O, o, het kwam naar mijn hangmat, het strekte zijn armen naar me uit, en ik schreeuwde Moeder, Moeder!, gek van angst.
– Daniel Defoe, Robinson Crusoe

Wat heb je nog meer nodig om je thuis te wanen
en hoelang kan een moeder dit verdragen
noemen? Ik blijf schudden aan je landschap
maar elke boom is een tafelpoot
elke twijg een stramme borstel of pijl.

Ben jij dat? Moeder, Moeder!

Als ‘Moeder, Moeder’ kom ik eenmaal voor
in een nachtmerrie en eenmaal aan het slot
van je verhaal dat toch een leven is

Nu nog een kuil.
Nu nog een huis.
Nu nog een geit.
Nu nog een uitzicht.
Nu nog een buitenhuis.

elke gedachte aan vrouwen vreemd.

Nu nog een kast
om een kist in te bewaren
met een einde aan dit eiland
waar ik jaag op wat mij ontschiet.

Alsof ik niet in jou rondwaar
met mijn van wachten witte haar
en uitgestrekte boomschorshanden.

O, o!

Zo heet ik niet.

Maria Barnas (1973) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Bij uitgeverij Van Oorschot verscheen haar roman Altijd Augustus (2017) en dichtbundel Nachtboot (2018). Ze is redacteur van De Gids.

Meer van deze auteur