1

‘au’ en al mijn woorden
veranderen
in glazen bouwstenen
die samen
een open raam omlijsten
die samen ‘o’
het uitzicht invullen
blauw de zee blauw de lucht
meeuwen meeuwen
en het geluid van
claxons en platanenbladeren

2

vier acht elf duiven klapwieken
voorbij en achter hen aan zeilt
een envelop de kamer binnen
strijkt neer op de tekentafel
het is ‘vergeet mij’ een liefdesbrief
‘de jaren, ontelbaar, het mag niet’
die vraagt nee smeekt ‘eet mij op’
‘ook as kan gelezen worden’

3

uit de envelop dwarrelt nog een vel, een gedicht
overgeschreven van een oude chinees:

het wordt tijd om kersen
naar de spreeuwen te gooien
de schommelstoel naar zolder te dragen
de oktoberregen te wegen
thijm tussen je handen te wrijven
hout te zagen voor de winter, liefste
voordat de katten met hun glazen violen
alle bomen hebben ontbladerd
de maan haar sierlijke glimlach verliest
en gras weer betaalmiddel wordt

4

het naaktmodel op de sofa
kijkt met verbaasde ogen toe
zij weet dat bewegen ongewenst is
zolang het doek nog droogt
maar diep ademhalen mag
en praten ‘waarom verft
de olifant zijn teennagels rood’
mag ook mits met mate

het schip op de horizon vaart
achter de bloemen op het tafeltje langs
het water bolt in de waterkaraf op
handenvol meeuwen dwarrelen door het uitzicht
het schittert en flitst op de vleugels
‘wat zeg je’

over de fruitschaal naast de sofa
vallen enkele schaduwstrepen
de kleuren gloeien
de vingerplant groeit hoog
boven het kamerscherm uit
de viskom op het krukje opent een raam
de kleuren halen diep adem
‘olifant? hoezo?’

‘de olifant lakt zijn teennagels
rood om zich beter
te kunnen verstoppen in de kersenboom’

5

op de rand van het balkon
is nu een merel neergestreken
uit zijn strot stijgt een
niet aflatende stroom loftuitingen op
poek poek poek
tsjink tsjink tsie
uuat unbidan uue nu
zingt het roerloos silhouet van de merel
terwijl de lucht langzaam
van beneden naar boven donker optrekt

K. Michel (1958) studeerde filosofie in Groningen en Amsterdam. Debuteerde in 1989 met de dichtbundel Ja, naakt als de stenen. Drie jaar later verscheen de verhalenbundel Tingeling & Totus. In 1994 verscheen zijn tweede dichtbundel Boem de nacht die met de Herman Gorter-prijs werd bekroond. In 1999 verscheen de bundel Waterstudies waarvoor hij de VSB-poëzieprijs en de Jan Campert-prijs ontving. In datzelfde jaar werd door het Onafhankelijk Toneel een theatervoorstelling gemaakt van de verhalen over Tingeling. In 2004 verscheen de poëziebundel Kleur de schaduwen, die werd gevolgd door In een handpalm (verhalen en beschouwingen, 2008). Zijn meest recente publicatie is Bij eb is je eiland groter (poëzie, 2010) waarvoor hij de Awaterprijs kreeg èn de Guido Gezelle-prijs. Michel was redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Hij vertaalde ook poëzie van o.a. Octavio Paz, Arthur Sze en Michael Ondaatje en hij stelde bloemlezingen samen uit het werk van John Berger en Stefan Themerson.

Meer van deze auteur