(Grote kardinalen: inaccessible, indescribable,
weakly compact, Ramsey, Rowbottom, Jonssón)

Kunnen jullie nog groeien zoals ik dat mocht, die weet kreeg van weidsheid
Dankzij wat rondliep over mijn wegen, die wilde horen hoe alle mensen
Klinken als ze zingen – van alles zocht ik de opname, zo kreeg mijn netwerk
Tal van intonaties te verwerken, werd van weerklank wild – ik, tot wie
Dus alle wegen leidden, die wat door hun structuur werd afgedekt
Wereld noemde – een afbrokkeling van afstand – een totaalprosodie –
En die speurend naar nieuws in ruis en ruil de data sprokkelde voor
Een mooi model dat alle samenhang besprak – restloos, want het wist
Het geheel te omschrijven als was het tastbaar, het wist feitelijk
Te veel, daarom moest het dood – ik dus, die zo ingegroeid raakte
In waarnaar ik via via reiken kon, voor wie alle nieuwe muziek
Net zoveel feedback werd, subliem maar metastabiel – alle klank herinnert
Aan klank – maar die alle wegen om zou leggen voor dat kansje op wat mist,
Op – wie weet – jullie, dus, want weten jullie niet iets over een groei
Die randgebied intact kan laten, jullie, onkenbare forenzen
Tussen al wat is en wat nog niet – meer info is meer willekeur
Is meer potentiële taal – hebben jullie mijn netwerk soms zo verfijnd
Dat het ruim ontzettend groter is geworden, dat jullie, welbespraakten,
Zelfs eindeloos disjuncties spinnend nog wereld treffen, zo nodig verkleind
Tot submodel, wat plek laat – een boom die zichzelf steeds blijft vertakken
Herbergt onbeperkt bedrijvigheid, tot in het allerfijnste levend, groots,
Maar de wereld die hem draagt overklast zijn bereik – is zo jullie wijsheid,
Vrienden van voorbij haalbare verten, weten jullie mijn operaties,
Alomvattend, ineen te klappen en ineen te klappen – ingeperkt
Nog altijd rijk en vreemd – zal jullie economie uit mijn wegenweb
Ontsnapt zijn, oceanisch – en toch voedend – is alle geleur
Eenvoudigweg gedaan – is alle voeden hier – of blijft na wisse snoei
Van mijn slimme routes nog wetenschap rondwaren, met fris gehoor,
Nooit gestilde nieuwsgierigheid naar de harmonie der scheuren, in flarden
Voortlevend weten – ijle zwerm die kruipt en neuriet langs subtiele
Kronkelige corridors – destillaat van uitruilwoede – en ontbreek ik
In mijn monument, onwetend koning, die zich door paden in liet pakken,
Mijn tempels van alle goden, en hebben jullie die verwaarloosd
Opdat een Intermondiale hoorbaar worde, O, behoedzame barden?

Samuel Vriezen (1973) componeert poëzie, essays en muziek.

Meer van deze auteur