Meestal komt het uit de mond van een wat oudere man.

‘Ze hebben ‘m al hoor.’

Er zijn mensen die denken dat hardlopers zenuwpezen zijn die niet kunnen stilzitten en altijd haast hebben. En anderen die zeker weten dat hardlopers wegvluchten voor hun doodsangst. Allemaal misverstanden, die voortkomen uit de indruk dat het de lopers vooral om snelheid, presteren of verdovende inspanning gaat. Dat hardlopen een manier is om je voort te bewegen is voor hardlopers misschien wel het minst interessante aspect aan de bezigheid. 

Wat niet-lopers moeilijk lijken te kunnen bevatten is dat wij hardlopers de toestand waarin we al lopend terechtkomen gewoon fantastisch vinden. Ongeacht hoe ver of hoe hard we gaan. Eindelijk willen we nergens meer heen, en nergens van weg. We zijn de hele tijd exact waar we willen zijn: in beweging, surfend op de zwaartekracht, in een dynamisch en variabel evenwicht tussen ademhaling, pasritme en hartslag, op dit dijkje, op dit bospaadje, in dit park.


Oase van vrijheid

Wat is er zo aantrekkelijk aan de toestand waarin wij als hardlopend lichaam terechtkomen? Waarschijnlijk dit: hardlopend vallen we als levend geheel van voelen, waarnemen, handelen, denken volledig samen met wat we doen en wat er gebeurt. Iets anders is domweg onmogelijk geworden. Alle ambities, plichten, plannen en vertier zijn opgeschort. Communicatie doet er even niet toe. Je bent onbereikbaar. Niemand zegt of vraagt je iets, niemand wacht op antwoord. Zelf zeg of verzend je ook niets. Het gevolg is dat je nergens op wacht en niets nodig hebt. Bovendien kan er niets misgaan. Er is niet eens een bal die je verkeerd kunt aannemen, geen smash die je kunt missen, geen medespeler die je niet vrij ziet staan. 

Voor zover er gedachten in je hoofd opkomen, blijven die noodgedwongen zonder gevolgen of uitdrukking. Ze krijgen alle ruimte, maar ze doen er ook nauwelijks toe. Ze komen en gaan. Alle belangrijke, verantwoordelijke, betekenisvolle drukte is vervangen door een betekenisloos dansje op het ritme van pas, adem en hartslag. Alle vragen naar wat je zou kunnen doen met je hersens, je handen, je tijd zijn verdwenen. Je hele wezen dobbert helder en kalm van nergens naar nergens. Vrijwel alle hardlopers zullen zeggen dat de uren die ze hardlopen in hun leven oases van vrijheid zijn.

Met serieus hardlopen begon ik in het jaar dat mijn ouders ziek werden en kort na elkaar stierven. De aanloop en de nasleep van die trieste gebeurtenissen hadden me een somber, kwetsbaar levensgevoel gegeven. Schrikbeelden lieten me niet los, lusteloosheid en verwarring beheersten me. Ik had de indruk dat ik uit elkaar geslagen was en mezelf weer bij elkaar moest rapen. De brokstukken lagen behoorlijk ver uit elkaar en ik kon ze alleen te voet vinden en verzamelen. Ik merkte dat een paar uur per week hardlopen mij sterker en gelijkmoediger maakte. Na verloop van tijd kwam ik er namelijk achter dat mijn hardlopend brein de situatie en alle somberheden nuchterder, minder angstig bezag. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik tijdens het hardlopen niets kon of moest met al die gevoelens en gedachten. Er zat niets anders op dan ze te laten gebeuren en te zien passeren. Het waren de brokken van mezelf die ik opraapte, dravend door een bos, langs een weiland, door een stadspark. Het verdriet of de zorgen waren niet verdwenen, maar vanuit het hardlopend bewustzijn gezien verloren ze veel van hun intimiderende gezag. De obstakels werden leger, doorzichtiger. Mijn leven was veel groter dan wat ik kon denken, dat ontdekte ik in de uren dat ik hardliep.

Zelfs wij, door welvaart, technologie en gemak lichamelijk verslapte wezens, kunnen met een paar maanden slim oefenen uitgroeien tot lopers die een paar keer per week zomaar een uur of anderhalf door weer en wind, door polder of bos rennen. Of we nu twintig of zestig zijn. Onze soort heeft een enorme evolutionaire aanleg voor urenlang rustig draven op twee benen. Er is vrijwel niets waarin we zo extreem makkelijk en snel zijn te trainen. En als je eenmaal zonder dat het veel moeite kost anderhalf uur langs een Fries meer, over de Brabantse hei, door een Gelders bos of de Kennemerduinen kunt rennen ben je in het bezit geraakt van een machtig vermogen: door die specifieke relatie tussen bewegend lichaam en landschap ben je in staat een parallelle tijdruimte op te roepen.

Documented Tracks 56, 2020, inkt op papier, 143 x 113 cm.

Ingrid Greijn

The artist is running

Ingrid Greijn is een kunstenaar en een hardloper, die de parallelle tijdruimte die lopers oproepen in haar werk centraal stelt. Ze maakt metershoge en -brede tekeningen, die ons als een landschap tegemoet treden. We kunnen ze onmogelijk in één oogopslag waarnemen. Ze bestaan uit melkwegstelsels aan gekleurde lijnen, op wit of zwart papier, die tijd en aandacht vragen om te volgen en te zien.

De beelden zijn ontstaan op basis van een reeks foto’s, gemaakt vanuit het standpunt van de loper, om de drie minuten op de route die ze hardloopt. Ergens op de wereld, door steden, bergen of bossen. Het zijn routes van ongeveer een uur en dat resulteert in veertig tot vijftig foto’s. Die projecteert ze één voor één, op een enorm vel papier. Bij iedere foto tekent ze met kroontjespen en verschillende kleuren inkt ­contouren van heuvels, gebouwen, bomen en bruggen. 

Als loper maakt Ingrid van een gebied een lijn. Als kunstenaar maakt ze van een route weer een veld. De beweging door de ruimte, vastgelegd in foto’s, wordt van alle tijd en volgorde ontdaan, en gestapeld tot een beeld van een denkbeeldige ruimte, een nieuw veld. De tekening is geen luchtfoto van haar looproute. En ook geen uitdrukking van snelheid, of van gevoelens en gedachten tijdens het lopen. Het nieuwe veld dat ze tekent is zo groot en bevat zoveel visuele informatie dat er voor de toeschouwer niets anders op zit dan zijn aandacht erin op pad te sturen. Oftewel te doen wat de loper met de wereld doet: er vrij doorheen bewegen, zonder plichten of doelen, zonder oordeel of wens. In een eigen ritme. Zo schept de toeschouwer een tijdruimte die in zijn uitwerking gelijkwaardig is aan de uren dat Ingrid hardloopt. Wat zij met haar voeten, haar benen, haar rug en hoofd doet, doen wij met onze ogen. En let maar op, ieder van ons volgt andere paden, ziet andere patronen, heeft andere associaties. 

Ingrid Greijn doet dit al bijna twintig jaar en haar tekeningen wekken inmiddels 66 looproutes tot leven, gesitueerd over de hele wereld. Dit werk is een levensproject, een dynamisch evenwicht tussen hardlopen, fotograferen en tekenen. Een manier van leven. De inzet ervan is groot, het is haar methode om vrede te stichten tussen leven en wereld, tussen het denkende en het voelende lichaam. Ze wekt er de juiste toestand mee op om de wereld door zich heen te kunnen laten gaan en toch in evenwicht te blijven. Dat doet ze door in beweging te zijn, die route vast te leggen en die beweging weer uit te vouwen tot een wereld van stille beelden die bestaat, parallel aan de aardrijkskundige wereld. We kunnen ons voor deze werken laven aan de uren van vrijheid die erin zijn opgeslagen. We kunnen ze met eigen ogen zien.

Dirk van Weelden (1957) is schrijver en redacteur van De Gids. Hij debuteerde in 1987 samen met Martin Bril met Arbeidsvitaminen, daarna in 1989 solo met Tegenwoordigheid van geest. Hij schreef romans, novellen en bundels met essays en verhalen. Zijn recentste roman is Het laatste jaar (2013). Hij werkt aan een nieuwe roman.

Meer van deze auteur