding van de boekdrukkunst wordt de auteur nog steeds maar eenmaal per jaar, zonder rente, betaald.

– vier. De inkomenssituatie. De uitgeefketen heeft in tien jaar tijd een groot efficiencyvoordeel behaald. Drukken en zetten zijn veel goedkoper geworden, teksten worden digitaal aangeleverd, correctie gebeurt grotendeels automatisch en vaak door de auteur. Bij een sterke belangenbehartiging was een deel van de winst bij auteurs beland. In de praktijk zijn de royaltystaffels al die tijd onveranderd gebleven, met een laagste trap van 10 procent voor de eerste 2500 à 3000 exemplaren, waar het gros van de titels niet meer bovenuit komt. Uit recent onderzoek van het Fonds voor de Letteren blijkt dat de professionele auteur gemiddeld nog zesduizend euro bruto per jaar aan schrijvend werk verdient. Onder invloed van de overproductie is het voordeel neergeslagen bij de winkelketens. Retourrecht met een verbijsterende inkoopkorting van 60 procent op de vaste boekenprijs, is geen uitzonderlijke leveringsvoorwaarde. Veel auteurs zijn (deels) afhankelijk van subsidie, de Stichting Fonds voor de Letteren speelt hierin de belangrijkste rol.

Tot besluit drie mogelijke oplossingen. Zou de vaste boekenprijs vást zijn, dan was de ramsj-route afgesloten en zouden uitgevers zich niet pijnloos van tragere titels kunnen ontdoen. Om de voorraadkosten te beheersen zouden ze strenger moeten selecteren en auteurs helpen bij het opbouwen van een lezerskring. Bijkomend voordeel is dat het retourrecht zou verdwijnen. Maak de vaste boekenprijs dus vast, is mijn pleidooi. Zou dat de ramsj niet de nek omdraaien? Deels wel, en dat is ook de bedoeling. De ramsj is onlosmakelijk verbonden met een zieke markt, en hij floreert op kosten van de auteur. We zijn een groot ramsjaanbod gewend geraakt, maar het is een tamelijk jong verschijnsel. Er zijn bij mijn weten geen andere goederen die systematisch worden verramsjt waarbij de leveranciers onbetaald blijven. Gewone leveranciers zouden dat nooit goed vinden. Je ziet dit eigenlijk alleen incidenteel, bij veilingen van failliete tapijtboedels.

De tweede, veelbelovende, oplossing belooft binnen vijf jaar te worden aangereikt door de digitale techniek, in de vorm van bookmatching. Het gaat om een nieuwe generatie browsers, die verbanden aanbrengt in de gevonden zoekresultaten. De lezer die een boek invoert dat goed is bevallen, krijgt titels voorgeschoteld die ermee verwant zijn, omdat ze dezelfde schrijver hebben, of hetzelfde thema, of omdat ze vergelijkbare emoties oproepen. De verwachting is dat de lezer zich binnen een jaar of vijf bij het zoeken en kopen door book-matching zal laten leiden. De nieuwe browsers zullen duizenden oude titels terug in beeld brengen. Er zijn grote economische belangen mee gemoeid en auteurs doen er dan ook verstandig aan aan de rechten op hun backlist vast te houden of ze terug te claimen, ze in ieder geval niet geruisloos te laten overdragen aan de bibliotheken. De grootste hoop en redding ligt in solidariteit. Er moet een sterke belangenbehartiging komen die inzicht heeft in de ontwikkelingen van markten en technieken, die is opgewassen tegen grote tegenkrachten en aansluiting zoekt bij internationale schrijversverbanden. De enige belangenbehartiger, de Vereniging van Letterkundigen, is voor de grote uitgeefconcerns nauwelijks een partij. Hoe zou dat ook kunnen, als bijna alle goedlopende schrijvers het principe aanhangen van ‘help uzelf Zo helpe u God’? Als schrijvers in het digitale tijdperk geestelijk en economisch de eigenaar van hun werk willen blijven, zullen ze zich snel moeten verenigen.

* Laurens van Krevelen over de crisis in de literatuur, in De Gids van januari jl.