De watten bloezen over de druipende pas.
Om uit te blazen klimt u bovenop de op de top in de bocht
geplaatste picknicktafel. Uw gezelschap
wendt zich zolang af.
O de ootmoedige halm blinkt
en stralend hazelaarblad zou grinniken als het kon
om aanstormende ravijnen, om wat daarachter.
Zoals ze licht opslokt, die zee! Onhoorbaar!
O overtijgend avondrood. O sprankeling
genageld, van alle kanten dicht. Ay adders
wemelend onder het gras –
wie nu geen huis heeft laat zich waaien.

Anneke Brassinga (1948) werd aan de Universiteit van Amsterdam opgeleid tot literair vertaler uit het Frans, Duits en Engels. Daarnaast schrijft ze essays en gedichten.

Meer van deze auteur