Susu Lee

07.02.2022
Gisteren zochten we buurman Jimmy op om hem te vragen of hij ons een lading zeewier zou willen brengen in ruil voor het uitmesten van zijn stal. Vanmiddag rijdt hij zijn trekker met daarachter een afgeladen rode aanhanger al voor. Hij claxonneert, zwaait vanuit de cabine, springt omlaag de weg op, opent de klep, klimt terug op de bok, brengt de aanhanger in een diagonale positie en laat het vers aangespoelde zeewier in een ononderbroken beweging naar beneden glijden.

Naast onze poort, op precies dezelfde plek als vorig jaar, is een berg wier verrezen. Deze keer heeft Jimmy ook wat zand en mest mee gekiept om de grond luchtiger en vruchtbaarder te maken. We bedanken hem met vier flessen zelfgebrouwen bier en een doosje eieren.

Op Mull is kringloop geen voornemen maar een gegeven. Sinds ik er woon, bepalen weer en grond mijn doen en laten en vormen zij het hoofdbestanddeel van het creatieve proces. Het eilandleven bestaat uit variaties op dat wat al eeuwenlang plaatsvindt. Soms wordt er een kleine wijziging aangebracht. De bewoners weten waartoe dit land in staat is. Veel rek is er niet, maar misschien moet ik zeggen: nog niet.

Het zeewier oogt stevig en glimt. Het zal ten minste negentig kruiwagens karren zijn om het over de groentebedden te verspreiden. Als ik het uitrijden niet opschort, zal het wier op de moestuin net op tijd composteren voor de eerste zaailingen de volle grond in gaan.

Ik wil proberen dit essay te schrijven terwijl ik het zeewier verdeel over de tuin. Misschien kan dat mijn gedachten over Zoöp aanscherpen en helpen meer zicht te krijgen op hoe ik de zee, tuin en alles wat daar in, op en rondom leeft op een rechtvaardige manier erbij kan betrekken. De Britse zoöloog en activist George Mombiot schrijft in zijn recente boek Regenesis: ‘One of the greatest threats of life on Earth is poetry.’ Hij meent datjuist denkers en dichters de landbouw hebben doen ontsporen door er vanaf het ontstaan ervan euforisch over te berichten als ware het boerenleven een utopie. Hoe kunnen we verandering genereren zonder iets te idealiseren of bagatelliseren?  

08.02
Het eerste nieuw bemeste stuk is het aspergebed dat ik uit zaad heb opgekweekt. Asperges groeien van oorsprong in de duinen en daarom krijgt dit bed voorrang. Wanneer het zeewier over twee maanden is verteerd, zal het slangenkruid tussen de olijke koppen opschieten. Het is komen aanwaaien en wordt door bijen gevierd. Zo heeft het een eigen plek verworven tussen de groente. In plaats van een tuin aan te leggen proberen we dat wat opschiet te onthalen. In de grond liggen voor de komende decennia genoeg zaden te sluimeren tot het moment daar is om te ontkiemen. Dat leren detecteren en eten wat van nature in dit gebied groeit, rukt steeds verder op in ons eetpatroon, waardoor we minder voedsel van elders hoeven aan te voeren.

Vanaf de rotsen boven het strand kun je goed zien hoe een rand van zeewier een scharnier vormt tussen land en oceaan. Algen zijn de sensoren van stroming en getij: ‘de gedachten van het getij’, zoals Arjen Mulder schreef in De Gids 2021/3. 

Met de inbreng van zeewier heb ik in ieder geval een bestendige basis. De glibberige substantie op mijn vork is een plukje machtig zeebrein dat voeding en kennis afgeeft waardoor de grond wordt verrijkt. De cellen van de wieren zijn in staat aan te voelen wat nodig is en in die zin is het in de tuin het wier dat bepaalt wat waar kan gaan opgroeien. Het zijn de tuin en de kustlijn samen die ideeën aanreiken. Zij geven allebei suggesties over wat opgediend kan gaan worden. Koken begint ‘s morgens als ik naar het kippenhok loop, langs de moestuin, de koude kas en het voedselbos in aangroei. Ik registreer wat in bloei staat, rijp is, ten einde loopt. Vanaf dat moment krijgen ontbijt, lunch en avondeten richting. Hetzelfde gebeurt tijdens mijn gang naar zee. Seizoen en getij bepalen wat we mogen snijden. Vandaag zijn er kleine felgroene velletjes zeesla in de aanbieding. Nog geen spoor van zeespaghetti of viltwier. 

Voor Marguerite Duras waren koken en schrijven gelijkwaardig. Ze beschouwde haar keuken en schrijfkamer als plekken om te cre­eren en contact te maken met mensen, maar schreef dat ze zich in beide ook heel alleen kon voelen. Wat draagt een maaltijd of een verhaal bij als je ze niet kunt delen?

Susu Lee

09.02
Zes kruiwagens voor de bessen: zwarte, rode en witte aalbessen, kruis-, honing-, josta- en wolfsbessen. De jongste hen en haar broer komen mee de kooi in om zandvlooien, wormen en kleine schelpjes te snaaien. Nog tien ladingen te gaan vandaag, maar een storm steekt op en de wind waait uit de verkeerde richting. Ik werk in slowmotion zoals de mensen in Man of Aran, een Ierse documentaire uit 1934 geregisseerd door Robert J. Flaherty. Met fenomenale inspanning legt een familie daarin een veld aan op een kale klif. Ze krabben de sporadische aarde uit de groeven van de rots, slaan stenen tot puin met een zware hamer en na er vers zeewier op te hebben verspreid, harken ze de nieuwe grond tot smalle bedden. De toewijding waarmee nieuwe aarde wordt gemaakt om er iets te laten groeien, ontroert me en de scène springt deze dagen steeds weer terug in mijn hoofd.

10.02
Het pad door de tuin wordt modderiger door het slippende wiel van de kruiwagen. Met heel mijn gewicht vooroverleunend duw ik lading voor lading de heuvel op naar de bedden achter in de tuin. Eén kruiwagen is al gekapseisd. Het schijnt dat de neolithische mensen op de ­Ork­ney-eilanden zeewierglijbanen aanlegden om de beroemde Standing Stones of Stenness en de stenencirkel The Ring of Brodgar op te richten. Het is zo’n prachtig tafereel: een breed lint gemaakt van aangespoeld zeewier om die zware stenen op een specifieke plaats te krijgen. Een lumineus idee van onze voorouders om samen te werken met planten die afgestemd zijn op de maan en stenen te verplaatsen om de zon te ­vangen.

11.02
Ik prik met de scherpe tanden van de mestvork in de stapel, die nog steeds enorm is. Telkens moet ik de vork een halve slag draaien om de langere slierten blaas- en knotswier rond het werktuig te winden voor ik het zeewier in de kruiwagen kan slaan. De dikke stengels kelp blijven telkens weer tussen de tanden steken, dus trek ik ze er eerst uit en buig ze tot ze knappen. Het voelt goed om urenlang met dit werk bezig te zijn, de stapel langzaam te zien slinken en te weten dat deze massa – nog niet zo lang geleden wervelend in turbulent water – buigzaamheid zal doorgeven aan de gewassen. Een formatie gevleugelde kelp (die een duidelijke middenrib hebben) activeert een verhaal dat ik heb horen vertellen over een ander bruinwier: zeepalm (Postelsia palmiformis) waarvan de kracht en flexibiliteit zeer gewaardeerd worden door de inheemse bevolking van Cascadië. De Pacheedaht (‘volkeren van het zeeschuim’) maken een zalf van de repen van bruinwier door ze in de zomer te drogen, ze vervolgens te verbranden, de houtskool te verpoederen en te mengen met beenmerg van wasberen. Moeders wrijven de ruggengraat van hun pasgeboren baby in met dit zeepalmassmeersel. Dit zou het kind sterk en veerkrachtig maken, net zo taai als de zeepalm, die bestand is tegen de krachtige onderstroom van de Stille Oceaan.

12.02
De wind steekt op vanuit het westen en blaast een groot deel van het zeewier weg. Ik haast me om het niet te verliezen. Hoewel er veel van hetzelfde materiaal op het strand ligt, voelt deze berg zeewier kostbaar. Tussen stelen en bladen vind ik een wit wegwerpmesje en vele groene uiteinden touw van het boeten van netten. Ik probeer sombere gedachten te verdrijven door beelden op te roepen van het kleurige kelpwoud, luminicerende zeedruiven en voorbijzwevende maankwallen, die er beschutting vinden en er zich in vermenigvuldigen. 

Het begint te regenen, maar ik laat me niet stoppen.

15.02
Het wier is uitgespreid, de lente begonnen.

09.03

een lam met groezelige vacht 

loopt voor een dorre braamtak uit

wanneer het omkeert in de verte

lijkt het lijf een aan de tak geregen kraal 

op een eindje prikkeldraad

grazende takken

schieten moeilijk wortel

maar stel dat het lukt

schapen aan prille braamstruiken uitbotten

zullen doorns dan verdwijnen

door het oorverdovende geblaat?

Susu Lee

23.05
Het is No Mow May. Het gras in de tuin staat kniehoog en het wemelt van de insecten. Tussen de aspergescheuten tref ik een oranje plastic ringetje aan dat gebruikt wordt bij het castreren van de rammetjes. Ik vraag me af of verdroogde schapentestikels de grond kwaad doen of dat het een welkom hapje is voor het wortelstelsel, een bepaalde diersoort, bacterie of schimmel.

In Berlijn ruimden buurtbewoners na de val van de Muur samen een braakliggend veldje op. Het was jaren gebruikt als dump en toen het opgeschoond was, streek er een circus neer dat na een paar dagen ‘s nachts vertrok zonder de elektriciteitsrekening te betalen. De achtergelaten keutels van de olifant bleken later een godsgeschenk toen de buurtbewoners op dat stukje grond gezamenlijk een tuin aanlegden en de groenten zowel als het acaciabosje sneller groeiden dan voor mogelijk werd gehouden.

09.06 
Tijdens het opruimen van wat losse takken stuit ik op een oude berg bijkruid. Ik verplaats de hoop door ertegenaan te schoppen en schrik een hazelworm op. Ik schuif de woning terug en hoop dat de pootloze hagedis er weer naartoe zigzagt.

15.07
Wiedend rondom de in januari met bomen beplante helling krijg ik gezelschap van de vijf kippen. De haan spoort de wormen op en verdeelt ze met een soort morsecode. Hij tokt kort bij een kleine worm, dieper en langer bij een groter formaat worm en kakelt schel als hij een rups vindt en uitreikt.

De kardoen heeft zoveel zijscheuten gemaakt dat hij het middenpad verspert. 

05.08
De zaden van het bijkruid dat ik vandaag om de stammetjes van de nieuwe gemengde haag heb weggetrokken, vinden gretig aftrek bij de fitissen en goudvinken. Met het opruimen komen de tunnels van de woelmuizen tevoorschijn en ook een dode meidoorn die de knaagschade aan de bast niet heeft overleefd.

De twee hanen troeven elkaar af. Vier kuikens leren stofbaden te nemen, hun vleugels te strekken en schoon te pikken. De kale plekken en kuilen die nu op meerdere plekken over de tuin verspreid liggen, worden bij leegstand door roodborst, vink en winterkoning gebruikt.

We denken na over hoe we kunnen zorgen dat nog meer vogels met ons meeeten, waar rupsen en slakken zich kunnen laven en hoeveel zwaluwen we muggenlarven kunnen aanbieden.

Vandaag heb ik de eerste rozenbottels geplukt en zaad geoogst van de uitgeschoten bronzen venkel om tandpoeder van te maken. Ik droom van een medicijnkast waarin alle middelen in het wild zijn geplukt of uit de tuin komen.

24.08
Jimmy zegt terloops immuun te zijn geworden voor tekenbeten door het jarenlange inenten van zijn vee. Langzaam dringt door dat de uitwerpselen van zijn dieren vol medicijnresten zitten die over alle velden in de buurt en in onze tuin uitgespreid worden. De sjalotten die ik in het bed met mest heb gepoot, zijn misschien daardoor nauwelijks gegroeid. Ik begin te twijfelen aan het welzijn van de rabarber, de hondsrozen en kolen.

Het schelpenzand dat Jimmy bracht vinden we terug tussen het preiloof. De aardappels bloeiden vroeg en blijken joekels bij het opgraven. Hommels scheren rakelings langs ons heen en de knutten komen tevoorschijn uit de steeds dichtere hagen zodra we voorbijlopen. Hoog in de lucht roept de steenarend glig glig. Het landschap vangt ons op, biedt alternatieven.

Miek Zwamborn (1974) is schrijver, beeldend kunstenaar en vertaler. In 2016 richtte zij op het Schotse eiland Mull een studieplek op. Zij publiceerde verschillende romans, waaronder De duimsprong (2013), en de kunstenaarsboeken Getemde hemel, Tireragan en Fish Skin Tanning Manual. In 2018 verscheen Wieren, een poëtische veldgids die inmiddels ook in Engelse en Duitse vertaling verschenen is.

Meer van deze auteur