Dit is een gedicht met kraaien

De wind zwelt aan, de wind fluistert, geeft en brengt zaden.
Zet je kraaiensnavel op.
Pluk de vuile was uit mijn hoofd gelijk de kraaien pikken de vrucht.

Vouw een nieuwe helikoptervlinder, schrijf het manifest van de wilde framboos.
Vogels vlieren steeds verder boven de kruinen van bomen en in mijn rok.



Cent

Dat de helft van de Hagenezen elke maand een cent bijlegt en met de post naar Gorssel stuurt, de boeren die uit de brievenbus pakken, elke dag een centimeter land bijkopen. Een centimeter voor de goudhaver, voor het borstelgras, voor de wind.
Een centimeter voor heet witte bliksem die kier
in de wereld scheurt.



Tuinen van de Egel

Alles groeit en barst open in de zon.
Er loopt nog steeds geen mens.
Kijk, er ligt een veer in het gras, de veer buigt open tot
twee gespikkelde vogels.
In het pruimenbos ligt wat dons op de grond,
groeit op tot Capreolus capreolus.
Er waait geen wind.
Een tak groeit langzaam tot een heg.
De boeren omwoelen de grond.
Wind steekt op uit hun bloes. Ze liggen soms
in een tent, dan weer op de toppen van de rode klaver.

Marije Langelaar publiceerde eerder vier dichtbundels, won diverse prijzen en richtte twee nieuwe basisscholen op. In de lente van 2027 verschijnt haar langverwachte nieuwe bundel Zinderling.

Meer van deze auteur