Als iets duidelijk is geworden dankzij de Verlichting, dan is het wel de vitale persistentie van religie. Haar als achterhaald of voorbijgaand beschouwen is dan ook even onzinnig als veronderstellen dat binnenkort het sekseverschil opgeheven zou zijn, of de ouderdom. Allicht kan iemand er zelf voor kiezen om wel of niet religieus te zijn, maar daarmee is godsdienst als bestendig en alom aanwezig maatschappelijk verschijnsel nog niet uitgebannen of irrelevant geworden.

Religie leeft ook onverminderd voort in de kunsten. Gelovig of niet gelovig, we laven ons aan de bijbelse taferelen van Rembrandt en Michelangelo, we kijken naar films en theatervoorstellingen met religieuze thema’s, we luisteren naar missen en gaan met Pasen naar de Matthäus Passion. Nog altijd laten kunstenaars zich inspireren door de Bijbel, en nog altijd blijken we gevoelig voor verhalen en afbeeldingen die hun oorsprong vinden in de christelijke religie en het lijdensverhaal van Jezus.

Je voor of tegen religie verklaren en daarmee de kwestie als afgedaan beschouwen, is om die reden weinig vruchtbaar. Zinniger lijkt het de redactie van De Gids om voorbij innige omarming of categorische afwijzing religie onbevangen tegemoet te treden. De redactie had al langer het voornemen een themanummer over religie te maken en zag in het thema ‘Cielo e Terra’ van het Holland Festival van dit jaar een goede gelegenheid om samen te werken; omgekeerd kon het Holland Festival met deze samenwerking zijn ambitie kracht bijzetten om de geest ook intellectueel te bevredigen in het MindFuel-programma.

Van ‘Hemel en Aarde’ neemt De Gids vooral de hemel voor zijn rekening – het verlangen naar, of de ervaring van het hogere; maar dan met beide voeten stevig op de grond. In enkele essays wordt het aloude conflict tussen ratio en religie opnieuw tegen het licht gehouden, alleen nu eens niet belemmerd door de kwestie van ‘voor of tegen’ en ook niet verzandend in vaagheid of tenenkrommend ‘ietsisme’, maar als een oprechte aftasting van hun waarde, werking en onderlinge verhouding. Dat geldt zowel voor de inleidende essays van Ger Groot en Dirk van Weelden als voor de meer persoonlijke beschouwingen (en gedichten) van John Updike en Czeslaw Milosz, en het interview dat H.M. van den Brink en Rachel Visscher literator Kees Fens afnamen over de rol van het katholieke geloof in zijn leven en in zijn liefde voor kunst en literatuur.

In de stukken van Elmer Schönberger, Tijs Goldschmidt, Arjen Mulder, Sander van Maas en Robert Sholl wordt de verhouding tussen religie en kunst onderzocht. Voorts nemen twaalf schrijvers en dichters in korte beschouwingen religieuze kunst of een (religieus) kunstwerk als vertrekpunt en geven aan of er zoiets als een religieuze beleving bestaat, waarin het specifieke van die beleving dan zou schuilen en of een niet-religieuze een religieus kunstwerk wel ten volle kan ervaren en begrijpen.

Namens de redactie,
H.M. van den Brink
Ger Groot
Edzard Mik